NIEUWSARCHIEF 2004
Ga voor nieuwsarchief actueel, 2016, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003


12-9-2004 (nieuws uit het veld)

Laatste zenderman Exit, en hoe!!

31 augustus 2004 kan met een dik uitroepteken in de analen van het kiekenwerk worden bijgeschreven; op deze dag hebben we namelijk onze laatste zenderman zien vertrekken. In dit Nieuwsbericht dus een getuige-verslag van de wegtrek van een Afrika-ganger! Eerst echter aandacht voor andere zaken dan gezenderde grauwe kieken-mannen.

Traditioneel is de overgang van het hectische veldseizoen naar het seizoen dat we gegevens weer op een rij moeten zetten een moeizame gebeurtenis. We verruilen het immer spannende veldwerk immers voor een bestaan achter de PC, we zien te veel vergaderruimtes en té vaak moeten we ons druk maken om zaken die eigenlijk gesmeerd zouden moeten lopen. Zo moeten we ieder najaar weer de touwtjes van het Lobby-werk aanhalen en proberen we keer op keer de bredere context van ons verhaal uit te leggen. Daarnaast zijn er weer zoveel kleine weetjes te melden dat het lastig is hier een nette samenvatting van te geven.

Eerst even een uitstapje naar de politiek. LNV en de verschillende partijen die momenteel het nationale soortenbeleid trekken zijn druk doende het volgende traject soortenbeleid in de steigers te zetten, met enige regelmaat schieten mailtjes voorbij waaruit blijkt dat de heren en dames ambtenaren en de vertegenwoordigers van de verschillende PGO's niet stil zitten.
Ditzelfde heeft de laatste tijd ook gegolden voor de verschillende statenleden die de portefeuille Natuur & Landschap onder hun vleugels hebben. Deze statenleden hebben overuren gedraaid vanwege de Nota Meer Gruin in Grunn! waarin het huidige college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Groningen haar plannen ontvouwd omtrent het natuur- en landschap in deze provincie. Aanvankelijk zou dit plan als hamerstuk reeds in juni er al doorheen gejast worden maar op initiatief van de PvdA-fractie is er een hoorzitting georganiseerd om de plussen en minnen in deze nota door te nemen. Onder voorzitterschap van CDA-coryfee Aaike Maarsingh kregen diverse vertegenwoordigers van belangengroeperingen het woord. Voor ons werk waren de bijdragen van Theo Verstreal van het Platform Soorten-overleg (PSO) en Henk van den Brink van de Vereniging Avifauna Groningen van belang. In een helder, gedecideerd, maar met een ondertoon van ongeloof werd het akkerwerk (Henk) en Soortenbeleid (Theo/Henk) aan de kaak gesteld. De nota van Bleker blinkt op deze beleidsterreinen uit in onduidelijkheden en inhoudelijke tegenstrijdigheden. Namens de Werkgroep Grauwe Kiekendief heeft woordvoerder Ben Koks in recht-toe-recht-aan-bewoordingen aangegeven waarom het niet slim is het kind met het badwater weg te gooien. Juist de mix van het bredere akkerbeleid, het succesvolle werk aan de grauwe kiek, het brede draagvlak in de streek, het vergaren van praktische kennis (voor een luttel bedrag) mag niet zomaar in de waagschaal worden gezet vanwege merkwaardige beleid van gedeputeerde Henk Bleker. Wij vertrouwen erop dat de statenleden naar aanleiding van deze hoorzitting het gesprek met GS later dit najaar goed voorbereid zullen aangaan. Bij Knipselmap is het artikel te vinden dat op 2 september in het Dagblad van het Noorden stond naar aanleiding van deze speciale commissie-vergadering. De teneur moge duidelijk zijn!!

Terug naar de biologie!
10 augustus: jong met rode kleurring op trek, foto Leo Boon
10 augustus: jong met rode kleurring op trek
foto Leo Boon
Half augustus werden we aangenaam verrast met de beelden die fotograaf Leo Boon ons deed toekomen. Leo had op 10 augustus het genoegen een jonge grauwe kiek nabij Camperduin (NH) voor z'n telelens te krijgen. Zoals jullie kunnen zien een magnifieke plaat van een vogel op trek (toen al!). Wie echter ietsje beter kijkt ziet dat deze jongeling links een metalen ring draagt en na wat gepruts achter de computer is tevens te zien dat deze vogel aan de andere poot een rode kleurring draagt; één van onze vogels uit één van onze werkgebieden in Niedersachsen derhalve. Hopelijk zien we dit fraaie jonkie nog eens terug als broedvogel!

Zoals regelmatige bezoekers van deze site inmiddels wel zullen weten hebben we - evenals in 2003 - een tweetal mannetjes kunnen vangen en door middel van zenderonderzoek aan opwindend veldwerk kunnen onderwerpen. Een waar team vrijwilligers (ca. 30 mensen deden mee) hebben daarmee een substantiële bijdrage aan het werk van RuG-student Arjen Pilon kunnen leveren. In totaal hebben we 159 uur (verdeeld over 21 dagen) en 250 uur (verdeeld over 32 dagen) aan respectievelijk de mannen van de Reiderwolderpolder en Blijham kunnen besteden. Reken d'r maar op dat dit heel wat genoeglijke uurtjes in het veld en spannend materiaal heeft opgeleverd. We kijken als Werkgroep dan ook reikhalzend uit naar de uiteindelijke resultaten!

Aan ieder avontuur komt echter een einde, zo óók aan de vele escapes van de beide mannetjes. Zo waren we zelf getuige van "het einde" van de Reiderwolderpolder-man. Dit mannetje bracht op 5 augustus zijn zoveelste prooi bij zijn wijfje en jongen die zich in de omgeving van de nestplek ophielden. Net als het Blijhamster mannetje had dit mannetje ná het uitvliegen der jongen de gewoonte ontwikkeld om andere roofvogels op hun falie te geven. Die middag waren een stel 1Kj buizerds veelvuldig de klos maar het was iedere keer weer redelijk frappant dat de agressie van onze mannetjes vele malen heftiger was als er een bruine kiekendief in de buurt van de nestplek opdook. Toen een volwassen mannetje bruine kiek over het goudgele wintergerst van de familie Hamster vloog kwam het tot een fel gevecht waarbij ons zendermannetje zijn middelste staartpen verloor. Na het gevecht werd het anders zo heldere signaal plotseling minder duidelijk. Een dag later hebben Jan Ploeger, Rik van der Starre en Erik Visser de staartpen in het ca. 12 hectare grote tarwe-veld van Edzo Huisman teruggevonden; een tamelijk ongelofelijk einde van de avonturen van deze zenderman in één van de Dollardpolders. Een sterk staaltje doorzettingsvermogen van de drie heren.

Gevonden in ca. 12 hectare tarwe: een staartpen met zender!
Gevonden in ca. 12 hectare tarwe:
een staartpen met zender!
Het dappere trio: Erik Visser, Jan Ploeger en Rik van der Starre.
Het dappere trio: Erik Visser,
Jan Ploeger en Rik van der Starre.

Oók aan ons werk met de Blijham-vogel kwam uiteraard een einde. Dit mannetje (eveneens een bigamist met 2 x 3 uitgevlogen jongen) kreeg na het beëindigen van ons werk aan de andere vogel onze volledige attentie en we hebben tot het moment van vertrek om de dag geprobeerd zijn gedrag te protocolleren. Mede omdat we zelf beter in staat waren zijn vaak wispelturige gedrag te snappen hebben we prachtige data verzameld. We hadden eigenlijk rekening gehouden met een vertrek halverwege augustus maar het wel heel erg slechte weer in die periode heeft het mannetje vermoedelijk doen besluiten zijn trip naar het Verre Zuiden even uit te stellen en zorg te dragen voor zijn jongen (vermoedelijk het nest dat ca. 1 week later uitkwam). Zijn leefgebied leek de laatste weken wat kleiner te worden; uitstapjes naar de Blauwe Stad, Winschoterhoogebrug en bijv. Oude Pekela werden schaarser. Daar stond tegenover dat in een tweetal percelen graszaad nabij de Beersterplas dermate veel veldmuizen werden geĆ«xploiteerd dat hij daar veelvuldig kwam.

Samenvatting van het protocol dat we op 31 augustus 2004 maakten.
tijdwaarneming
10.50 man zit op tarwestoppel Venneweg, tevens één jong aanwezig
11.15 één van de twee overgebleven jongen zit te eten aan een prooi
11.25 het begint zwaar te regenen gedurende 5 minuten
11.36 man laat zich wegjagen door twee jongen (dit zien we vaak bij kiek, ze manen hem min of meer aan weer te gaan jagen)
11.48 man en 1 juveniel gaan cirkelen richting Eltjo Buringhweg
11.53 wederom een regenbui, mannetje snel weer op tarwestoppel
12.01
t/m 12.11 actief op vogeljacht, steekt daarna weg over richting de Gaast. Vangt prooi op tarwestoppel west van de Gaast en gaat daarna een tijdje tevergeefs jagen in wegberm, slootkant & rand perceel mais
12.35 vangt een muis in slootkant, eet hij zelf op.
12.41 vangt een muis in perceel meerjarige braak en eet deze zelf op. Hetzelfde gebeurt Om 12.45, 12.50, 12.54, 12.56 & 13.03 uur
13.08
vangt weer een muis in het perceel meerjarige braak, nadat een aanzienlijk deel door het mannetje zelf naar binnen was gewerkt vertrekt hij naar de Venneweg.
13.26
een prooi-overgave (PO) met één jong; het tweede jong had zelf een muis gevangen en zat eveneens te bikken op het perceel van boer Kohllepel.
13.47
na een periode van regen wordt het mannetje weer door zijn jongen aangemaand te gaan jagen, vervolgt zijn vaste patroon, op vogeljacht over de Eltjo Buring-weg, daarna oversteken naar de Gaast.
13.57 onze held arriveert weer op het bewuste perceel braakland en heeft direct ruzie met een zwarte kraai.
14.02 na een keer mis te hebben gestoten vangt hij wederom een muis om deze zelf op te eten.
14.08
hij gaat weer jagen maar wordt even verstoord door twee wandelaars met stuitend gekleurde paraplu's; hij laat zijn braakland even in de steek en jaagt zonder succes op tarwestoppel.
14.18 hij vangt wederom een (veld)muis in het braakland en eet die zelf op, gaat daarna weer jagen
14.23
hij vangt een forse muis. Intussen vliegt er vrij hoog een 1Kj mannetje sperwer over. Doet een tijdje niets, kennelijk druk bezig met verteren forse hoeveelheid muizen.
14.40
gaat weer jagen en vangt 3 minuten later weer een muis. Even later vliegt er een 1Kj kanoetstrandloper vlak langs de auto; een voor deze contreien opvallende waarneming!
14.48 nadat mijnheer 2 minuutjes aan het jagen was ving hij weer een muis
14.52.38
mannetje vliegt abrupt op, gaat cirkelen en verdwijnt richting Vriescheloo. Dit gebeurt zo snel dat we met moeite het signaal kunnen volgen, wat opvalt is dat het signaal zich een rap tempo richting het Oosten verwijderd! Hij heeft er goed de sokken in!
15.05 via Vriescheloo en Veelerveen (15.11 uur) komt hij in Rhederveld terecht
15.20 hij wijzigt zijn koers richting Bourtange
15.29
op een gegeven moment leek onze man de grens over te steken bij Boekweitveen maar uiteindelijk zette hij stug koers richting het hoogste natuurlijke punt van Groningen (+14 mtr NAP): de Hasseberg.
15.33
pal over de Hasseberg stak onze man bij dit markante stukje Groningen de grens over. Hij zetten direct koers richting de Autobahn Emden-Meppen alwaar we t.h.v. het dorpje Neusustrum merkten dat het signaal sterk was (kan dus hoog zitten), maar dat de gerichte koers plotseling was veranderd in een koerswijziging. Wij weer terug (een aantal automobilisten moet hebben gedacht wat die maffe Nederlanders op hun wegen aan het klooien waren).
Kaart van de route die de zenderman heeft gevolgd op 31 augustus 2004. 15.56
uiteindelijk was het helder dat onze man bleef hangen in de nabijheid van een enorm windturbinepark in het Neusustrumermoor en dat het signaal uiteindelijk zwakker werd in het NW-deel van het Rüthenbrockermoor. De enige optie was om naar het zandpad op de grens van Emsland en Groningen te rijden en daar een aantal halsbrekende toeren uit te halen om de grens over te steken

16.15
toen wij uiteindelijk in een open stuk stil stonden zagen we t.h.v. Laudermarke twee adulte mannetje boven het Ruiten-Aa-kanaal zweven, cirkelend & buitelend om elkaar heen. Via een sluiproute nabij de Bruil zijn we als een speer naar Laudermarke gereden; het signaal werd sterker en sterker naarmate we weer naar het Noorden reden

16.33
hebben de twee mannetjes weer keurig in beeld. Op datzelfde moment kwam een adult mannetje boomvalk langs-jakkeren en het geluk van Chris en Ben was compleet toen de beider mannen op een nog niet geoogst perceel rogge bleken te jagen. Het weer was intussen wat minder geworden (hardere wind, beetje regen) en onze mannen deden hun best een prooi te verschalken. Ons zenderman was makkelijk van het ons onbekende mannetje te onderscheiden doordat dit - overigens zeer licht gekleurde - mannetje rechts een hand-pen miste. Nadat het buiïge weer ophield vertrokken beide grauwe kieken richting Roelage en verder naar Ter Haar, nadat we de vogels nog strak en redelijk hoog tegen de wind in zagen ploeteren (KM-hok: 18-12-34) verdwenen ze richting Ter Apelkanaal (de AVEBE-fabriek)

17.52
ergens nabij Zandberg-Musselkanaal raken we de kieken kwijt.
Hiermee kwam een einde aan het volgen van onze laatste zendermannetje in 2004 en kan worden gesteld dat dit in stijl is gebeurd!

De portee van deze reeks waarnemingen moge duidelijk zijn; we zijn getuige geweest van iets dat slechts bij hoge uitzondering is vastgesteld. Natuurlijk moet je over een overdosis mazzel (voordat je het weet raak je het signaal kwijt, bovendien moet de verkeers-situatie het wel mogelijk maken dit alles zo te registreren) maar het was wél een feit dat deze actie uitsluitend mogelijk was omdat onze man op zijn middelste staartpen een mooi zendertje had zitten. Hierdoor zijn we in staat om stukjes van de vele mysterie's rond Circus pygargus beetje bij beetje te ontrafelen. Dit soort actie's moeten natuurlijk direct worden gecheckt, 's avonds direct Rob Bijlsma gebeld en die gaf aan dit ook eens een keer met één van zijn wespendieven te hebben meegemaakt; hij kon de gezenderde vogel destijds - hard trappend op zijn krakende opoe-fiets tot aan Steenwijk (vanuit zijn bossen nabij Wapse) volgen. Ook deze vogel vertrok ergens in de middag, ook hier was sprake van een volkomen unieke, hetzij anekdotische, maar O Zo boeiende waarneming!


17-8-2004 (nieuws uit het veld)

Aan alles komt een eind; zo ook aan Rik zijn stage!!

Hoewel het veldseizoen 2004 nog niet ten einde is (we volgen nog steeds een zenderman die niet van ophouden weet) kunnen we nu toch wel stellen dat het gros van het veldwerk erop zit. Eenieder die weet wat veldwerk is weet dat het eerste helft van het seizoen bijna geruisloos aan je voorbij gaat en voor je het weet de tweede helft plotseling ten einde is. 2004 kan echter nu al in de boeken worden gezet als één van de meest succesvolle in onze reeks. Niet in de eerste plaats vanwege de keur aan boeiende gegevens die zijn verzameld, ook niet vanwege het vele en vooral mooie succesvolle werk in de Duitse akkers, ook niet vanwege het toch wel stevige aantal succesvol uitgevlogen jongen dit jaar en/of het feit dat de samenwerking met onze boeren, personeel van de Drogerij BV Oldambt zo vlekkeloos en vooral weer hartelijk verliep, maar vooral ook dankzij de hulp én inzet van de vele vrijwilligers en de beider studenten waardoor we weer een stukje extra de diepte in konden duiken. Vorige week hebben we met een snik en een traan afscheid genomen van Rik van der Starre uit het fraai vormgegeven Almere (Rik vergeef me al die lullige grapjes over je woonplaats) en we kunnen rustig stellen dat we heel erg veel hebben genoten van zijn aanwezigheid in de Groninger en Duitse akkers. Mede dankzij Rik zijn immer alerte houding ontging ons geen enkele fraai vormgegeven jonge dame, hebben we kennis gemaakt met de weinig subtiele teksten van de Duitse popgroep Rammstein maar we zijn toch vooral aardig verder gekomen in het verzamelen van waardevolle gegevens. Rik heeft zich vooral verdienstelijk gemaakt tijdens het karteren van akkervogels volgens de BMP-methode in een aantal proefgebieden in het Duitse Rheiderland en het Nederlandse Reiderland, zijn hulp bij het vinden van nesten, het frequent controleren van prooipalen, het vangen van de mannetjes, het volgen van de zendervogels etc. etc. Zijn stage is op een prima wijze verlopen en we hopen allemaal dat Rik zijn hart definitief aan de twee V's (Vogels en Vrouwen; in deze volgorde uiteraard!!) heeft verpand. Voor zijn huisblaadje De Grauwe Gans (uitgave Vogelwacht Zuidelijk Flevoland) heeft hij een tijdje terug zijn relaas opgeschreven; dit relaas geeft een mooi indruk van hoe een stagiaire zijn tijd in de Groninger vlakten heeft doorgebracht.

Stage-ervaring Grauwe Kiekendief

Rik maakt midden in zijn telgebied nabij Ganzedijk reklame voor zijn vorige stagebieder Staatsbosbeheer!
Rik maakt midden in zijn telgebied nabij Ganzedijk reklame voor zijn vorige stagebieder Staatsbosbeheer!
De stage begon half april met een avond met de werkgroep over het bepraten en uitwisselen van ervaringen uit het vorig seizoen en bespreken van dingen komend seizoen.
Ook werd ik een beetje voorgesteld aan de werkgroep (voor de mensen die mij nog niet kende) en werd er besproken wat ik komend seizoen moest gaan doen.
De week daarna mocht ik meteen aan de bak om Grauwe kiekendieven te zoeken. Op de avond van de bespreking was al een paartje Grauwe kiekendief gezien vlak bij mijn slaapverblijf in Kostverloren. Al gauw bleek het mannetje een kleurring te hebben dat die seizoen nog niet afgelezen was. De dagen erna hebben we veel moeite gedaan om dit mannetje af te lezen doormiddel van zogenaamd prooipaaltje te plaatsen. Dit is een zitplek waar de grauwe kiekendief graag op zit en zijn prooien opeet. Onder de paal zoeken wij weer de braakballen om die aan het eind van het Kiekenseizoen uit te pluizen zodat wij weten wat de Grauwe kiekendief allemaal heeft gegeten. 3 mei was toen eindelijk het mannetje afgelezen met de code P4.
In die periode volgde snel vele Grauwe kiekendiefwaarnemingen met al de eerste balts en copulaties. Uitgerekend waren half mei de eerste beesten al aan het broeden.

De eerste 3 weken waren vooral het goed kijken naar Grauwe kiekendieven in het Oldt Ambt, West-Niedersachen en Flevoland. O.a. een goede leerervaring was vooral het opschrijven van al je waarnemingen.
Verder deed ik nog inventarisatiewerk in 4 verschillende gebieden in Groningen en Duitsland. Deze gebieden waren allemaal akkerbouwgebieden met verschillende Faunaranden. De gebieden lagen alle in de buurt waar ook Grauwe kiekendieven broeden en de inventarisatie ging dan ook om de dichtheid van akkervogels (prooidieren van de Grauwe kiekendief) te bepalen. Ook werd speciaal gekeken naar de dichtheid van akkervogels en het jaaggedrag van Grauwe kiekendieven in de Faunaranden. Dit was weer een hele ervaring want met akkervogels had ik op inventarisatiewerk nog niet veel ervaring. Het viel me op de vele gele kwikken in de gebieden en eigenlijk alle akkervogels als je het met Flevoland vergelijkt.

Na half mei begon het echte Grauwe kiekenwerk. Je zag nu overal balts en copulatie. De meeste paren hadden zich nu gevormd en het beschermen kan nu aan de gang. De vogels die boven Luzerne aan het baltsen waren werden extra in de gaten gehouden. Luzerne wordt ongeveer eind mei begin juni voor de eerste keer gemaaid dus is het belangrijk om hier bescherming bij toe te passen. Bij Wintertarwe en Wintergerst is dit beschermen minder belangrijk omdat dit ongeveer eind juli-begin augustus wordt geoogst wanneer de jonge kiekendieven net zijn uitgevlogen. Luzerne wordt ongeveer 3 keer geoogst.
Vlak nadat er net om het nest is heen gemaaid wordt er een klein hekwerkje om het nest gezet (met stroom) om de predators uit de buurt te houden doordat het niet-gemaaide luzerne nogal zichtbaar is.

Zoals je hiervoor al hebt gelezen broeden Grauwe kiekendieven vooral in Luzerne, Wintertarwe en Wintergerst. Soms zitten er ook rare gevallen tussen zoals kieken die in Graszaad, Koolzaad of ruigte zitten. Laatste komt vooral voor in het Lauwersmeer.
Graszaad wordt al vroeg gemaaid dus ook dit vergt dezelfde maatregelen als bij het Luzerne. Het is mij opgevallen dat in het Koolzaad vooral de bruine kiekendieven broedt. Heel af en toe wil er ook wel eens een grauwe in broeden. Voor beschermingsmaatregelen zijn dat makkelijke beesten omdat dit vrij laat wordt geoogst maar nu komt er een ander probleem bij kijken. Het weer. Bij slecht weer (veel wind en regen) gaat het koolzaad hangen. In de slechte gevallen over het nest van de grauwe kiekendief zodat het vrouwtje niet meer bij haar nest kan komen en zo het nest verlaat. Tevens heeft het weer op alle gewassen invloed omdat deze ook kunnen gaan hangen (tarwe, gerst en luzerne), alleen koolzaad is meestal zo zwaar dat de Grauwe kiekendief niet door de ruigte heen kan breken.

Vanaf begin juli worden de eerste jongen geringd. Deze krijgen dan niet alleen een aluminium ring om maar ook een kleurring. Tot nu toe zijn voor Nederland gele kleurringen gebruikt en voor Duitsland rode en groene kleurringen.
Dus voor mensen die komende tijd Grauwe kiekendieven zien; let goed op want voor je het weet is het er één met een kleurring. Op de kleurring staat een 2 cijferig en/of lettercode waarin is af te lezen waar dit beest is geringd, hoe oud hij/zij is, de conditie van het beest van toen het werd geringd en waar hij mogelijk al eerder is afgelezen.
Half juni hebben wij ook 2 adulte mannen gevangen. Dit is gebeurd met een speciale vangtechniek op een paaltje waar de kiekendief graag zit. Deze beesten werden geringd en kregen ook nog een zender om. Deze weegt maar enkele grammen zodat de kiekendief er haast geen last van heeft. Wij hebben deze beesten gezenderd om in kaart te brengen waar hij zo'n beetje allemaal jaagt. Ook kom je er opeens achter dat een mannetje opeens twee vrouwtjes heeft om te voeren. Iets wat je zonder zendering moeilijk kunt vaststellen.
1 paar van een gezenderde man is gevonden door mijn moeder. De boer van wie het land was kwam ook nog eens oorspronkelijk uit Flevoland. Zo kwam ik bij de naam "Het Flevopaar in NO Groningen". Voor half juli staat op de planning om mogelijk nog een derde man te zenderen en te volgen.

Het is al bekend dat dit jaar een goed jaar zal worden voor de Grauwe kiekendief. In NO Groningen zitten we al op een aantal van 38 paar!! Zuidelijk-Flevoland scoort dit jaar hetzelfde met 5 paar (mogelijk zelfs 6). In Noordwest Duitsland zitten we nu op zo'n 15 paar. Toch zullen hier veel meer paren zitten dan we tot nu toe hebben gevonden gezien het ideale biotoop en voedselaanbod.
Het aantal Faunaranden dat de laatste in NO Groningen flink is toegenomen helpt zeker mee aan de grote Grauwe kiekenstand. Duitsland hebben we al overgehaald om ook mee te doen aan dit project en meteen zie je de Grauwe kiekendief al jagen op de Faunaranden. Dit lijkt mij één van de redenen waarom Flevoland nog niet in de race zit met het aantal Grauwe kieken.
Een leuk idee zou dan ook kunnen zijn om in Flevoland ook zulke mooie Faunaranden te creëren.

Dat het zoeken van paartjes Grauwe kiekendieven niet makkelijk is blijkt toch wel aan de hand dat er onlangs nog een paartje Grauwe kiekendief is gevonden op een plek waar wij gemiddeld 2 keer per dag langsrijden. Aan de hand van vrijwilligers voor de Grauwe kiekendief en waarnemingen op de site www.grauwekiekendief.nl blijven wij nieuwe paartjes vinden. Ook het onderzoek in Duitsland gaat steeds beter. We vinden er iedere keer weer paartjes erbij. Nu ik redelijk vaak in Duitland kom heb ik mijn Duitse taal ook weer wat opgekrikt en maak je daar verschillende dingen mee zoals een Duits parlementslid die even op bezoek komt in zijn BMW van 100.00 euro op een landbouwweg met allemaal modder.
Dit is één van de vele leuke ervaringen die ik heb gehad met deze stage.
Dit mag ook wel de ideale stage worden genoemd want wie wil nou niet de hele dag buiten zijn een beetje lopen kijken naar Grauwe kiekendieven?! En met slecht weer een stukje schrijven voor de Grauwe gans terwijl er ondertussen een Ransuil in de tuin zit, en dan heb ik het nog niet eens over de Draaihals eind april 3 meter voor het keukenraam.
Kortom dit is een stage die ik niet snel zal vergeten en wat heel waardevol voor mij is geweest.

Rik v/d Starre


18-7-2004 (nieuws uit het veld)

Juli 2004; ondanks bovenmatige regenval toch goede resultaten.

De groep verregende Emsland-gangers.
De groep verregende Emsland-gangers.
De mensen die mee waren om het vrijwilligersweekend handen en voeten te geven hebben het geweten; regen beïnvloed in hoge mate de resultaten van het veldwerk! Trouwe lezers van deze site weten dat er in het weekend van 3 & 4 juli een weekend is geweest om een paar potentieël goede gebieden in het grensgebied door te vlooien op de aanwezigheid van grauwe kieken. Emsland is echter een grote Landkreis met veel geschikte landschappen voor de wiesenweihe. Met name het grensgebied globaal genomen ter hoogte van Emmen, Klazienaveen werd door 14 tot de tanden gewapende werkgroepleden bekeken. Hoewel we geen grauwe kieken hebben gezien, weten we inmiddels wel dat delen van Emsland niet voor niets in de boeken staan als broedgebieden voor deze soort. Het gebied dat de grootste indruk heeft achter gelaten is een gebied ten Oosten van de rivier de Ems; de Tinnen Dose geheten! Dit gebied is een belangrijk oefengebied voor de Bundeswehr en heeft alles in zich om voor vogels aantrekkelijk te zijn. De spil van de Tinnen Dose wordt gevormd door een langgerekt heide-terrein met her en der nog stukken (hoog)veen. Dit gebied is omzoomd door kleinere bos-complexen, extensief gebruikte hooilandjes en daarachter verschrikkelijk mooie akkers! Akkers zoals wij die in Nederland allang niet meer kennen maar die kunnen worden gekarakteriseerd als goed voor soorten als veldleeuwerik, geelgors (de talrijkste zanger aldaar), zomertortel en bijvoorbeeld patrijs (waar zie je nog twee adulten met maar liefst 18 kuikens een perceel zomergerst inrennen). Leuke soorten zijn onder andere grauwe klauwier (bepaald niet zeldzaam) en raaf. We hebben hier tot op heden één nest van een grauwe kiek gevonden maar door het ingewikkelde karakter van het landschap in combinatie met onze grote onervarenheid in dit gebied moeten er gewoon meer vogels in dit spannende gebied zitten. Voor meer informatie over deze regio www.bezirksregierung-weser-ems.de
Zaterdagavond hebben we een chinees gepakt in Klazienaveen en inmiddels hadden SBB-boswachter Bert Versluijs en Bargerveen-expert Hans van Berkel zich bij de groep gevoegd. Door Bert en Hans kregen we een geweldige excursie door het Bargerveen aangeboden; de geoorde fuutjes lieten zich perfect zien, een mannetje grauwe klauwier liet zich door de telescoop van Jelle goed bekijken en klap op de vuurpijl was een nachtzwaluw die luid zingend in de stromende regen kon worden beluisterd. Hoewel niemand er eigenlijk meer op rekende een waarneming van formaat tijdens een onvergetelijke excursie; Bert en Hans nogmaals bedankt!!

Mislukt omdat de tarwe door hevige regen en wind over het nest is gaan liggen.
Mislukt omdat de tarwe door hevige regen en wind over het nest is gaan liggen.

Regen, regen, regen dus... We hielden ons hart vast tijdens de periode (rond 23 juni) dat hevige regenval werd gecombineerd met stormachtig weer. Deze periode viel exact in de periode dat de meeste eieren net uitkwamen, doorgaans is een dergelijke periode fataal voor onze grond-broeders. Dat er schade is geweest staat buiten kijf; wij waren echter verrast dat de meeste nesten deze periode goed hebben doorstaan. Van één nest nabij Meeden weten we zeker dat het door gelegerd (legeren = plat gaan liggen) tarwe is mislukt; ook elders zijn gewassen echter gaan liggen maar hier ging het goed. Wat echter wel een vaststaand feit is, is dat ca. 30% van alle pasgeboren jonkies (dus binnen een legsel!) in de bewuste periode het loodje hebben gelegd; zonder deze periode zou 2004 een superjaar zijn geweest. Dé reden dat de meeste legsels het takkenweer zo goed hebben doorstaan ligt verscholen in het simpele feit dat het muizenaanbod gewoon goed is te noemen. Aan de hand van onze zendermannen weten we inmiddels dat iedere korte periode tussen de buien door werd gebruikt om te jagen; het succes van onze mannen hangt uiteraard sterk samen met de beschikbaarheid van voldoende prooidieren!

Nu we dan toch zijn aangeland bij ons zender-onderzoek zal het moeite kosten niet te veel uit te wijden. De beider zendermannen blijken een goudmijn aan gegevens op te leveren en Arjen Pilon zal in de uitwerkperiode zijn handen vol hebben alle data tot hanteerbare conclusie's te verwerken. Het veldwerk rond de beider mannen loopt mede dankzij de prima coördinatie van Arjen (doordeweeks) en Jan Ploeger (zaterdag, dan worden beider mannen simultaan gevolgd) prima. Het volgen van "onze mannen" blijkt een optelsom te zijn van scherp waarnemen, geconcentreerd werken, een portie mazzel, de juiste strategische keuzes maken, goed kunnen samenwerken, vlot en veilig rijden en vooral lol hebben in het op de staart zitten van één van de mannen. Dit lukt tot op heden goed en wij weten inmiddels veel meer over het rigide edoch tegelijkertijd onvoorspelbare foerageerpatroon van beider bigamisten.
Zo laten beide mannen zien dat hun homerange nogal ruim bemeten is. De Blijham-man dook met wisselend foerageer-succes op in de buurt van Nieuwe Pekela, Vriescheloo, nabij Winschoterzijl en meerdere malen in de Blauwe Stad. Het mannetje uit de Reiderwolderpolder laat zich regelmatig bewonderen in de buurt van Nieuw-Beerta, Oostwold en ook in de Blauwe Stad. Deze enorme bouwput (de Blauwe stad is een patserig project waar doorgedraaide bestuurders, ijdele ambtenaren en op geld beluste sjacheraars met gemeenschapsgelden smijten) wordt momenteel met groot materiaal ingericht en mede hierdoor liggen er honderden hectaren voormalige landbouwgronden braak. Waar braak wordt gelegd daar duiken in Oost-Groningen acuut grauwe kieken op. Zowel de beide gezenderde heren als niet gezenderde heren laten zich hier geregeld zien. Hoewel wij het in het geheel niet eens zijn met de principes van de Blauwe Stad blijkt dit gebied wel een reusachtig experiment te zijn waarop onze vogels direct reageren.
Het spreekt voor zich dat we komende tijd nog veel tijd zullen besteden aan het volgen der zendermannen.

Intussen hebben onze inspanningen in Ost-Friesland weer de nodige momenten van grote genoegdoening opgeleverd. Wij werken in de gebieden Riepsterhamrich en Krummhörn samen met het echtpaar Sabine en Rolf Baum. Het klikt uitstekend tussen ons en onze Duitse vrienden en intussen hebben we gezamenlijk in beider gebieden ongeveer van 15 paartjes vastgesteld.
Door legeren waren de jongen niet meer bereikbaar voor de oudervogels.
Door legeren waren de jongen niet meer bereikbaar voor de oudervogels.

Bijzonder waren de drie paar nabij Riepe in één perceel koolzaad. Koolzaad blijkt zich te ontpoppen als een gevaarlijk gewas voor onze kieken; op het moment dat het gewas begint af te rijpen gaat het legeren en dan kan een ondoordringbare wirwar van koolzaadstengels de nestjongen afsluiten van de ouderdieren. Toen wij op 28 juni gingen posten nabij het bewuste perceel koolzaad bleek alras dat er iets niet geheel pluis was bij de nesten. De wijfjes vielen na een prooi-overgave niet gewoon in, maar bleven op het koolzaad zitten. Bij het vinden van de nesten blijkt waarom: het eerste nest met daarin vier jonkies van 10-14 dagen oud was nagenoeg afgesloten voor het wijfje. Dit wijfje kon haar prooien uitsluitend kwijt door zich via allerlei kleine openingen door het koolzaad te wurmen. Het tweede nest was echter al afgesloten van de buitenwereld en de nog kleine jongen (7-10 dagen oud) zaten op ca. 2 meter van het oorspronkelijke nest. Aan de schijtsporen van het wijfje was te zien dat ze veelvuldig op het koolzaad zat maar er gewoon niet bij kon, het nest als zodanig was dan ook niet te zien. Men hoeft geen al te grote fantasie te hebben om te weten dat de jongen dan kansloos zouden zijn geweest. Bij beide nesten is een opening van 1½ x 1½ meter gemaakt zodat de ouderdieren weer gewoon bij de jongen konden komen. We hebben helaas moeten constateren dat onze actie voor het derde paar te laat kwam; een paniekerig rondvliegend wijfje en een braaf prooi-aanvoerend mannetje is het laatste wat we van dit jammerlijk mislukte paar hebben gezien.
Op 14 juli zijn beide nesten weer gecontroleerd; intussen vlogen er bij nest I drie jongen vrolijk rond en bleek het kleinste jong een mooie inhaalrace te hebben gelopen. Bij nest II vlogen twee jongen perfect rond en kon jong no. 3 via een list worden gevangen, jong 4 (zag er op 28 juni tamelijk beroerd uit) bleek eveneens tot een gezonde kiek te zijn uitgegroeid.

Op 9 juli hebben we samen met Rolf en Sabine historie geschreven in Krummhörn. Dit gebied benoorden Emden (en eigenlijk heel erg dichtbij Nederland, de Eemscentrale is permanent te zien!) moet goed zijn voor grauwe kieken. Door het extreem open landschap is het echter ook in trek als gebied om windmolen-parken te bouwen. Na een paartje in wintergerst nabij Pewsum te hebben geringd konden we vanaf de zeedijk t.h.v. Manslagt vaststellen dat een perceel wintertarwe twee paar grauwe kieken herbergde. Het gedrag van één wijfje verried echter grote paniek; de reden van deze paniek lag verscholen in het feit dat oude windturbines werden afgebroken t.b.v. het plaatsen van nieuwe exemplaren. Niet alleen door de aanwezigheid van een mega-dril-boor, een super-kraan (om de kop van de turbines eraf te tillen), 4-5 zware vrachtwagens en ander zwaar materiaal en behoorlijk wat volk maakte het wijfje overstuur.

Kiekendieven ringen tussen de drilboren en voorbij denderende vrachtwagens in een windturbine park in aanleg! Door kordaat optreden van Rolf en Sabine Baum i.s.m. Landkreis Aurich en het verplaatsen van een compleet nest zijn de jongen uiteindelijk toch uitgevlogen.
Foto's: Sabine Baum.

Het feit dat men op hooguit 13 meter van het nest - in het tarwe van boerin Amei Heeren - een oprit van zand en gravel had aangelegd maakte het feitelijk voor het wijfje onmogelijk om haar nest te bereiken. Daarna zijn wij het tarwe ingelopen en vonden vrij vlot het nest. De jongen waren allen qua gewicht aan de lichte kant maar oogden verder gezond! Direct werd besloten een trucje uit te halen dat we in Groningen en aantal malen met succes hebben uitgehaald; het nest werd ruim 100 meter verplaatst in het tarwe. Nadat we weer terug kwamen hadden we geluk. Het mannetje kwam met een prooi en het wijfje ging direct naar de oude nestplek. Hier bleef ze echter zeer kort en daarna vloog ze linea recta naar de plek waar het nieuwe nest lag, viel zonder dralen in en trok zich verder niets meer aan van de werkzaamheden. Op 14 juli zijn beider nesten gecontroleerd, in de buurt van nest I vlogen drie kerngezonde jongen rond en bij het verplaatste nest kon één jong al aardig vliegen. De twee kleine jongen konden echter nog een keer worden gemeten en gewogen. Qua gewicht waren ze beide weer helemaal in orde maar aan de ontwikkeling van de staartpennen kon worden afgeleid dat ze het destijds erg moeilijk hebben gehad! Nestjongen die tijdens de groei op het nest perioden van honger meemaken ontwikkelingen namelijk honger-maliën. Honger-maliën zijn in feite niets anders dan weef-foutjes in een veer die het gevolg zijn van voedsel-stress.
Als gevolg van deze actie hebben Sabine en Rolf direct contact opgenomen met vertegenwoordigers van Landkreis Aurich en de volgende dag is direct een bijeenkomst in het veld belegd met de ingenieurs van het windmolenpark in oprichting erbij. Duitsers zouden geen Duitsers zijn als er niet direct actie werd ondernomen. Dezelfde dag is besloten dat de werkzaamheden rond het park worden stilgelegd in de periode dat de nestjongen nog op het nest zitten, een sterk staaltje van adequaat reageren t.b.v. de bescherming van een in Niedersachsen hogelijk gewaardeerde Rode Lijst-soort.

Natuurlijk mag niet onvermeld blijven dat in Flevoland nu vier nesten zijn met elk vier jongen; dit kan gerust uitzonderlijk worden genoemd! Een mannetje met een beschadigde rechtervleugel (hij heeft daar een gebroken handpen) bezorgd ons nog enige kopzorgen. Deze man hoort zeker niet bij één van de bekende nesten maar moet gezien zijn aanwezigheid toch ergens een nest hebben (gehad?). Komende tijd wordt de zoektocht naar dit heerschap weer hervat!
Intussen is de tussenstand in de Lauwersmeer ook niet bepaald slecht. Zoals het zich nu laat aanzien zitten er nu maar liefst 5 paren met jongen en lijkt het zesde paar te zijn mislukt. Twee van deze paren zitten in het Groninger deel van het Lauwersmeer, de overige vier paren zitten weer op de traditionele plekken in het Friese deel van dit fraaie natuurgebied.
Het is dus zeker dat we landelijk boven de 40 paar gaan uitkomen, dit is de laatste 25 jaar slechts een aantal malen eerder voorgekomen.

Op het bezoek van Adri de Gelder en Marc Argeloo van Vogelbescherming Nederland komen we later terug. De positieve contacten die we laatste maanden met VBN hebben verdienen meer dan een paar regeltjes in dit Nieuwsbericht. Hier echter wel een foto waarop beider heren zijn te zien terwijl bij de familie Ten Have te Korengast een drietal blakende jongen van ringetjes worden voorzien.
Op het bezoek van Adri de Gelder en Marc Argeloo van Vogelbescherming Nederland komen we later terug. De positieve contacten die we laatste maanden met VBN hebben verdienen meer dan een paar regeltjes in dit Nieuwsbericht. Hier echter wel een foto waarop beider heren zijn te zien terwijl bij de familie Ten Have te Korengast een drietal blakende jongen van ringetjes worden voorzien.


25-6-2004 (nieuws uit het veld)

Eerste jongen geboren, een nieuw paar slechtvalken en veel leuke contacten!

Dit veldseizoen lijkt alles wat we in gedachten hebben goed te lukken. Het is dus lastig een redelijk beknopte bloemlezing te geven van de gebeurtenissen sinds het verschijnen van het laatste Nieuwsbericht.

Zeer content zijn we met het feit dat het is gelukt een tweetal adulte mannen te vangen vanwege ons zenderonderzoek. Zoals bekend heeft RuG-studente Marlien de Voogd in 2003 de spits afgebeten met dit onderdeel van ons onderzoeksprogramma; in 2004 mag RuG-student Arjen Pilon zijn tanden in dit onderdeel van het veldwerk zetten. Net als in 2003 weten we nu al dat beide mannen er twee vrouwen op na houden. De man in de Reiderwolderpolder heeft op ca. vijf kilometer afstand van elkaar twee wijfjes ieder met vijf eieren (resp. in wintertarwe en wintergerst). Het tweede mannetje is gevangen nabij Blijham en zijn beide vrouwen hebben elk een legsel met vier eieren (wintertarwe en baardtarwe).

Op de dag dat we onze eerste bigame kerel vingen was er een afspraak gemaakt met PvdA Tweede Kamer-lid Harm Evert Waalkens. Vlak voordat deze afspraak in Finsterwolde zou plaatsvinden werd echter het mannetje gevangen zodat beleefd maar stellig een telefoontje naar Harm Evert moest uitgaan met de mededeling dat door de vangst van ons eerste mannetje in 2004 de afspraak wat zou worden verlaat. Harm Evert zou echter geen Waalkens heten als hij niet direct in zijn auto stapte om het hele proces van ringen, nemen van biometrische maten en het bevestigen van de zender te volgen. Op zijn site www.harmevertwaalkens.pvda.nl is een verslag van zijn indrukken van deze vangst terug te vinden. Het gesprek dat we nadien bij hem thuis hadden was daarnaast erg motiverend! Zaken als algemene landbouwpolitiek, de toegevoegde waarde van Agrarisch Natuurbeheer, de ontwikkelingen in Niedersachsen en de toegevoegde waarde van ons aandeel in het nationale soortenbeleid werden met een goede bak koffie binnen handbereik bij de hoorns gevat. We zijn blij dat we er een warme pleitbezorger bij hebben in de Haagse politiek!

Harm Evert Waalkens en Ben Koks met de eerste gezenderde man in 2004.
Harm Evert Waalkens en Ben Koks met de
eerste gezenderde man in 2004.
Harm Evert Waalkens geeft de zenderman zijn vrijheid terug.
Harm Evert Waalkens geeft de zenderman
zijn vrijheid terug.

In het vorige nieuwsbericht maakte we al melding van het feit dat we zeer geregeld 2 Kj vogels tegenkomen. Oók in de voorbije weken waren het vooral mannetjes maar er zijn nu tevens een tweetal wijfjes bijgekomen. Beide dames zijn tamelijk bijzonder en het vermelden dus waard.
Op het pas gemaaide luzerne vlak achter de boerderij van Rolf Peter Löblein in de Landschaftspolder ontdekte Rik een wijfje met een groene ring. Zoals bekend gebruiken we groene ringen in Niedersachsen en omdat de betreffende vogel zich goed en makkelijk liet bekijken werd al snel duidelijk dat het hier om groen T4 ging. Dit wijfje hebben we op 12 juli 2003 zelf geringd in Riepsterhamrich uit een nest van vier bij boer Meyer. Dit nest zou nimmer zonder nestbescherming succesvol zijn geweest (wintergerst, zie ook het nieuwsbericht van 25-07-2003) en het is dan ook frappant dat uitgerekend deze vogel zich laat zien op het akkerland van de voorzitter van de eerste agrarische natuurvereniging in Duitsland. Het tweede 2 Kj wijfje liet zich vangen op een nestplek nabij Westerlee. Deze dame bleek 4 eieren te hebben en is gepaard met een 3 Kj man. Het is ons eerste vrouwtje dat op een dergelijk jeugdige leeftijd tot broeden over gaat.

Het 2 Kj wijfje.
Het 2 Kj wijfje.
Treurig, een vergiftigde Rode wouw!
Treurig, een vergiftigde Rode wouw!

Treurig was de vondst van een dode rode wouw nabij de Egyptische dijk (Hongerige Wolf). Deze vogel is hoogstwaarschijnlijk als gevolg van een vergiftiging door Aldicarb (heeft een kenmerkende geur) aan zijn einde gekomen. Droevig om te moeten vaststellen dat er ondanks een aanwijsbare mentaliteit-verbetering ten aanzien van roofvogels in het Oldambt nog steeds gekken rondlopen die dit soort stommiteiten uithalen. Een stuitend voorbeeld van Natuur- en Milieu-terreur!

Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat het paar slechtvalken die we in 2003 tijdens ons veldwerk nabij Noordbroek vonden dit seizoen met succes 4 prachtige jongen heeft doen uitvliegen. Het wijfje is dankzij het werk van Hans Hut inmiddels geïdentificeerd als een vogel die nabij Bremen (D) is geboren, de eveneens gekleurringde man is afkomstig uit het Nederlandse project van Peter van Geneijgen (Werkgroep Slechtvalk Nederland) maar is nog niet afgelezen. De vier jongen hebben met name een stormachtige groei kunnen maken vanwege de gestage aanvoer van race-duiven.
Tussen deze massa staal is het moeilijk een Slechtvalk te vinden.
Tussen deze massa staal is het moeilijk
een Slechtvalk te vinden.

De verrassing was groot toen werkgroep-lid Hilbrand Schoonveld tijdens een zoektocht naar een vers gemelde grauwe kiekendief man nabij het Eemshaven-terrein een nieuw broedpaar van de Slechtvalk vond. Een dag later bleek bij controle dat dit paar een drietal nagenoeg vliegvlugge jongen had, het mannetje droeg een oranje kleurring van de WSN en het wijfje is ongeringd.
De prikkelende vraag die gesteld kan worden is natuurlijk hoeveel slechtvalk-paren er in ons ogenschijnlijk goed bekeken landje er nu over het hoofd worden gezien. Het is namelijk zeer waarschijnlijk dat beide paren - die zijn gevonden tijdens zoektochten naar grauwe kiekendieven - nimmer waren geregistreerd. De paar duizend kilometer hoogspanningsmasten die Nederland rijk is worden immers belabberd bekeken terwijl bekend is dat een hele trits roofvogels hier inmiddels in kan broeden. Zelfs de meest boeiende roofpiet van dit gezelschap (en zeker niet de kleinste!) zal toch her en der aan de aandacht ontsnappen.

De komende weken zullen naast het routine-matige werk (controleren nestplaatsen, verzamelen dieet-gegevens, ringwerk en voorlichting) voornamelijk bestaan uit het verkennen van potentiele broedplaatsen in Niedersachsen en het volgen van de beide zendermannen. Mensen die serieuze belangstelling hebben hieraan een bijdrage te leveren kunnen het beste even bellen met Erik Visser of Ben Koks. Zie ook bij de agenda voor de oproepen!


6-6-2004 (nieuws uit het veld)

Succesvol vrijwilligersweekend, het eerste adulte wijfje en een blauwe kiek in koolzaad!

Zoals in eerdere edities reeds is aangestipt mogen we in 2004 zeker niet mopperen als het gaat om het werk rond onze kieken. Met name in het Oldambt zitten we nu op goede aantallen hoewel het wel opvallend is dat het Noordelijk deel van dit zeekleigebied er momenteel bekaaid af lijkt te komen. Tot op heden zijn er nog geen (broedverdachte) paren in de omgeving van Woldendorp, Nieuwolda en Midwolda vastgesteld. Gelukkig dat er elders in het gebied goede aantallen zitten en we dus onze handen vol hebben om nesten te zoeken/beschermen, prooiresten te verzamelen en ander veldwerk te verzetten. Op 29 mei werd de tweede vrijwilligersdag gehouden. Dankzij het echtpaar Hut, Klaas Kanis, Inge van Koll, Jeroen Minderman, Arjen Pilon, Jan Ploeger, Reint Jakob Schut, Rik van der Starre, Jaap Tonkens en Chris Trierweiler zijn weer flink wat prooiresten verzameld (waaronder een boerenzwaluw bij een nestplek nabij Meeden), broedplekken gecheckt (in de Reiderwolderpolder werd een verhuizing vastgesteld) en is elders uitsluitsel verkregen over het al dan niet broeden in luzernevelden. De klap op de vuurpijl betrof echter een drietal nestvondsten door Jan & Erik in één perceel in de buurt van Blijham. Mooi waren de beide 2Kj rode wouwen die nabij Woldendorp door Arjen werden ontdekt en het duo Inge/Jaap zag nog een laat smelleken tussen Nieuwolda en Midwolda. Na afloop werd in de met spotvogelzang overladen tuin van de familie van Rijn te Kostverloren een geweldige pan macaroni naar binnen gewerkt die door waard René was bereid. Tijd om de verhalen van die dag met elkaar door te nemen en nadien met een tevreden gevoel huiswaarts te keren.

Op dezelfde dag zag Rommert Cazemier (op bezoek bij Roelf Hovinga) een 2Kj man grauwe kiek van Rottumerplaat naar Schiermonnikoog vliegen. Het is dit seizoen opvallend dat er zoveel 2Kj mannetjes worden gezien; zelf hebben wij inmiddels tegen de 10 waarnemingen verricht van deze opmerkelijke beesten, ook elders in het land worden ze gemeld. Volgens de theorie komen dit soort beesten uitsluitend langs in goede jaren; het zou gaan om slimme jongens die alvast de toekomstige broedgebieden aan een kwaliteits-keurmerk onderwerpen. Ook op dit fenomeen komen we later uitgebreid terug.

Op tweede Pinksterdag is de geplande velddag in Rheiderland prima verlopen. Zoals we al vermoeden bleek een mannetje dat we gepaard in één van de polders vonden een bigamist te zijn. Zijn tweede wijfje bleek een nest te hebben met 4 eieren in een tarweveld terwijl het eerste wijfje op ruim 2 kilometer afstand 5 eieren bebroedde. Dit laatste nest werd door een goede samenwerking tussen Erik en boer/voorzitter Rolf Peter Löblein in een luzerneveld gevonden. Erik zijn aanwijzigingen bleken weer eens feilloos te kloppen, Rolf Peter liep er zo op af. Een pronte bamboe-stok markeert nu de nestplek zodat de Drogerij er volgende week mooi omheen kunnen maken.
Op hetzelfde moment dat Erik Rolf Peter naar het nest dirigeerde stond Ben Koks op de grens van Landschafts- en Bunder Interessentenpolder te posten. Vrij snel nadat de telescoop werd geïnstalleerd, het stoeltje werd uitgeklapt en de banaan naar binnen was gewerkt kwam een mannetje grauwe kiek aanvliegen bij het luzerneveld waar we een paar vermoeden. Nadat deze man gedurende 10 minuten naast het luzerneveld had gezeten (wat doorgaans een goede aanwijzing is voor een broedende vrouw) vloog hij plots door richting Bunderhee. Hier werd gezien dat hij een drietal faunaranden consequent volgde om te foerageren (tussen de blokken wintertarwe en luzerne waren deze randen goed te zien vanwege het bloeiende mosterdzaad dat in het gebruikte mengsel is meegezaaid). Hij vloog alleen over het graan als hij moest oversteken naar de volgende faunarand. Groot was echter de verrassing toen in hetzelfde kijkerbeeld plots een mannetje blauwe kiekendief (Kornweihe) opdook, even later maakte een onvolwassen wijfje bruine kiekendief het trio compleet! Nu liggen wij doorgaans niet echt wakker van blauwe kieken in de broedperiode. Jaarlijks zien we gedurende de zomermaanden blauwe kieken in de akkers, het gaat hier naar ons idee om vogels die bijvoorbeeld op de waddeneilanden zijn mislukt om vervolgens elders hun heil te zoeken. Dit exemplaar was echter fanatiek aan het jagen en toen naar verloop van tijd het onvolwassen wijfje bruine kiek doorvloog gebeurde er iets heel speciaals! Uit het niets dook als een razende horzel plots een wijfje blauwe kiek op en in een mum van tijd was de veel grotere bruine kiek afgetroefd en koos eieren voor zijn geld. De portee van dit verhaal is natuurlijk dat we voor het eerst sinds lange tijd (begin jaren '90) weer een broedende blauwe kiekendief in het akkerland hebben gevonden. Het nest ligt in een perceel koolzaad en we schatten in dat de jongen ca. 2 weken ouden zijn. In NW-Europa is het broeden van blauwe kieken in grootschalig akkerland uitermate zeldzaam; in Frankrijk broedt echter een substantieel deel van de ca. 8.000 paar echter in de akkers. Deze recente ontwikkeling lijkt zich ook voorzichtigjes opgeld te doen voor NW-Europa. Gezien de creperende status op de waddeneilanden misschien een goede keus voor de soort. Omdat de blauwe ca. 3-4 weken eerder met de broedcyclus begint vormt de oogst doorgaans geen al te groot probleem.
Intussen is het derde paartje grauwe kieken in Rheiderland nog niet gevonden (ondanks veel goed werk van de studenten Arjen & Rik) maar we gaan er de komende weken alles aan doen om meer helderheid te krijgen over de kieken van Rheiderland.

Afgelopen week werd het eerste wijfje gevangen. Hoewel we er op hadden gerekend dat ze een ring droeg bleek dit niet het geval te zijn. Op de bijgaande foto's is goed te zien dat het een mooi adult wijfje betreft en dat Jaap Tonkens trots is zo'n mooie vogels met zijn enorme kolenschoppen te mogen omvatten. Direct na het loslaten kwam manlief thuis met een knalgele prooi (geelgors of man gele kwik) en vond er een fraaie prooi-overgave plaats.

mooi adult wijfje
mooi adult wijfje
Jaap Tonkens met het adult wijfje
Jaap Tonkens met het adult wijfje

Intussen gaat het gewone leven gewoon door. Bijzonder bedroefd waren wij door het bericht dat Azing Broekema tijdens een dramatisch bedrijfsongeval op zijn boerderij nabij Woldendorp het leven heeft gelaten. Wij zullen Azing gedenken als een bijzondere en vooral ook humoristische akkerbouwer wiens belangstelling in het werk altijd weer garant stond voor goede gesprekken. Azing is niet meer maar de veldleeuweriken op zijn land zullen hoog in de lucht hun liedjes blijven zingen.


23-5-2004 (nieuws uit het veld)

Luzerne, luzerne en nog eens luzerne...

De voorbije week heeft de Werkgroep het razend druk gehad met het tijdig opsporen van legsels in dit groenvoedergewas en momenteel staan er bij ca. 10 nesten markeringstokken of beschermingsmateriaal. In het Duitse Rheiderland en het Oldambt zijn echter een aantal nesten in dit gewas nog niet gevonden en de komende dagen hopen we dit voor elkaar te krijgen. De relatie met de Drogerij BV Oldambt is - zoals vanouds - weer voortreffelijk en dagelijks hebben we contact met opzichter Luit Heikens die ons op de hoogte stelt van de laatste planning van het maaien in het werkgebied.
Dat het leven van een grauwe kieken-beschermer echter niet altijd over rozen gaat blijkt wel uit het feit dat we ook wel eens met paren hebben te maken die vlak voor de oogst "verhuizen". Dit kan soms gunstig zijn (omdat een nest in een perceel graszaad bijv. lastig is te beschermen) maar voordat je zeker weet dat het betreffende paar daadwerkelijk is verkast hanteren wij de regel dat we ongeveer 8 uur onafgebroken waarnemers hebben staan bij een verdachte broedplaats. Gelukkig kon er voldoende hulp worden georganiseerd om dergelijke broedplaatsen te bekijken in zowel Zuidelijk Flevoland als Oostelijk Groningen.

Terug naar ons vorige bericht! Zoals aangeven is Beatriz Arroyo op 9 mei van Schiphol gehaald en zijn we linea recta doorgereden naar de jongste polder van Nederland. Aan de Tureluurweg direct een fraai paartje kunnen bekijken en kennis gemaakt met een aantal vogelaars. Heeft onze vrolijke Spaanse gaste direct kunnen zien dat vogelen in Nederland een sociale gebeurtenis is. Direct daarna naar een paar broedplaatsen in het centrale deel van Zuidelijk Flevoland gereden alwaar boerin Jolanda van Beusichem ons tegemoet kwam fietsen, we stante pede koffie en cake kregen aangeboden en een interessante discussie over natuurontwikkeling hadden. Welkom in Nederland Bea!

De volgende dag stond in het teken van het opsporen van een broedpaar in een perceel graszaad in de Reiderwolderpolder. Het paar toonde al twee weken belangstelling in dit perceel en op 10 mei zou er worden gemaaid. Vele uren postwerk, slepen met een 30 meter lang touw maakte echter duidelijk dat het paar was afgetaaid. In de tussentijd wel de nodige mensen gesproken en tijdens het maaien mocht Beatriz een rondje meerijden op de BigM van de Drogerij met daarop chauffeur Koos Gremmer. Dikke lol derhalve.. In de tussentijd wel een nieuw paar gevonden; in het wuivende wintergerst van de familie Hamster...
De volgende dag stond in het teken van een bezoek aan onze vrienden in Niedersachsen. Bij zijn huis in Oldenburg troffen we Volker Moritz en Dagmar Stiefel. Gevieren zijn we Volker zijn territorium in de Kreizen (een soort provincie) Oldenburg en Diepholz doorgereden.

Dagmar Stiefel, Beatriz Arroyo en Ben Koks op bezoek in het gebied van Volker Moritz. Foto Volker Moritz.
Dagmar Stiefel, Beatriz Arroyo en Ben Koks
op bezoek in het gebied van Volker Moritz.
Foto Volker Moritz.
Een braakperceel in Landkreis Diepholz. Foto Volker Moritz.
Een braakperceel in Landkreis Diepholz.
Foto Volker Moritz.

Gebieden met grote landschappelijk kwaliteiten en na enige tijd ook waarnemingen op broedplaatsen van de wiesenweihen aldaar. Met name het bezoek aan Diepholz was indrukwekkend. Hoewel de vogels in het open cultuurland broeden zitten ze alle in de directe nabijheid van grote hompen hoogveen. We werden door Friedhelm Niemeyer en zijn collega's in het veldstation van de BUND in Ströchen welkom geheten en geïnformeerd over het aantal grauwe kieken in dit gebied. In een gebied van ca. 100.000 hectare zijn een zestal grote hoogveen-gebieden te vinden die via allerlei beheersmaatregelen worden beheerd. De mooiste is bezocht en daar zagen we o.a. een klapekster (hier met 20 paar aanwezig!) en een geweldig mooi foerageergebied voor onze kieken. Het miechelde er van de veldleeuweriken en graspiepers (stapelvoedsel) en we konden ons levendig voorstellen waarom de zes paar nabij dit gebied zich hier in 2004 goed thuis voelen. Uiteraard werd de dag ook gebruikt om samen met Dagmar en Volker te vernemen hoe het beschermingswerk in Niedersachsen zich beetje bij beetje begint op te bouwen. Een woord dat gedurende de vruchtbare discussie's steeds terugkwam was het woordje "bureaucratie". De haren rijzen je te berge als je ziet hoeveel ambtelijke lagen je in de Duitse verhoudingen moet passeren om eenvoudige zaken gedaan te krijgen. We hebben er maar vooral met enige humor tegenaan gekeken en kunnen vaststellen dat wij het met onze ambtenaren nog niet zo slecht hebben getroffen.
Na een uitstekende Griekse maaltijd in Oldenburg te hebben genoten keerden we laat die avond huiswaarts. De volgende dag weer een gangbaar dagje veldwerk; Bea peilde o.a. samen met Erik een leeg nest in een luzerneveld nabij Blijham uit. De volgende ochtend zijn we naar Wassenaar gereden omdat Beatriz daar namens haar werk een workshop over vossen moest bezoeken. Dit bezoek was wederom een heerlijk moment om elkaar wederzijds op te jutten door te gaan met het Europese Monty-werk.

De 15de mei stond voornamelijk in het teken van het vrijwilligerswerk. We hadden voor deze dag twee doelen en naast een hoop gezelligheid kan gerust gesteld worden dat het een uitermate geslaagde dag is geworden. Met 11 tot in het bot gemotiveerde mensen hebben we in totaal 4 luzerne-nesten gevonden, een behoorlijk aantal prooiresten en braakballen verzameld en zijn een aantal gebieden binnenste buiten gekeerd. Opvallende was de hoge mate van synchronisatie bij de luzerne-nesten; in alle nesten lag een pas gelegd ei.

In de tussentijd is ook weer het nodige lobby-werk verricht. Zo was er 19 mei een groep liberale politici aanwezig in het grensgebied. Ten overstaande van een aantal Euro-parlementairs, een tweede Kamerlid, statenleden, vertegenwoordigers van de NLTO ea. is tekst en uitleg gegeven over het grauwe kieken-werk in relatie tot de kansen voor Agrarisch Natuurbeheer. Het verhaal ging er - net als de versnaperingen van Titia Schillhorn van Veen - in als zoete koek. Nu maar afwachten hoe dit alles zich politiek door vertaald.

Tenslotte hebben we weer de nodige lol mogen beleven met de boeren van de Agrarische Natuurvereniging in het Rheiderland. Een bezoek van SPD-Natuur- en Milieu woordvoerder Haase uit Emden stond in het teken van het elkaar informeren over het project van de Rheiderlander boeren. De politiek heeft tamelijk veel belangstelling voor het initiatief van Rolf Peter Löblein en zijn mannen. Terecht uiteraard want wie de soms scherpe Duitse verhoudingen een beetje snapt heeft direct in de smiezen dat niet iedereen even gelukkig is met het voornemen de akkervogels van het Rheiderland op een hoger plan te tillen.
Binnen het kader van een cursus voor de boeren van de Agrarische Natuurvereniging werd op 5 mei een excursie gehouden op het bedrijf van Heinz Höiting. Een verslag van deze excursie is eveneens te lezen in de "Rheiderländer Zeitung".

Vanwege het succes van de vrijwilligers-dag van 15 mei wordt deze dag geprolongeerd op zaterdag 29 mei as. Wederom om 8.15 uur koffie klaar bij de familie van Rijn te Kostverloren, 8.30 uur instructies en rond 9.00 uur richting de locatie's alwaar boeiend veldwerk staat te wachten. Geïnteresseerden die niet rechtstreeks door ons zijn benaderd kunnen zich middels een simpel mailtje of telefoontje even aanmelden (dit om van tevoren te kunnen inschatten hoeveel liters koffie en thee er dient klaar te staan de 29ste).


9-5-2004 (nieuws uit het veld)

Eind april - begin mei: de eerste indrukken zijn goed!

Eén dezer dagen zullen er bij 250 verschillende adressen enveloppen worden bezorgd met daarin het themanummer "Vogels en landbouw" van het VBN-blad Vogelnieuws en de nieuwe set ansichtkaarten. In deze Vogelnieuws heeft Paula Huigen van Vogelbescherming Nederland een inspirerend verhaal geschreven met als titel Akkervogels volgens Gronings recept (pdf-bestand). In dit artikel komen o.a. één van onze boerenfamilies aan het woord en wordt op treffende wijze een aantal onderwerpen bij de hoorns gevat.
Wij hebben Paula leren kennen als een vogelbeschermster pur sang die oog heeft voor de menselijke verhoudingen die zo belangrijk zijn om tot een goede samenwerking te kunnen komen. Wij willen Paula & VBN dan ook bedanken voor het feit dat er 600 extra nummers van het blad gedrukt konden worden en dat Zeist tevens de verzending voor haar rekening heeft genomen.
In de enveloppe zit naast een brief tevens de nieuwe set ansichtkaarten waarvan we in totaal 1.600 setjes (met daarin acht kaarten) hebben kunnen laten maken door een bijdrage uit het soortenbeleid aangevuld met geld van LNV-N, het Van Hall Instituut Business Centre en een gift van akkerbouwer Frans Fortuin. Het spreekt voor zich dat de foto's zijn gemaakt door ons eigen werkgroep-lid Hans Hut. De eerste reacties op deze geste zijn positief en als de kaarten snel op zijn dan overwegen we snelle herdruk. De kaarten zijn te zien bij Voorlichting.

Het veldwerk begint inmiddels lekker op stoom te raken. Parallel met het binnendruppelen van de broedparen neemt het aantal velduren zienderogen toe. Dat de vogels vroeg zijn hebben we al eerder gemeld, dat ze ook vroeg zouden baltsen, copuleren etc. was echter niet te voorzien. Het grappige is dat dit ook het geval lijkt te zijn voor de Franse Westkust (Alain Leroux), gebieden nabij Madrid (Beatriz Arroyo) en het centrale deel van Niedersachsen (Volker Moritz). Zou de winteroverleving in de winterkwartieren goed zijn geweest?
Het lijkt er dus sterk op dat we in 2004 enige records zullen gaan breken. In het Oldambt zijn inmiddels 20 zekere paren neergestreken. Deels in de bekende gebieden, deels ook op verrassende locaties (zoals in de veenkoloniën!). Er zijn tot de dag van vandaag twee kleurringen afgelezen. Over de eerste is in het eerdere Nieuwsbericht wat te lezen, de tweede werd eind vorige week door Erik en stagiair Rik van der Starre afgelezen. Het bleek te gaan om een mannetje dat in 2000 nabij Blijham werd geboren, die vervolgens in 2002 nabij Noordbroek door Hans Hut is gefotografeerd (geen nest) en nu gepaard is met een wijfje nabij Drieborg.
In Flevoland lijken niet alle gangbare broedplaatsen van de laatste jaren bezet te zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de locatie aan de Gruttoweg. In Zuidelijk Flevoland zijn echter fors wat windturbines bij geplaatst; wij sluiten niet uit dat deze apparaten zo zijn effect hebben. Eén paar heeft haar oog laten vallen op een luzerneveld; eind volgende week wordt dit veld gemaakt; werk aan de winkel derhalve.
In het Lauwersmeergebied worden de kieken weer op de bekende plekken waargenomen. Met name supervogelaar Rommert Cazemier ontpopt zich in dit gebied als een leverancier van veel boeiende waarnemingen. Vorige week hebben Erik Visser & Jan Ploeger de gebieden rondom Riepsterhamrich en Knock (nabij Emden) op het voorkomen van wiesenweihen gecheckt. Met positief resultaat! In Riepsterhamrich vlogen in één klein gebiedje vijf paren rond en het Eemshaven-achtige gebied nabij Knock was wederom bezet met een broedpaar.
Net over de grens in Rheiderland kunnen we op dit moment één zeker paar noteren terwijl er op twee locatie's broedverdachte vogels rondvliegen. Na het "nuljaar" 2003 in dit gebied dus een mooi begin! De Werkgroep inventariseert overigens voor de Natuurvereniging een viertal BMP-proefvakken met een totale oppervlakte van ca. 1000 hectare. Naast een grotere diversiteit kan nu al gesteld worden dat de dichtheden van soorten als gele kwik en veldleeuwerik gemiddeld hoger liggen dan in soortgelijke gebieden in het Oldambt. Dit biedt dus perspectief voor onze grauwe kiekendieven!

Opvallend is het aantal leuke waarnemingen die door Werkgroep-leden tijdens het kiekenwerk is gedaan. Rik spant op dit moment de kroon met leuke waarnemingen van o.a. fluiter, draaihals, een zingende grauwe gors, vele paapjes, zwarte wouw etc. Hoewel er meer jaren zijn geweest dat we aardig wat zwarte wouwen lijkt dit jaar wel de kroon te spannen. Bijzonder was de waarneming van een exemplaar in de Reiderwolderpolder die zich tegoed deed aan een kievit-legsel. Pikant detail was dat dit legsel met een stevige bamboestok was gemarkeerd. Reint Jakob Schut kwam tijdens zijn zoektocht naar kieken nabij Blijham een wel heel erg fraai exemplaar tegen die op fraaie wijze op de gevoelige plaat kon worden gezet.

Een Zwarte wouw veroorzaakt paniek nabij Blijham. Foto Reint Jakob Schut.
Een Zwarte wouw veroorzaakt paniek nabij Blijham.
Foto Reint Jakob Schut.

Op zondag 9 mei wordt Beatriz Arroyo van Schiphol gehaald. We scheuren direct door naar Zuidelijk Flevoland alwaar een luzerne-nest gevonden moet worden en de dagen daarna staan in het teken van veldwerk, discussies over de voortgang en een veldbezoek aan de werkgebieden van Volker Moritz & Dagmar Stiefel. In het volgende Nieuwsbericht komen we daar op terug!

Tenslotte organiseren we op zaterdag 15 mei een simultane zoekdag. Primair doel hiervan is het afstropen van de zg. "randgebieden". Hierbij moet gedacht worden aan gebieden zoals het Hebrecht, het Hunzedal en bijvoorbeeld de veenkoloniën rond Alteveer en de Pekela's. Een aantal werkgroep-leden heeft zich inmiddels aangemeld. Mensen die een bijdrage aan deze dag willen leveren kunnen dat het beste even via een mailtje kenbaar maken.


27-4-2004 (nieuws uit het veld)

Het seizoen is begonnen

Vrijdagavond 23 april hebben we weer onze jaarlijkse vrijwilligersbijeenkomst gehad. Dit alles uiteraard in "Villa Pygargus" in Kostverloren alwaar de uitbaters René & Clara van Rijn ons weer vergasten op een welkom onthaal. De opkomst was prima, de sfeer gezellig en constructief en het jaar kon eigenlijk niet beter beginnen. Vlak voordat iedereen het smalle klinkerweggetje nabij Drieborg opreed vond onze eigen huis-fotograaf Hans Hut een paartje vlakbij Kostverloren. Het mannetje bleek links een gele kleurring te dragen en tijdens een korte buitensessie konden we een glimp van dit paar opvangen. Diezelfde dag hadden Erik Visser en Koos Dijksterhuis samen al acht grauwe kieken gezien in de Oost-Groninger vlakten. In het geheel niet slecht gezien de tijd van het jaar. Een dag later werd het allemaal nog fraaier en spannender. Afleeswonder René Oosterhuis zag nabij Blijham voor het derde achtereenvolgende jaar het wijfje geel K2 en Chris Trierweiler en vriend Jeroen Minderman hadden nabij Blijham het eerste baltsende paar van dit jaar. Ongekend vroeg maar tevens ongekend fraai! Diezelfde dag zag een vijftal leden van onze Werkgroep nabij Spijk een wijfje hoog boven het fraaie akkerland vliegen. Dit wijfje liet zich echter als een baksteen vallen toen een bruine kiek onder haar door vloog. Dit veranderde de status van een zomaar vliegende kiek naar een kiek die zich door dit gedrag (in een potentieel geschikt broedgebied) kwalificeerde als zijnde zeer boeiend. Eén ding is zeker; onze grauwe kieken zijn vroeg dit jaar en de eerste observaties doen vermoeden dat een aantal bekende broedplaatsen door deels bekende vogels weer worden opgezocht.

Intussen druppelen er via de nieuwe rubriek "waarnemingen" steeds meer meldingen binnen; soms zo gedetailleerd dat ze een studie-objectje op zich vormen. In ieder geval loopt de site dankzij dit soort nieuwe fratsen beter dan ooit. De reactie's die we krijgen zijn positief wat ons sterkt dat al dat werk in de wintermaanden niet voor niets is geweest. Wederom was het onze Delftse site-bouwer Menno Venema die zijn programmeer-kunsten heeft kunnen botvieren om op een leuke wijze waardevolle waarnemingen door te geven.
Zoals aangegeven is de voorbije weken een mooi aantal vogels gemeld. Leuk waren de trekkers die op Vlieland en in de Eemshaven door scherpe waarnemers werden opgepikt en de waarneming van een 3Kj mannetje op de Duurswouderheide (ZO-Friesland) tijdens een excursie van de JMN was sterk. Opvallend is het aantal waarnemingen in Oost-Groningen (en het aangrenzende Rheiderland). In Zuidelijk Flevoland en het Lauwersmeergebied blijft het aantal waarnemingen daarentegen achter. Van beide gebieden is bekend dat de waarneem-intensiteit prima is te noemen (naast het feit dat daar leden van de Werkgroep rondsjouwen wordt er in beide gebieden stevig gevogeld en/of geïnventariseerd). De komende weken zal het beeld vast en zeker ook in deze gebieden gaan veranderen.

Op basis van een aantal bijeenkomsten heeft de Provincie Groningen op 5 april jl. haar plannen met betrekking tot Natuur en Landschap aan het volk gepresenteerd. Wie het stukje in het Landbouwblad van 17 april 2004 (zie Knipselmap) leest zou bijna geloven dat de Provincie een goed doortimmerd en vooral gelikt beleid gaat voeren de komende jaren. Gelikt waren de bijeenkomsten zeker, de samenvattende meeting in de Statenzaal was naar verluidt één en al tevredenheid maar wie iets kritischer kijkt naar het beleid van gedeputeerde Henk Bleker komt al gauw van een koude kermis thuis. Er is nauwelijks budget om al die prachtige beloften in te lossen, het idee om ambtelijke ondersteuning aan te bieden aan de verschillende Agrarische Natuurverenigingen kon later wel eens de geschiedenisboeken ingaan als een fraai ingepakte sigaar uit eigen doos. Het is evident dat de doelstellingen uit de laatste "Toestand van de Natuur" niet of nauwelijks serieus genomen kunnen worden. Het verval van de natuurwaarden zal in ieder geval niet worden gestopt. Voor het vervolg van ons grauwe kieken-werk is nog niets zeker, van een stevige lobby richting het Leefgebied Gerichte Plan (LGP) Akkers is geen sprake en dus pakken donkere wolken zich samen boven het beleid in de witte gebieden. De werkgroep grauwe kiekendief zal de komende maanden echter alles uit de kast halen om het tij te keren.

Intussen zijn de laatste weken ook gebruikt om de contacten met onze oosterburen verder uit te bouwen. De Meppen-Workshop leverde later weer enthousiasmerende reactie's op en onze plannen om in Kreis Emsland een programma op te zetten is in goede aarde gevallen. Intussen is de toezegging binnen om onze bijdrage aan het ringwerk ook in het gebied tussen de rivier de Ems en de grens met Groningen/Drenthe uit te breiden.
Zoals eerder is aangegeven gaan we in juni en juli een tweetal weekenden organiseren om daar met een mooie groep vrijwilligers het ganse gebied uit te kammen. Naar aanleiding van een oproep op de site van Avifauna Groningen zijn de eerste aanmeldingen al binnengekomen. Wij denken zelf dat het gebied in gangbare jaren goed is voor 15-20 paartjes wiesenweihen. Als dit blijkt te kloppen dan kruipt het aantal in Niedersachsen langzaam toe naar de schatting ca. 80 paar die Dagmar Stiefel, Volker Moritz en Ben Koks begin 2002 deden. Toen was hoongelach en scepsis ons deel en het zou natuurlijk prachtig zijn als deze scepsis kan worden omgebogen in passende trots. Niedersachsen zou dan in één klap de belangrijkste deelstaat voor de grauwe kieken in Duitsland zijn.


8-4-2004

Early warning-systeem voor meldingen grauwe kiekendieven

De NW-Europese grauwe kieken zullen de komende weken weer op de broedplaatsen binnendruppelen. Vogels die het laatste half jaar in Afrika hebben doorgebracht kunnen dan het Sahara-zand van hun veren schudden en met het broedseizoen beginnen! Een goed moment derhalve om jullie te attenderen op een mooi nieuwtje op onze site...

Na ieder broedseizoen krijgen we vaak leuke briefjes of e-mails van mensen die boeiende waarnemingen van grauwe kieken aan ons doorgeven. Een deel van deze waarnemingen heeft betrekking op broedvogels die we door ons veldwerk in beeld hadden gebracht, maar er zitten altijd weer een paar meldingen die ons hoofdbrekens bezorgen. Zo hebben we de laatste jaren door meerdere waarnemingen van vaak verschillende vogelaars aan elkaar te knopen achteraf ons onbekende broedparen kunnen reconstrueren. Een vaak tijdrovende en soms ook hachelijke manier om er achteraf een paar van "te maken". Los van het feit dat we dit soort gevallen vaak niet met grote zekerheid als zijnde een broedpaar kunnen kwalificeren zijn er ook een paar gevallen bekend die mislukten omdat wij - midden in het overvolle veldwerk - niet tijdig op de hoogte waren van de presentie van (broed)paren. In een aantal gevallen zijn nesten van deze paren door oogstwerkzaamheden mislukt terwijl de vogels wel degelijk door mensen waren gezien. Dit is onder andere het geval geweest bij luzernevelden in de buurt van de Gaast (Blijham), nabij de Westerwoldse Aa (Oudeschans), een perceel graszaad nabij de Vosholten (Exloo) en een natuurgebied aan de Duikerstocht (Zeewolde). In het laatste geval bleek is inscharen van koeien het betreffende paar fataal geworden terwijl diverse vogelaars van het bestaan van deze broedplaats op de hoogte waren. Deze paren mislukten doordat wij niet tijdig in staat waren het nest veilig te stellen, terwijl de verschillende locaties allen perspectief boden voor succesvol broeden.
De misvatting die bij een deel van de vogelaars is ontstaan is dat "die jongens van de werkgroep grauwe kiekendief het wel allemaal in het snotje hebben". Niets is dus minder waar. Beschouw dit onderdeel van onze site als een Early Warning-systeem voor grauwe kiekendieven!

Daarnaast zouden wij het bijzonder op prijs stellen dat waarnemers hun waarnemingen aan ons door geven. Feitelijk niets anders dan een vangnet voor grauwe kiek-waarnemingen in Nederland. Zoals bij velen bekend zal zijn loopt bij SOVON het zg. BSP-nb-project (Bijzondere Soorten Project niet broedvogels). Het BSPnb wordt in Beek-Ubbergen door Arjen Boele gecoördineerd en kan als een vergaarbak worden gezien van waarnemingen van een aantal schaarse en zeldzame soorten. Er is afgesproken dat alle waarnemingen van grauwe kiekendieven die wij via onze rubriek "waarnemingen" binnenkrijgen met enige regelmaat naar Arjen zullen worden verzonden.

Overigens worden óók mensen aangespoord die hun waarnemingen aan het BSPnb hebben doorgegeven dit nu ook weer te doen. Het BSPnb voorziet helaas niet in verzamelen van boeiende informatie omtrent het geslacht, leeftijd, gedrag en bijv. een nadere aanduiding van de plaats die niet op het formulier kunnen worden gezet. Dit is informatie die wij graag aan onze kennis zouden willen toevoegen!

Sitebouwer Menno met vage vogelaar in de buurt van Beerta
Sitebouwer Menno met vage vogelaar
in de buurt van Beerta

De laatste weken heeft Menno Venema wederom zijn best gedaan aan onze site iets moois toe te voegen. Wij zijn dan ook trots hier te vermelden dat het Menno is gelukt een digitaal meldingsformulier te maken. Het bijzondere is dat uw melding(en) direct op een kaartje zal/zullen verschijnen. Wij hopen U hiermee te motiveren vlot waarnemingen door te geven die anders (te) lang in het boekje blijven staan of simpelweg worden vergeten. Het spreekt voor zich dat ook waarnemingen van niet-broedvogels onze speciale belangstelling hebben. Zo zien de trektellers bij Breskens en de Eemshaven jaarlijks redelijke aantallen grauwe kieken voorbij roeien maar weten we eigenlijk niet bijster veel van de trek elders in het land. Een ander interessant punt is de afstand die jagende mannetjes afleggen op zoek naar prooi. Zo worden broedvogels uit het Lauwersmeer in de buurt van Grijpskerk en boven Kloosterburen gezien. Van de Flevolandse broeders is bekend dat mannetjes tussen Spakenburg en Huizen de graslanden naar geschikte prooi afstropen. In en rond het Bargerveen worden jaarlijks jagende vogels gezien; we weten sinds kort (Workshop in Meppen) dat er minimaal twee paren aan de andere kant van de Duitse grens broeden. Veel van deze waarnemingen blijken in de vergetelheid te geraken. Zonde!

Iedereen een goed (broed)seizoen toegewenst en we kijken uit naar jullie meldingen.


14-3-2004 (nieuws uit het veld)

2004: het laatste jaar van het sbp grauwe kiekendief maar hoe nu verder??

De voorbije jaren is nagenoeg non-stop druk op de lobby-ketel gezet om er voor te zorgen dat het beschermingswerk óók na 2004 kan worden voorgezet. De voorbije maanden waarom daarom tamelijk teleurstellend, ondanks een toegenomen belangstelling voor ons werk, het nakomen van alle beloften uit het soortbeschermingsplan, de vele schouderklopjes, het uitdragen van het "Groninger werk" in zowel Flevoland als Niedersachsen, het uitvoeren van onderzoek ten behoeve van een betere bescherming, de nodige media-aandacht etc. etc. moet Anno Nú worden vastgesteld dat we nauwelijks wijzer zijn geworden. Het budget is er geen procentje ruimer op geworden, secundaire projecten zoals het leeuwerikenwerk en het monitoren van akkerplots zijn op een idiote bureaucratisch muur gestuit en ons werk binnen het raamwerk van Farmers for Nature (F4N) is op het laatste moment door gedeputeerde Bleker de nek omgedraaid. Onze bijdrage in het F4N-project (een rond de Noordzee georiënteerd Interreg-project) had aanvankelijk de steun van de provincie's Groningen, Flevoland, LNV-N, Hunze & Aa's en ANOG. Op het laatste moment is ons aandeel binnen F4N echter in de prullenbak verdwenen omdat de Provincie Groningen haar commitment terugtrok. Een gemiste kans voor Agrarisch Natuurbeheer in het open akkerland, een gemiste kans om nu écht te laten zien hoe de theorie gepraktiseerd kan worden, maar vooral totale verbijstering bij eenieder die hier mee te maken heeft gehad. Naast dit debacle is het voorts teleurstellend om te merken dat de vele positieve geluiden die we over ons werk horen kennelijk niet geconcretiseerd kunnen worden in het doen van heldere toezeggingen. 2004 zal voor ons werk een belangrijk jaar worden. Als er binnen dit kalenderjaar geen substantiële vooruitgang kan worden geboekt dan is het maar zeer de vraag of wij dit nog wel kunnen voortzetten. We hebben inmiddels gemerkt dat óók idealisme zijn grenzen kent.

Alleen maar geweeklaag??!!?? Nee, zo zitten we gelukkig niet in elkaar. Het is zeker dat we in 2004 gebruik kunnen maken van de diensten van een 3-4 studenten, vorig seizoen heeft een paar goede en vooral ook enthousiaste vrijwilligers opgeleverd en ook zonder de - tot voor kort constructieve - steun van de Provincie Groningen gaan wij gewoon verder met ons werk in de uitgestrekte akkers.

Zo was er vorige week een uitermate boeiende Workshop in het Duitse Meppen. Het ging hier om de tweede poging om in Niedersachsen nieuwe vrijwilligers en mensen met ietsjepietsje meer ervaring kennis te laten maken met alle aspecten van het werk rond de Wiesenweihe. Een dag dus waar oude bekenden hun ervaringen konden uitwisselen en waar verhalen over methoden om legsels te beschermen, onderzoeksresultaten en uiteindelijk het geven van een nieuwe tussenstand voor dit Landesambt de uitkomsten waren. Tijdens de eerste Workshop in Oldenburg werden er nog ruim 30 paartjes op de kaart gezet, nu waren dat er ruim 60 en onze eerdere prognose dat Niedersachsen in doorsnee-jaren zo rond de 80 paar grauwe kieken moet kunnen herbergen komt daarmee aardig dichterbij. De fles whisky die Peter Südbeck destijds - totaal ten onrechte - van Ben Koks kreeg na het winnen van een weddenschap kan in 2004 waarschijnlijk weer worden terugverwacht. Het vaststellen van ca. 10 paartjes in het grensgebied (Emsland) was voorspeld en biedt tevens perspectief voor Nederlandse vrijwilligers om uit te zoeken hoeveel broedparen er in deze grote Kreis nu eigenlijk zitten. We weten nu o.a. waar de mannetjes vandaan komen die jaarlijks in de omgeving van het Bargerveen jagend worden waargenomen. Hoewel deze workshop duidelijk en grote sprong voorwaarts liet zien in het kiekenwerk in Niedersachsen, was het tevens duidelijk dat er nog aardig wat zendingswerk verricht moet worden om een effectieve bescherming mogelijk te maken. Op weg naar huis waren de betrokken Holländer het er over eens dat dit een succesvolle meeting betrof en toen we bij Nieuweschans weer de grens over reden hadden we allemaal zoiets "het voorjaar mag nu wel eens een keer beginnen".
De voorbije maanden waren tevens motiverend vanwege een groot aantal bijeenkomsten met de leden van de beide natuurverenigingen in het grensgebied. Samen met de boeren van de Duitse natuurvereniging in Rheiderland zijn cursusavonden georganiseerd en is een monitoring-plan voor het gebied ontworpen. De cursisten van ANOG hebben ook een drietal cursus-avonden voor hun kiezen gekregen. Volop belangstelling derhalve om er met zijn allen iets mooi's van te maken.

Dit alles laat niet onverlet dat het moeilijke tijden zijn geweest. Het was voor Erik dan ook een fraai moment toen hij nabij Nieuw Buinen een jagende man grauwe kiek over de veenkoloniale akkers zag zweven. Op zo'n moment vergeet je alle beleidsmakers, ambtenaren en ander onwillig volk weer even.



Naar boven

Ga voor nieuwsarchief actueel, 2016, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003

Verlaat het nieuwsarchief