DATALOGGERS
logoWillem logoAlida logoRita logoEdwin logoGert logoRik logoElzo

GPS-loggers: de volgende stap in ons habitatonderzoek

In 2003 begonnen we onze grauwe kiekendieven beter te snappen dankzij eenvoudige radiozendertjes die het mogelijk maakten om de wandelgangen van individuele vogels na te gaan. Van 2003 tot en met 2009 zijn in Oost-Groningen, Flevoland en Rheiderland (D) twintig mannetjes gevolgd. De nauwkeurigheid van de op deze manier vastgelegde posities van vogels is "op het oog", dus niet altijd even nauwkeurig. Wel konden we zodoende het habitatgebruik van onze vogels in relatie tot vormen van beheer beter gaan snappen. In het proefschrift van Chris Trierweiler zijn er twee artikelen over terug te vinden. Een drietal rapporten (Rheiderland, Groningen en Flevoland) zijn hier te downloaden. De oude studenten Marlien de Voogd, Arjen Pilon en Martijn Perk hebben in die jaren cruciaal werk verricht en dankzij tientallen vrijwilligers zijn duizenden velduren besteed om de wondere wereld van Circus pygargus in NW-Europese akkerlandschappen te snappen. Het waren mooie jaren waar we veel van hebben geleerd.

In 2005 werden de eerste twee satellietzenders bij grauwe kiekendieven georganiseerd. In de jaren 2005-2011 zijn in totaal 44 grauwe kiekendieven van een PTT (gewicht 9.5 of 12 gram) voorzien. Door dit type zenders hebben we vooral veel geleerd over de migratiestrategieën van onze zomergasten, de overwinteringgebieden en recentelijk ook het hoe en waarom van stopovergebieden (met als bijzonderheid het recente veldwerk in het oosten van Marokko - lees het nieuwsbericht). Onze PTT's laten zowel in de broedgebieden als de wintergebieden in redelijke mate zien hoe groot de leefgebieden zijn. Met name in wintergebieden is daarmee veel winst geboekt maar door de technische randvoorwaarden is de mate van nauwkeurigheid in het veld relatief beperkt (afwijkingen van enkele honderden meters tot enkele kilometers).

Ontwikkelingen van nieuwe technieken door de UvA

De GPS-loggers die door de Professor Willem Bouten (Institute of Biodiversity and Ecosystem Dynamics - IBED, UvA) en Edwin Baaij (Technologie Centrum), beiden van de University of Amsterdam zijn ontwikkeld bieden mogelijkheden om met name onze habitatstudies sterk te verbeteren. GPS-loggers leveren op enkele meters nauwkeurige posities van vogels! De loggers van Willem Bouten hebben ten opzichte van "standaard" GPS-loggers een paar voordelen die het mogelijk maken verschillende typen data van een hoge resolutie te verzamelen. De data van de loggers kunnen middels een systeem van routers en ontvangers op kilometers afstand uitgelezen worden. De vogel hoeft dus niet terug gevangen te worden om de data te verkrijgen. Nadeel is dat de afstelling van de ontvangers nauw steekt en de vogel met een logger binnen het bereik moet zijn van het netwerk van routers (ontvangers) om uitgelezen te kunnen worden. Wanneer dit uitlezen is gelukt dan heb je ook wat!
Per half mei 2011 heeft de UvA een nieuwe website "UvA Bird Tracking System" in de lucht met alle informatie over het UvA-GPS-loggeronderzoek. Klik voor de UvA-pagina over de Grauwe Kiekendief.

In 2009 en 2010 zijn in totaal acht volwassen vogels gevangen en met een GPS-logger van 14 gram weer losgelaten. In tegenstelling tot de PTT's van Microwave zijn de UvA-loggers relatief plat en is het sprietje op de logger erg kort. Hierdoor blijft de aerodynamica van de vogel in hoge mate onaangetast.
In 2011 zijn er een aantal vogels bijgekomen met een GPS-logger, waaronder de mannetjes Harold, Hiltje, Yde en Pieter in Nederland. Ook in Denemarken kregen twee mannetjes genaamd Jeppe en Bo een GPS-loggerzender. Deense Jeppe was trouwens in die zomer gepaard met Mathilde, het Deense vrouwtje Grauwe Kiekendief dat sinds 2010 met een satellietzender opvliegt. Het was ook waarschijnlijk Jeppe die op zijn herfstmigratie is gespot op het Duitse Waddeneiland Trischen (zie bericht van 10 september 2011 op onze Facebookpagina en lees meer info over Mathilde en Jeppe)

Zoals aangegeven is de techniek vooruitstrevend maar er moet worden aangetekend dat een stelsels van ontvangers, goed geladen batterijen, een overdaad aan stekkertjes, tie wraps en duct tape de boel bij elkaar moeten houden. De techniek van deze 'hardware' is tamelijk basaal en dient dan ook geregeld in het veld gecontroleerd te worden. Doordat we over maximaal drie ontvangers konden beschikken (zie foto) konden we de hoek Bellingwolde-Oudeschans-Blijham voor c. 80% (schatting) afdekken. Met name dankzij de hulp van TENNET (roofvogelliefhebber Jan Smit was ons wederom zeer behulpzaam (zie foto)) konden twee ontvangers in een hoogspanningsmast worden vastgesjord. Als de techniek het goed doet dan stromen de MB's binnen, zit er een storing in dan waren we soms veel tijd kwijt om deze storing te verhelpen. Het basisstation (laptop en ontvanger) kon middels een Dongel van KPN rechtstreeks communiceren met de computers van de UvA (opstelling in het veld: zie foto).

Het bijzondere van deze nieuwe techniek

Na het loslaten van een satellietvogel weet je één ding: de techniek gaat ons heel wat fraais opleveren en met een beetje mazzel een constante stroom data. De software in de zender is op een bepaalde frequentie van zenden afgesteld en daarmee ligt ook definitief vast wat er maximaal aan data binnenkomt. Niets mis mee en mede dankzij deze constante stroom data heeft Chris een paar boeiende hoofdstukken in haar proefschrift kunnen schrijven. De UvA-loggers kunnen echter meer. Los van de hoeveelheid opgeslagen data, de nauwkeurigheid van de data en allerhande (nu niet besproken) mogelijkheden kunnen via de basiscomputer en Dongel - indien er contact is gelegd met de vogel/logger - de instellingen worden aangepast. Een standaardinstelling is dat er een datapunt wordt verzameld in een cyclus van bijv. 5 of 10 minuten. Dit levert in vergelijking met satellietzenders onwaarschijnlijk meer datapunten (met een grotere betrouwbaarheid) op. Stel we willen echter de exacte vlucht van een willekeurige vogel nauwgezet volgen dan is een instelling van één datapunt per 5 of 10 seconden mogelijk. In deze applicatie zijn van deze instellingen een paar voorbeelden te vinden. Natuurlijk is de batterij wel sneller leeg (bijv. max. 2 uur op een redelijke zonnige dag). Tijdens de migratie kan een vogel niet met deze instelling worden weggestuurd. Het geheugen is dan gauw vol en daarmee wordt slechts een beperkt deel van de route vastgelegd. Na twee oefenjaren krijgen we steeds meer grip op de gewenste instellingen. Afhankelijk van het type vraagstelling zullen we in 2011 en 2012 met instellingen gaan werken die specifieke deelvragen zullen helpen oplossen.


De voor een UvA-ontvangstantenne gebruikte hoogspanningsmast, terwijl de graanoogst in volle gang is - zomer 2009 © Hans Hut   (klik voor vergroting) Bevestiging van de UvA-ontvangstantenne door roofvogelliefhebber en TENNET-medewerker Jan Smit - zomer 2009 © Hans Hut   (klik voor vergroting) Roofvogelliefhebber en TENNET-medewerker Jan Smit op eenzame hoogte met uitzicht op de graanoogst - zomer 2009 © Hans Hut   (klik voor vergroting) Opstelling in het veld van de UvA-hardware vlakbij een nest grauwe kiekendief in een wintertarweveld - zomer 2010 © Adri Clements   (klik voor vergroting)