NIEUWSARCHIEF 2005
Ga voor nieuwsarchief actueel, 2016, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003


29-12-2005

2005 een boeiend jaar, 2006 in aantocht!

Op de valreep van dit jaar tijd voor een laatste berichtje. Op zaterdag 17 december heeft een aantal werkgroepsleden weer een mooie deuk geslagen in de berg braakballen/plukresten van het voorbije broedseizoen, staande op het uitkijkpunt op de Zoutkamperplaat (Lauwersmeer) kwam Ben een afbeelding van een mannetje grauwe kiek tegen die hem vagelijk bekend voorkwam en we staan op het punt om onze reis naar Afrika aan te vangen. Uiteraard op deze plek ook enig gemijmer over de zaken die we in 2006 ter hand hopen te nemen.

Kwartels en kwarteleieren als prooi
Kwartels en kwarteleieren als prooi
Het gros van de in 2005 verzamelde prooiresten is op dit moment uitgezocht en voor een aanzienlijk deel op naam gebracht. Het lab op het Biologisch Centrum te Haren vormde het decor van noeste arbeid en onze database is weer helemaal bijgewerkt met fraai cijfermateriaal. Het beeld dat veldmuizen ook in daljaren van deze woelmuis weer een onlosmakelijk onderdeel van het kieken-dieet in NW-Europa vormden werd wederom aangetoond, het trio akkerzangers (gele kwik, veldleeuwerik en graspieper) kwamen weer in dezelfde aantalsverhoudingen naar voren en opvallend was het prominente verschijnen van kwartels in het menu. Kwartels zijn vanaf 1996 regelmatig als prooi gevonden. De welluidende roep kwikmeditkwikmedat vormt mogelijk een betrouwbaar ijkpunt voor onze kiekendieven. Wat opvalt is dat we kwartels pas vanaf 1996 in de lijst tegenkomen. Dat kan bijna geen toeval zijn. Mogelijk herkenden we de stugge veertjes niet (maar de kans is bijzonder klein omdat niet gedetermineerde veertjes vanaf het eerste begin naar experts als Rob Bijlsma en Cees Roselaar werden gestuurd) maar een goede verklaring schuilt mogelijk in het invasie-achtige voorkomen van deze hoenderachtige. Zo waren kwartels in 2005 bijzonder talrijk in onze werkgebieden en kon 2004 bijvoorbeeld als slecht jaar in de boeken worden bijgeschreven. In dit licht bezien is het ook aardig op te merken dat we in de periode 1996-2005 ook geregeld eieren van deze soort hebben aangetroffen. Hét bewijs dat deze erratische vogels ook in onze akkers broeden! Een goede verklaring voor het plotseling verschijnen van kwartels als kieken-prooi is dat deze soort relatief veel gebruikt maakt van ongemaaide braakstroken en faunaranden. Deze vormen van agrarisch natuurbeheer zijn vanaf 1995 in Oost-Groningen in toenemende mate te vinden.

Mensen die geregeld braakballen pluizen weten dat het vinden van een ring tot de mogelijkheden behoord. Tot op heden leverde het pluizen van de duizenden grauwe kieken-braakballen niets meer op dan een ring van een grasmus en tweemaal een volière-vogel. Op 17 december pulkte Bert Zijlstra echter een glimmend stukje aluminium uit een Blijhamster braakbal. Deze behoorde toe aan een veldleeuwerik die binnen het kader van ons eigen project (zie "Onderzoek-Extra projecten") in Drenthe werd geringd door Henk Jan Ottens. Gezien de actieradius van onze kieken kan deze leeuwerik zijn gevangen in de omgeving Blijham maar bijvoorbeeld ook in onze veenkoloniale akkers (gezien de tijd van het jaar zal het een vogel zijn geweest die ergens een nest moet hebben gehad). In ieder geval een prachtige vondst en onze Bert is met een trofeetje naar Heeg afgereisd! Met het wegwerken van het grootste deel van de prooien zijn we overigens de magische grens van meer dan 10.000 prooigegevens in onze prooilijst gepasseerd! De bijgewerkte prooilijsten zijn te vinden bij het item "Onderzoek-Voedsel".

Het pluisteam in actie
Het pluisteam in actie
Braakbal met de resten van een putter
Braakbal met de resten van een putter

Een sterk staaltje jatwerk.. Daags na het pluizen had Ben stevige behoefte in een stevige wandeling. Het Lauwersmeergebied oefent dan altijd weer de nodige aantrekkingskracht uit en het uitzicht vanaf de observatie-heuvel op de Zoutkamperplaat over de broedgebieden van onze kieken blijft altijd adembenemend. Staatsbosbeheer heeft op deze plaats een informatie-bord staan en wie zijn klassiekers kent ziet een treffende overeenkomst met de afbeelding op dit paneel en een foto die Hans Hut in 1994 maakte van een mannetje dat in 1994 met succes twee jongen zag uitvliegen nabij Oudeschans. Kijk en zoek de overeenkomsten!!



Mijmerend op de uitkijkplek gingen de gedachten uit naar de volgende wensen:

  • wordt het geen tijd dat we in Oost-Groningen het publiek met een mooi voorlichting-paneel gaan informeren over ons werk?
  • de Lauwersmeer-kieken broeden in een semi-natuurlijk en alleen al om deze reden zou het fijn zijn het dieet-onderzoek in dit gebied structureler ter hand te nemen.

Zoals bekend stappen we op 6 januari as. op het vliegtuig naar de Nigerese hoofdstad Niamey. Als de lokale communicatie-middelen dit toelaten proberen we iedere week een verslag richting het thuisfront te sturen. Blijf deze site dus nauwlettend in de gaten houden!

We hopen als Werkgroep in 2006 een aantal wensen te kunnen realiseren. Zo gaan we eindelijk aan de gang om door middel van Punttellingen gestructureerde gegevens over belangrijke akkervogels te verzamelen. We hebben inmiddels een student om deze klus te klaren (daarover later meer), we hopen ons onderzoek naar het terrein-gebruik van onze broedvogels voort te kunnen zetten (radio-telemetrie) en dat onze satelliet-zender-pilot een vervolg krijgt.
Het allerbelangrijkste is en blijft echter een soepele samenwerking met al die mensen waar we in de loop van de jaren kennis mee hebben gemaakt. We hopen van ganser harte dat we nét zo welkom worden onthaald als in de jaren 1990-2005 het geval is geweest!!

Het spreekt voor zich dat we jullie - namens de hele Werkgroep - een gezond, inspirerend en vooral ook constructief jaar toewensen.


1-11-2005

Le Teich, 21, 22 en 23 oktober 2005.

21, 22 en 23 oktober was het weer raak. In najaar 2004 werd de Werkgroep uitgenodigd voor een Busard-meeting in Droyes (vlakbij Lac du Der), dit keer waren we te gast op een bijzonder leuke bijeenkomst in de buurt van Bordeaux. Op dezelfde dag dat Chris het zenderverhaal op de studie-dag van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU) afstak werd in de congres-ruimte van het bezoekerscentrum van het Nationale Park in Le Teich het Nederlandse kiekenverhaal afgestoken. De aanwezigen uit (vooral) Frankrijk, Spanje, Duitsland en Denemarken hebben ons het hemd van het lijf gevraagd over ons satelliet-werk, de goede contacten met onze boeren, onze activiteiten in Niedersachsen etc. Het was erg leuk om ons verhaal voor een enthousiast publiek te mogen afsteken.

Ga naar de site van LPO Aquitaine Ga naar de site van LPO Ga naar de site van EPB
Ga naar de site van Parc des Landes de Gascogne

Eerst echter wat over de omgeving. Le Teich ligt aan de baai van d'Arcachon en heeft grote betekenis als stop-over-plaats voor veel vogels die bij ons in de Waddenzee bijtanken. Zowel zaterdag als zondag had de organisatie voldoende tijd ingeruimd om het natuurpark te bekijken. Het natuurpark is ingericht in een gebied met voormalige zoutpannen en het waterpeil wordt op een kunstmatige wijze geregeld. In het gebied staan ca. 20 observatie-hutten. Vanuit deze hutten konden grote groepen bonte strandlopers (10.000), zilverplevieren (100-den), kleine zilverreigers (100-den) op soms minder dan 10 meter perfect worden bekeken. Met name de zoute steltlopers zo dichtbij was voor ons een eye-opener. Bijzonder leuke was de combinatie ooievaars (ca. 80) grutto's (ca. 250) en lepelaars (ca. 70). Overal werden ijsvogels gezien en gehoord en de explosieve zang van cetti's zangers klonk uit de bosjes. Qua vogels en landschap een boeiende mix. De pret werd echter gedrukt door de massale jacht in de omgeving van dit natuurpark. Het blijft stuitend waar een land waar de democratie is uitgevonden, veel grote schrijvers hun oorsprong kennen, waar de keuken wordt geroemd en een rijke historie kent, jachtpraktijken toelaten die niet van deze tijd is.

Eén van de honderden aanwezige Kleine zilverreigers. Foto Hans Hut.
Eén van de honderden aanwezige
Kleine zilverreigers.
Foto Hans Hut.
Een bijzonder leuke combinatie: Ooievaars en Grutto's. Foto Hans Hut.
Een bijzonder leuke combinatie:
Ooievaars en Grutto's.
Foto Hans Hut.

Dan het Congres. Er waren verhalen over alle drie de soorten kiekendieven en het leeuwendeel van deze verhalen was zeer motiverend om naar te luisteren. Elise Rousseau van de LPO (Franse Vogelbescherming uit Parijs, tevens mede-organisator van deze bijeenkomst) opende de zaterdag met een verhaal over de organisatie in Frankrijk, het beschermingswerk, het ringprogramma en de relatie met de onderzoekers van Chizé. Twee verhalen over bruine kiekendieven (Busard des roseaux) waren ronduit goed. Guy Burneleau en Christian Bavoux (amateur-ornithologen op niveau) deden uit de doeken hoe de populatie bruine kieken in het bekende gebied "De Brouage". In dit zelfde gebied deed Audrey Sternalski een doctoraal-onderwerp waarin gezenderde vogels inzicht gaven in het terrein-gebruik van deze vogels. Een belangrijke 'prooi' in dit gebied is de beverrat (een soort uit de kluiten gewassen muskusrat) die door jagers massaal worden gereguleerd (geschoten dus). De karkassen van deze beverratten worden door met name bruine kieken opgeruimd. Een verhaal over blauwe kieken van dé Franse blauwe kieken-expert Benoît Van Hecke was glashelder en inspirerend. blauwe kieken (busard Saint-Martin) zijn met ca. 10.000 paar de talrijkste kiek van Frankrijk en komen in toenemende mate voor in weids akkerland. Hier broeden ze vaak samen met grauwe kieken (busard cendré). Een verhaal waarin ons bekende zaken als een muizen-census, reproductie, bescherming en plaatstrouw aan bod kwamen.

Alexandre Millon (CNRS Chizé) praatte ons bij over de laatste stand van zaken omtrent het onderzoek van het CNSR en Alexandre zijn verhaal mondde uiteindelijk uit in een oproep tot Europese samenwerking. Een verhaal waar we later nog op terug zullen komen!

Met grote belangstelling wordt het verhaal van Ben Koks aangehoord. Foto Hans Hut.
Met grote belangstelling wordt het verhaal
van Ben Koks aangehoord.
Foto Hans Hut.
Ook anderen worden met grote belangstelling aangehoord. Foto Hans Hut.
Ook anderen worden met grote
belangstelling aangehoord.
Foto Hans Hut.

Een erg leuk verhaal werd door Pierre Maigre verteld. In een semi-natuurlijk gebied aan de Middellandse Zee (Hérault) broedt een aanzienlijk deel van de Franse grauwe kieken. Prachtige foto's van nesten in struikvegetatie's, grote hagedissen als prooi maar tegelijkertijd ook weer problemen (grootschalige bouw windturbines in prachtig landschap). Voor het avondeten stonden verhalen uit Spanje, Denemarken, Duitsland en Nederland op het programma. De Spanjaarden hadden een erg leuke DVD meegenomen, Lars Maltha Rasmussen schetste de ontwikkelingen in Denemarken (veel overeenkomsten met situatie in Nederland), Ralf Krüger verhaalde over het succesverhaal in Beieren (omgeving Würzberg) en tenslotte waren we zelf aan de buurt om ons werk voor een goed gevulde zaal uit te leggen. Ben Koks schetste hoe het kieken-werk in Nederland zich vanaf 1990 heeft ontwikkeld, hoe dit hand en hand ging met het ontwikkelen van een concept voor agrarisch natuurbeheer in open akkerland, hoe ons onderzoek een rol speelt in het opdoen van ideeën rond agrarisch natuurbeheer etc. Uiteindelijk leuk en aardig maar het was de luisteraars eigenlijk maar om één ding was te doen! Hoe hebben de Hollanders het satelliet-werk georganiseerd, hoe zit het met de techniek, hoe vergaat het onze beide wijfjes en vooral hoe nu verder. Dit verhaal ging er in als gesneden koek en na het diner werd er tijd ingeruimd om vragen te stellen. In de avonduren werd de DVD van Hans Rademakers (met deskundig commentaar van Hans Hut) én een DVD van een reis van Jean Marc Thiollay, Benoît Van Hecke en Jean Luc Bourrioux. In februari 2005 is dit fameuze trio naar Niger afgereisd en in hun zowel interessante als hilarisch DVD werd op voortreffelijke wijze verslag gedaan van deze roofvogel-tel-trip. Met name het commentaar van onze grote vriend Jean Luc zorgde voor de nodige hilariteit. Het avonddeel was voor het publiek toegankelijk en de zaal was propvol! Erg leuk was een dia-show van Pierre Petit met daarin bijzondere fraaie platen van alle soorten kieken. Met name een foto van een melanistische man grauwe kiek was wonderschoon; Hans Hut zat onrustig te draaien toen zijn vakgenoot Pierre deze lezing gaf!

Op zondag waren er workshops over databasebeheer en de organisatie van vrijwilligerswerk etc. Na de typerende Franse lunch zijn we tevreden met de nodige flessen wijn en heerlijk belegde stokbroden richting Bordeaux afgereisd en waren we rond 01.00 uur weer thuis. Dit congres heeft ons gesterkt in het idee dat een Europese aanpak de enige juiste is!!


4-10-2005 (nieuws uit het veld)

EUROBIRDWATCH 1 oktober 2005, de resultaten van een leuke dag samenwerken.

1 oktober 2005: een dag van leuk samenwerken.
1 oktober 2005: een dag van leuk samenwerken.
Voor de tweede keer nodigde Vogelbescherming Nederland ons uit deel te nemen aan de najaars-trektelling. Ging het vorig jaar om telling in een bekend natuurgebied, dit jaar lag de nadruk op het thema "achteruitgang van vogels en landschap" en dan met name met betrekking tot het akkerland. 'Farming for Life' heet de campagne van BirdLife International die zich richt op de stimulering van duurzame natuur- en milieuvriendelijke landbouwmethoden. Zou Avifauna daar een bijdrage aan kunnen geven, vroeg het bestuur zich af. Ja, maar dan wel in samenwerking met de Werkgroep Grauwe Kiekendief die sinds enige tijd bezig is ook buiten de broedtijd de ontwikkeling van de op de akkers levende muizeneters te volgen. Twee vliegen in een klap proberen te slaan dus. Het voorstel werd met enthousiasme begroet. Avifauna-tellers werden met enige moeite gevonden; die van de Werkgroep stonden al klaar.
En zo togen op de regenachtige zaterdagmorgen van 1 oktober 23 vogelliefhebbers naar Kostverloren bij Drieborg, het Oldambt, aangevuld met twee persmensen. Het telgebied omvatte een ruim terrein van Delfzijl tot over de Duitse grens en noordelijk van de lijn Drieborg- Finsterwolde-Midwolda. Feitelijk de Dollardpolders en twee telgebieden tussen Blijham-Bellingwolde en Oudeschans. Totaal werd bijna 17.000 ha geteld.
De telgroepen werden gemengd gevormd. Dat had twee voordelen: de mensen van de Werkgroep zijn bekend met het terrein en op deze wijze werd de bekendheid met elkaars telwerk versterkt. Er werd zo'n vijf uur geteld.
De resultaten van de telling werden op gezette tijden naar onze centrale post in Kostverloren doorgebeld en hiervan gingen ze naar de landelijke coördinatie in Zeist. De Europese gegevens worden trouwens dit jaar verwerkt door de Turkse BirdLife organisatie.

Wat heeft deze samenwerking opgeleverd?
In de eerste plaats is gebleken dat zo'n eenmalige telling vlot georganiseerd kan worden en dat de coördinatie uiterst gladjes is verlopen. Het enthousiasme bij de tellers was groot, de waarnemingen uiterst boeiend en de gezelligheid navenant. Hoewel enkele mensen van de Werkgroep ook lid zijn van Avifauna, was het voor de meeste van de Avifauna-leden een nieuw en interessant gebied om te tellen. Ondanks de slecht weersvoorspelling klaarde het weer na een uurtje miezeren op en scheen later op de ochtend de zon. Kortom: hiermee was weer eens bewezen dat wie thuis blijft altijd ongelijk heeft.

Welke waarnemingen zijn gedaan?
Totaal werden 89 soorten geteld. Uiteraard waren er grote aantalverschillen.
Van de 8178 Spreeuwen tot de eenlingen, Gekraagde Roodstaart, Tureluur, Witgat, Zanglijster en Zwartkop. Kieviten (5134) en Goudplevieren (4217) in grote aantallen. Van de ganzensoorten waren naast Grauwe Gans (2608) nog nauwelijks andere soorten aanwezig (Brandganzen en Canadese in lage aantallen; deze moeten als doorlopend- in- het- gebied- aanwezig worden beschouwd).
De variatie aan muizeneters was groot: talrijke Buizerds (130), al redelijk vele Blauwe Kiekendieven (17, waaronder relatief veel mannen), nog enkele Bruine (4), weer talrijke Torenvalken (81), en die 2 Ruigpootbuizerds. Ook de Blauwe Reiger kan als muizeneter worden beschouwd: met 201 getelde dieren kunnen we zeggen dat deze ruim aanwezig is in het gebied.

Ook een Smelleken werd gezien. Foto Hans Hut ©.
Ook een Smelleken werd gezien.
Foto Hans Hut ©.
4217 Goudplevieren zijn er geteld. Foto Hans Hut ©.
4217 Goudplevieren zijn er geteld.
Foto Hans Hut ©.

Wat te zeggen van de typische akkervogels?
Patrijs: slechts 5 geteld (hetgeen gezien de gebruikte methode -veel uit de auto en marginale trefkans van de soort- voor de hand ligt). Gele Kwikstaart: 3, maar de soort heeft het gebied al verlaten. Veldleeuwerik:104; lijkt leuk, maar het is trektijd en dus verwacht je hogere aantallen (onze eigen broedvogels zijn al een tijdje weg en de grote influx uit het noorden moet nog komen). Graspieper: 598 gezien, maar ook hier geldt dat de vogels op trek zijn. Witte Kwikstaart: 83, houdt ook niet over, gezien de tijd van het jaar. De variatie in soorten was heel behoorlijk en dat geldt ook voor de zangertjes. Van Sperwer, Smelleken, Havik en Slechtvalk, de vogeljagers werden enkele gezien. Opmerkelijk was de waarneming van de Strandleeuweriken en de Fraters: vroeg voor de tijd van het jaar.

Bekijk de totale telresultaten van de EuroBirdWatch 2005 als pdf bestand.

Kunnen we hier iets uit afleiden omtrent de toestand van de Groninger akkers als doortrek/pleister- gebied? Dat zou op grond van deze eenmalige steekproeftelling wel erg kort door de bocht zijn. Je kunt zeggen dat we soorten als Grauwe Gors en Velduil hebben gemist, maar dat is een open deur. Duidelijk is wel dat van de typische akkervogels geen grote aantallen werden waargenomen, maar dat valt gezien het tijdstip van de telling ook niet te verwachten. Wel was bijvoorbeeld het aantal Blauwe Kieken relatief goed. Voor pleisteraars als Kievit en Goudplevier is het er kennelijk wel goed toeven.

Avifauna dankt de Werkgroep Grauwe Kiekendief voor de prettige samenwerking en gastvrijheid.

Anne van der Zijp, bestuurslid van de vereniging Avifauna Groningen.


21-9-2005 (nieuws uit het veld)

Tranen trekkend monnikenwerk; het pluizen van braakballen

Zaterdag 17 september stond voor een aantal werkgroepsleden geheel in het teken van een klusje dat bij sommige de slijmvliezen op hol heeft doen slaan. Vanaf 10.00 uur verzamelde Bauke, Chris, Emmy, Erik, Gert, Grietien, Martijn en Ben zich bij de poorten van het Biologisch Centrum te Haren. In één van de labs stond een paar pronte zakken vol met enveloppen te wachten op de werkgroepsleden. Het vullen van deze enveloppen is al sinds 1992 een belangrijk onderdeel van het veldwerk rond de grauwe kieken. Broedplekken in Oost-Groningen, Zuidelijk Flevoland en Ost-Friesland (D) worden 1-2 keer/week systematisch op plukresten en braakballen gecontroleerd om zodoende inzicht te verkrijgen in de dieetkeuze van onze populatie grauwe kiekendieven. Dit veldwerk zou echter nutteloos zijn als nadien geen tijd zou worden gevonden om het verkregen materiaal op een correcte wijze aan een determinatie te onderwerpen. Om deze reden organiseerde we afgelopen zaterdag een pluisdag en hier worden de eerste resultaten met de lezers van deze site gedeeld.

Na het veldwerk is het van belang de verzamelde prooiresten te determineren.
Na het veldwerk is het van belang de
verzamelde prooiresten te determineren.
Verdeling naar aantallen van de Groningse prooiresten (N=599), stand 17 september.
Verdeling naar aantallen van de Groningse
prooiresten (N=599), stand 17 september.

Op basis van onze indrukken, de magere reproductie van onze paren, vele hongermaliën bij de nestjongen en de gegevens die afkomstig zijn uit de muizen-census dan mocht een laag aandeel (veld)muizen worden verwacht. Het laagste percentage (veld)muizen dat we tot op heden hebben vastgesteld (1994) bedroeg c. 42%, het hoogste c. 78% (1998). Gemiddeld over al de jaren bedroeg het aandeel muizen c. 61%. Het tussentijdse percentage muizen in het dieet van onze vogels in 2005 bedraag c. 62%, vrijwel identiek aan het meerjarig gemiddelde (1992-2004) derhalve. Op het eerste gezicht lijkt 2005 dus een gangbaar jaar te zijn geweest maar uit de muizen-census in augustus weten we dat het aantal gevangen muizen behoorlijk veel lager lag dan in 2004. In jaren met relatief lage aantallen veldmuizen schakelen de adulten doorgaans over op minder gangbare prooidieren. Zo werd in 2005 een gierzwaluw op een nest nabij Meeden gevonden, is een zanglijster beslist geen reguliere prooi en behoort de holenduif duidelijk tot de grootste prooien die door een grauwe kiek gedood kunnen worden. De invasie van kwartels (6 als prooi, tevens een kwartel-ei) wordt fraai weerspiegelt in onze lijst en we hebben de indruk dat pas geboren hazen relatief vaak het haasje waren. Ook het aandeel sprinkhanen, loopkevers en libellen lijkt aan de hoge kant te zijn. Het ogenschijnlijk gangbare percentage van 62% muizen kan dan ook in het licht van het relatief forse aantal bijzondere prooien aan een nuancering worden onderworpen. Wanneer de nog aanzienlijke stapel enveloppen is weg-gedetermineerd dan kunnen we de eindbalans opmaken. Omdat er nog relatief weinig plukresten door onze vingers zijn gegaan kon het percentage muizen nog wel eens een beetje dalen.

Braakballen pluizen is een forse aanslag voor de slijmvliezen.
Braakballen pluizen is een forse aanslag
voor de slijmvliezen.
De onverwachte excursie onder leiding van Joost Tinbergen.
De onverwachte excursie onder leiding
van Joost Tinbergen.

Op dagen als de 17e gebeurt er natuurlijk van alles. Het meest in het oog springende was waren de steeds wateriger worden ogen van onze secretaris en de vele zakdoeken die hij heeft volgeproest. Lekker al dat muizenhaar!
Leuk was de onverwachte excursie die we plots te verstouwen kregen. Een paar dozijn oud-biologie-studenten kreeg onder leiding van Joost Tinbergen een rondleiding door de gebouwen van het Biologisch Centrum. Zo konden we ons pluiswerk aan een groot aantal zwaar geïnteresseerde biologen uitleggen.


16-09-2005

De ecologische meerwaarde van faunaranden buiten de zomermaanden

Tim van Nus in de Heinitzpolder
Tim van Nus in de Heinitzpolder
Hallo! Mijn naam is Tim van Nus. In het kader van een stage uit het 4e jaar van de studie Bos & Natuurbeheer aan de Internationale Hogeschool Larenstein ga ik de komende twee maanden voor de Werkgroep Grauwe Kiekendief op zoek naar de waarde van meerjarige braaklegging van perceelranden (faunaranden) voor vogels en zoogdieren buiten de zomermaanden.
Dat de huidige braakleg-regelingen tot nu toe voor veel broedvogels en zoogdieren erg succesvol blijken te zijn is bekend. Het recente succes van Grauwe kiekendieven in de provincie Groningen is daar een goed voorbeeld van. Maar wat is nu precies de ecologische meerwaarde van een dergelijke rand wanneer de gewassen zijn geoogst, de akkers zijn geploegd, de planten zijn uitgebloeid en dezelfde kiekendieven ergens in Afrika rondzweven?

Met dezelfde vraag in het hoofd is er in het begin van het jaar door vrijwilligers van de werkgroep al een aantal inventarisaties (wintertellingen) uitgevoerd in de maanden januari en maart. Het betrof hier grotendeels dezelfde akkerbouwgebieden als die nu in het najaar door mij onderzocht gaan worden (o.a. de Carel Coenraad- en Reiderwolderpolder, omgeving Drieborg – Ganzendijk, omgeving Blijham – Oudeschans en Rheiderland (Duitsland)). Tijdens het doorlopen van deze gebieden worden vaste routes aangehouden (transecten). De transecten bevatten een evenredige verdeling van percelen met faunaranden en die zonder speciale maatregelen. Hierbinnen worden waarnemingen van vogels en zoogdieren gekarteerd. Door het vergelijken van de waarnemingen tussen de onderlinge transectdelen kunnen zo uitspraken worden gedaan over de kwaliteit van deze faunaranden. Naast dit kwaliteitsoordeel is het ook de bedoeling een handleiding op te stellen voor de inventarisaties. Met deze handleiding kan er ook de komende jaren buiten het broedseizoen door de vrijwilligers op een gestandaardiseerde wijze interessant en zinvol veldwerk verzet worden.

Al voor een groot deel van mijn leven houd ik de vogels om mij heen goed in de gaten. Veel ervaring met inventarisaties heb ik opgedaan als vrijwilliger bij de Roofvogelwerkgroep Zwolle. De afgelopen zomer bracht ik door op Middleton Island (een klein eilandje in de Golf van Alaska). Hier heb ik meegewerkt in een onderzoek naar de enorme kolonie zeevogels ter plekke.

Op de boerderijcamping van Kostverloren geniet ik de komende tijd van de gastvrijheid van de familie Van Rijn. Ik ben al behoorlijk onder de indruk van het Groningse polderlandschap. Nu alleen nog hopen dat het weer deze herfst een beetje meezit!

Tot ziens in 't veld!

Tim


2-9-2005

Vogelfestival 2005

Geslaagd mag het zeker worden genoemd, het door meer dan 9000 mensen bezochte vogelfestival afgelopen weekend gehouden in de Oostvaardersplassen. Een mooie beloning voor de organisatie en vrijwilligers die er alles aan hadden gedaan om er een mooie happening van te maken Er was een uitgebreid programma samengesteld met activiteiten voor jong en oud, beginnende vogelaars en doorgewinterde veteranen. In het prachtige natuurgebied werden onder deskundige leiding boeiende excursies , zowel te voet als per bus en huifkar, georganiseerd Een grote tent diende als onderkomen vooreen groot aantal topkunstenaars.Ook de ons bekende Erik van Ommen en Elwin van der Kolk kon men hier, gezeten tussen hun voltooide werken, in levende lijve aan het werk zien.
Cathryn en Hilbrand hebben de stand met verve bemand. Foto Ben Koks.
Cathryn en Hilbrand hebben de
stand met verve bemand.
Foto Ben Koks.
In verschillende zalen werden non-stop lezingen gehouden over vogels,optiek en reizen.Ook draaiden er doorlopend prachtige natuurfilms. Zondagochtend werd het radioprogramma "vroege vogels" live uitgezonden vanaf het festivalterrein. Door de organisatie WILDzoekers werden boeiende programma's samengesteld om de jongere natuurliefhebber actief bezig te houden. Rond het festivalterrein stonden tientallen stands opgesteld,bemand door mensen van verschillende verenigingen,werkgroepen en natuurlijk aanbieders van o.a. boeken, reizen, optiek en andere artikelen, alles op vogel-, en (we vergeten je niet Menno) vlindergebied.

Vanzelfsprekend waren ook wij als Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief met een stand aanwezig. Men had ons en onze collega's van de Werkgroep Roofvogels Nederland een prachtig plekje toebedeeld aan de rand van het terrein met uitzicht over een mooi gedeelte van het natuurgebied. Veel tijd hebben we overigens niet gehad om van dit uitzicht te genieten,want zaterdagochtend rond half tien (het festival begon officieel om tien uur) was het al een drukte van belang. Ben was gelukkig vroeg aanwezig en had, toen wij arriveerden de stand al ingericht, zodat we meteen aan de slag konden met het aan de man brengen van onze promo-artikelen en het geven van allerlei informatie over het werk van onze stichting. Uit onverwachte hoek kregen we hulp van Amy. Hoewel nog maar sinds kort bij de werkgroep betrokken (en dat zou je beslist niet zeggen als je hoort hoe zij de belangstellenden te woord staat) waren we erg blij met haar aanwezigheid dit weekend.
Veel bekende en minder bekende mensen wisten die eerste dag de weg naar onze stand te vinden.Al vroeg op de dag kwamen onze penningmeester Jolanda en haar kids ons met een bezoek vereren, met de uitnodiging om 's nachts onze tenten bij hun op de boerderij op te zetten. Ook onze voorzitter wist ons te vinden en zoals een goed voorzitter betaamt bleef het niet bij zomaar een bezoekje. Willem maakte er meteen maar een werkbezoek van.
Ongeveer 3000 mensen passeerden die zaterdag de kassa. Dat beloofde wat voor de zondag wanneer, volgens de verwachtingen, het weer nog beter zou worden.

Penningmeester Jolanda van Beusichem kwam ook kijken met de kinderen. Foto Ben Koks.
Penningmeester Jolanda van Beusichem
kwam ook kijken met de kinderen.
Foto Ben Koks.
Voorzitter Willem Schillhorn van Veen maakte er een 'werkbezoek' van. Foto Ben Koks.
Voorzitter Willem Schillhorn van Veen
maakte er een 'werkbezoek' van.
Foto Ben Koks.

Na een heerlijk ontspannend avondje en een verkwikkende nachtrust bij de familie van Beusichem, togen we zondagochtend op tijd richting festivalterrein. En hoewel we ruimschoots op tijd aanwezig waren, bleek onze stand al volledig ingericht op ons staan te wachten. Roel Zijlstra en z'n medewerkers waren zo vriendelijk geweest dit voor ons te regelen. Fijne collega's die van de WRN.
Ben en Aletta arriveerden tegen tienen en even later ook secretaris Bauke en vriendin Emmy, zodat we die zondag met zeven mensen, rijkelijk voorzien waren van personeel. Dit was echter geen overbodige luxe gezien de grote publieke belangstelling.
Opvallend nieuwsgierig waren onze toehoorders naar ons "zenderwerk" en het zou leuk zijn om te kunnen zien hoeveel hits we straks na 2 september scoren op de site, wanneer we allemaal live kunnen meegenieten van de vorderingen van de twee met een satellietzender uitgeruste vrouwtjes.
Ook de op beide dagen gegeven lezingen van Ben werden door een groot aantal mensen bezocht, niet zo verwonderlijk natuurlijk.Wanneer je éénmaal een lezing van hem hebt bezocht, kom je zeker een volgende gelegenheid terug.
Onze posters, stickers, brochure&339;s en andere artikelen lagen goed in de markt, maar wat nog belangrijker is, is het feit dat we veel mensen mondeling hebben kunnen bereiken om ze bekend te maken met ons werk. Kortom een zeer geslaagd weekend. Dit geld zeker voor de gelukkige bezoekers die in de prijzen vielen van de door de sponsors georganiseerde prijsvraag. Zij gingen naar huis met verrekijkers in de duurste prijsklasse van de meest gerenommeerde merken als Zeiss, Swarovski en Bynolyt.

Wij hopen volgend jaar weer aanwezig te mogen zijn.

Hilbrand Schoonveld en Cathryn Wiekens.


24-8-2005 (nieuws uit het veld)

Het broedseizoen van 2005 middels met een geslaagd Uitzwaai-weekend afgesloten!

In het weekend van 13 en 14 juli heeft de Werkgroep op de inmiddels bekende wijze haar veldperiode afgesloten. Traditioneel was de muizen-census altijd het laatste wat we deden, maar door het introduceren van het zenderwerk is het seizoen opgerekt. We stoppen pas als het laatste mannetje zijn hielen heeft gelicht. Begin september valt een overzicht te verwachten van het aantal broedparen in onze werkgebieden, het reproductieve succes in dit schamele muizenjaar en de resultaten van de door Chris georganiseerde muizencensus.

Op zaterdag stond iedereen weer te trappelen om zijn of haar steentje bij te dragen aan dit bijzondere project. De beide zendermannen werden door twee keer twee teams gevolg en daarnaast werden verschillende telgebieden in de akkers systematisch op het voorkomen van roofvogels en blauwe reigers geteld. In al die jaren hebben we nog nooit eerder geprobeerd om het aantal grauwe kieken wat na het uitvliegen der jongen nog in Groningen aanwezig is te kwantificeren. Met deze augustus-telling hebben we als groep afgesproken gaan we daar verandering in brengen. De komende jaren zal het "Uitzwaai-weekend" steeds halverwege augustus op de agenda staan; het nuttige met het aangename combineren begint inmiddels het motto te worden van onze club.


Voor wat betreft de beide zendermannen begint het inmiddels steeds duidelijker te worden dat de bekende patronen worden doorbroken. Doorgaans besteden de mannetjes de ochtend om zo effectief als mogelijk op jacht te gaan om de hongerige jongen van voedsel te voorzien. In de middag is er dan wat ruimte voor het exploreren van nieuwe foerageer-gebieden. Een tactiek die doorgaans zijn vruchten afwerpt. De voorbije dagen lijkt het reguliere patroon anders te zijn. 'S ochtends wordt veel aan gelummeld, de effectief is ondanks een verbeterd voedselaanbod laag en pas in de middag wordt de ene na de andere muis bij de jongen gebracht. Wij interpreteren dat als de periode dat het mannetje beetje bij beetje ouderlijke zorg afbouwt zodat de hongerige jongen steeds vaker zelf gaan jagen en uiteindelijk het kunstje machtig zijn als ze dé reis naar het verre zuiden moeten aanvangen.

De roofvogeltellingen bevestigden het beeld dat we hebben over het voorbije broedseizoen. Doorgaans is de maand een augustus een relatief goede maand voor de muizen-eters in de akkers, dit jaar zijn de meeste gebieden echter leeg. Vooral het Duitse Rheiderland spande de kroon. Het succesvolle paar aan de Heereweg liet zich echter goed zien, de beide jongen waren op jacht en er werden nog enige plukresten (4 gele kwikstaarten) en braakballen gevonden. Een mooi afscheid van dit paar! Elders in het gebied werd een velduil in een grazige faunarand gezien en in totaal hadden we hier drie jagende sperwers. Erg leuk was het wijfje kwartel dat met zes jongen van 7-10 dagen oud uit de breedste faunarand in de Landschaftspolder opvloog. Een haantje sloeg zijn slag op ca. 30 meter van deze plek.
Aan de Nederlandse zijde van de Westerwoldse Aa was het stukken beter met de roofpieten. Op alle bekende broedplaatsen van de kieken vloog een mooie mix van adulten en jonkies rond; altijd weer een feest om naar te kijken. In de Dollardpolders zagen Jan en Grietien een jagende man blauwe kiek en een wespenraat-uitgravende wespendief. Chris en Jeroen rapporteerden o.a. een 2KJ man grauwe kiek nabij Blijham. De zelfde vogel is waarschijnlijk ook door Marlien en Jelle in het natuurgebied De Gaast gezien.

Natuurlijk kwam het meest smeuïg verhaal weer uit de koker van onze eigen fotograaf Hans Hut. Samen met onze velduilen-man Bert Zijlstra uit Heeg was het zenderwerk aan de Noordbroek-man vrij suf, waren de aantallen roofvogels nabij Zuidwending niet om over naar huis te schrijven maar zat het venijn in de staart. Na een tip van Hilbrand en Cathryn werd het zenderwijfje "Marion" jagende nabij de Lange Meen (tussen Blijham en Oude Pekela) gezien. Hier ving ze de ene na de andere prooi op de pas gemaaide tarwe-stoppel van akkerbouwer Henk Keizer. Na een verbazingwekkend verlopen gesprek, veel lol en 15 Euro lichter mochten Hans en Bert de tarwe-stoppel van Henk met de auto berijden en zijn weer verbluffend fraaie foto's geschoten van het wijfje dat dit jaar met succes drie jongen heeft grootgebracht.
Aangezien het weer - na een periode met (te) veel regen - eindelijk eens meeviel heeft de hele groep de bedrijvigheid in dé graanschuur van Nederland mogen ervaren. Mooi was het gesprek dat we met Bernard Leemhuis op zijn combine hadden. In een volstrekt rechte lijn zagen we één van onze boeren van het Eerste Uur zijn tarwe oogsten; iedereen jaar weer een moment dat we met een lichte weemoed aanschouwen. Ná de oogst is het namelijk de hoogste tijd dat onze kieken hun gevaarlijke reis naar het verre zuiden gaan aanvangen. Begin september zullen de lezers van deze site worden bijgepraat over deze reis.

'S avonds hebben we na een heerlijke maaltijd bij de Mini-camping van Clara & René van Rijn elkaar bijgepraat. De volgende dag hebben Aletta, Bert, Amy en Ben nog een paar uur besteed om de beide zendermannen op de staart te zitten.

Tettigonia viridissima als snack bij mannen Circus pygargus

Ieder veldseizoen brengt zo weer zijn eigenaardigheden voort. Dat maakt veldwerk óók zo leuk en daarom kost het ons geen moeite om er ieder jaar weer een nieuw seizoen aan vast te plakken. Zo is het zeker dat 2005 het Jaar zal zijn waarvan we weten dat begin maart het florissante veldmuizen-aanbod met het smelten van een dikke laag sneeuw als sneeuw voor de zon decimeerde. In onze werkgebieden was daarmee de toon gezet: het leeuwendeel van de paren kreeg het moeilijk en in nagenoeg alle legsels moeten dramatische momenten zijn geweest waarbij een deel van de jongen aan het kortste eind trok. Dit alles volgens de rigide wetten van Moedertje Natuur.

Door ons telemetrische onderzoek zijn we inmiddels weer een aardig stukje wijzer geworden. De twee mannetjes die het tot het einde uitzongen hebben weer een schat aan informatie opgeleverd en zenderstudent Martijn Perk zal zijn tanden in een heterogene data-set kunnen zetten. Opvallend detail voor dit jaar was het feit dat we voor het eerst hebben waargenomen dat beide mannetjes zich tegoed deden aan grote sprinkhanen. De Grote Groene Sabelsprinkhaan Tettigonia viridissima is één van de grootste Nederlandse insecten en op gezette tijden kennelijk zo eenvoudig te grijpen dat onze mannetjes er wel pap van lusten.

Toen Jan Ploeger en Ben Koks op zaterdag-morgen 23 juli bezig waren de zendervogel van Blijham te volgen bleek deze vogel serieuze belangstelling te hebben voor een perceel zomergerst bij Bronsveen (Veenkoloniën ten oosten van Oude Pekela). Een gebiedje waar de Blijham-vogels met enige regelmaat worden gezien en waar ze met name met veldmuizen en een keur aan zangvogels weer huiswaarts keren. Ditmaal was het jaaggedrag afwijkend. Dit keer geen felle stoot op een veldmuis of een succesvolle helikopter-vlucht achter een gele kwik. Keer op keer vloog het mannetje naar een plek in het zomergerst, liet zich met een relatief slome duik opzij vallen en bleef vervolgens met zijn vleugels op de zachte halmen liggen. Hoewel we de eerste keren niet goed konden zien wat voor prooi het betrof, bleek alras dat het ging om een midden-vinger-groot insect dat vervolgens op een belendend schouwpad werd opgepeuzeld. Nadat het mannetje na 8 succesvolle 'hits' zichzelf had bedropen vloog hij over een Acacia-aanplant richting de Driepoldersweg (Wedderveer) alwaar hij na enige pogingen een jonge haas ving in het een perceel wintertarwe (Jan vond nadien de plukresten). Na het zenderwerk is het schouwpad gecontroleerd op de aanwezigheid van prooiresten. Op de plekken waar Jan en Ben het mannetje hebben zien vreten werden de resten van een grote sprinkhaan gevonden; het ging om de mannetjes van de eerder genoemde Grote Groene Sabelsprinkhaan (zie foto) Later die dag hebben Jeroen en Chris identiek gedrag en het vangen van dezelfde prooi op dezelfde locatie kunnen vaststellen. Mooier kan team-werk bijna niet zijn, die dag is deze zenderman voor bijna 100% van de dag gevolgd.

De Grote Groene Sabelsprinkhaan: een lekkere snack voor de mannen. Foto Hans Hut.
De Grote Groene Sabelsprinkhaan:
een lekkere snack voor de mannen.
Foto Hans Hut.
De resten van een Grote Groene Sabelsprinkhaan na het snacken. Foto Hans Hut.
De resten van een Grote Groene
Sabelsprinkhaan na het snacken.
Foto Hans Hut.

Later is dit gedrag ook waargenomen bij het mannetje van Noordbroek. Deze man koos daarvoor twee percelen zomergerst uit nabij Hellum. Oók hier waren Grote Groene Sabels de klos en het gedrag was identiek aan het gedrag van de Blijham-man. In totaal hebben we verspreid over 6 verschillende percelen zomergerst zeker 50 keer met succes een exemplaar van de Grote Groene Sabel kunnen registeren. Wij stellen ons naar aanleiding van deze waarnemingen de volgende vragen:
1) waarom worden deze sprinkhanen uitsluitend in zomergerst gepakt en bijv. niet in ruigtestroken en wegbermen (waar deze soort zeker op de zandgronden talrijk is te noemen);
2) het lijkt er sterk op dat de kiek niet eens kijkt alvorens hij toeslaat. We denken dat hij de Sabelsprinkhanen op gehoor vangt en zich er bij wijze van spreke op laat vallen;
3) we hebben nimmer gezien dat een sprinkhaan naar zijn nest werd gebracht. Kennelijk loont het niet een relatief kleine prooi over een afstand van enige kilometers "thuis" te brengen maar kan deze tussentijdse snack wel uit als voedsel om zijn eigen energie-voorziening op peil te houden;
4) worden Grote Groene Sabels alleen in muizenarme jaren gevangen of hebben we dankzij ons telemetrische onderzoek iets opgespoord dat samenhangt met de talrijkheid van deze fraaie sprinkhanen?
5) we hebben inmiddels enige exemplaren van de Grote Groene Sabelsprinkhaan gevangen. Zowel mannetjes als wijfjes (te herkennen aan de zg. legboor). Ogenschijnlijk gangbare zomergerst-velden blijken een reproduceerbare populatie te bevatten. Navraag bij een aantal van onze boeren blijkt op te leveren dat het hen is opgevallen dat ze a) de soort goed kennen en b) dat er in 2005 meer zijn dan in andere jaren.

Inmiddels weten dankzij een motiverende e-mail-wisseling met Roy Kleukers van het Naturalis in Leiden iets meer over de kiekendieven-snacks. Het is niet bekend of 2005 een bijzonder jaar is voor onze tsjirpende vrienden. De indruk van BK is dat in Oost-Groningen en het aangrenzende Ost-Friesland (D) Grote Groene Sabels wel degelijk talrijk zijn. Echter zonder Meten geen Weten.
Het gegeven dat we bij onze schaars gevonden prooiresten géén wijfjes hebben gevonden doet vermoeden dat de kiekendieven inderdaad op gehoor hun prooi verschalken. Dit is conform onze waarnemingen.

Wie ons op weg kan helpen om de hier gestelde opmerkingen in een breder kader te kunnen plaatsen wordt verzocht een mailtje te sturen. Voorts is het boek "De sprinkhanen en krekels van Nederland" een must om te hebben. Voor vogelaars die iets verder willen kijken dan hun neus lang is een heuse aanrader!

Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden 2004 (tweede druk). De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). - Nederlandse Fauna 1, Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV-Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 bladzijden en 14 platen.


30-7-2005 (nieuws uit het veld)

Zendermannetje erbij, en geen Grauwe op Schier…

De maand Juli is nog niet afgelopen maar er is alweer enig nieuws te vermelden. Zo heeft er op 16 Juli een vrijwilligersdag plaatsgevonden waarbij we met een groot aantal mensen genoten hebben van een hele dag samen in het veld. Niet alleen de vaste club maar ook een aantal nieuwe gezichten waren erbij: Er werd volop gewerkt aan radiotelemetrie, vangen van adulte vrouwtjes en uitkammen van gebieden waar eventueel nog niet bekende paartjes zouden kunnen zitten. Als bijzonderheid hadden we dit keer ook twee gasten uit Duitsland erbij: Michael Exo van het Institut für Vogelforschung "Vogelwarte Helgoland" in Wilhelmshaven (houdt zich bezig met o.a. vogeltrek) en Marion Gschweng van de Universiteit Ulm (zij werkt zelf aan Eleonora's valken). Ook deze gasten hebben dus mee kunnen genieten van de unieke sfeer van de werkgroep en een succesvolle velddag met vliegshows van volwassen en net uitgevlogen kiekendieven. 's Avonds stond een overheerlijke maaltijd voor ons klaar in de tuin van ons veldstation-camping Kostverloren en hebben we tijdens een gezellige avond de verhalen van de dag uitgewisseld. Ringen van twee nesten Grauwe kiekendieven stond ook nog op het programma, waarbij nummer 1 het nest van geel 95, zenderman in 2004. Hier hebben we 1 jong kunnen ringen dat bewonderd en veelvuldig op de foto werd gezet. Bij het tweede nest van zenderman geel 99 (2005) was een vos ons helaas voor geweest, zoals eerder vermeld is dit helaas niet voor de eerste keer dit jaar.

Speciale gast van de Werkgroep Marion Gschweng laat één van de gevangen vrouwtjes weer los. Foto Hans Hut.
Speciale gast van de Werkgroep Marion
Gschweng laat één van de gevangen
vrouwtjes weer los.
Foto Hans Hut.
Eén van de net uitgevlogen juvenielen die tijdens de vrijwilligersdag mooie vliegshows gaven. Foto Martijn Perk.
Eén van de net uitgevlogen juvenielen die
tijdens de vrijwilligersdag mooie
vliegshows gaven.
Foto Martijn Perk.

Verder valt er te vermelden dat we weer een zendermannetje erbij hebben: Geel 27 ging afgelopen zondag bij Noordbroek op een vangpaal zitten en werd uitgerust met een radio op zijn staart. In 2003 werd dit mannetje ook al gevolgd en broedde toen maar een klein eind verwijderd van waar hij nu 4 jongen grootbrengt. Het is waarschijnlijk het derde jaar dat dit mannetje uit 1998 (geboren vlakbij Beerta) terug is in Noordbroek. Eerder dit jaar hadden we al een zoon van hem uit 2003 gevolgd (Geel 72), die inmiddels helaas zijn zendertje alweer kwijt is.

Vorige week is in Flevoland voor het eerst een groene kleurring op een van 'onze' kieken terug gezien, helaas kon hij niet geheel afgelezen worden. Groene kleurringen worden in Nedersaksen (Duitsland) gebruikt en nooit eerder is aangetoond dat zo'n duitse vogel als broedvogel terugkwam in Nederland. Nu weten we het dus zeker! Zo grensoverschrijdend zijn de kieken…

Bijna waren we ook nog blij geweest met een gekleurringde Grauwe die in een mistnet gevlogen zou zijn op Schiermonnikoog, maar vals alarm: het bleek om een juveniele Blauwe kiek te gaan, de eerste die dit jaar op Ameland een kleurring om kreeg, dus dat is op zich ook weer een leuk feit!


7-7-2005 (nieuws uit het veld)

Juli: De maand van het Grote Oogsten...

Terwijl dit tekstje uit het toetstenbord wordt geklopt is de Stichting volop actief. Jolanda is bezig te nodige facturen weg te sturen, Bauke broedt op een plan waarin slaperdijken een centrale rol spelen, Chris regelt de nodige zaken met betrekking tot ons zenderonderzoek, Martijn en Istvan proberen de zenderman van Meeden op zijn staart te kijken, Erik controleert de nodige nesten en zoekt prooien en een handvol vrijwilligers is bezig met ander veldwerk. We draaien dus zoals het hoort bij een werkgroep. Toch weten we allemaal dat een aanzienlijk deel van het seizoen alweer achter ons ligt en om elkaar niet uit het oog te verliezen zal er in het weekend van 16 & 17 juli weer een vrijwilligersweekend worden georganiseerd. Werkgroepsleden hebben de uitnodiging reeds per mail ontvangen, serieus gegadigden kunnen zich per e-mail bij Ben Koks aanmelden (zie ook de agenda).

De heren Mellema sr. en jr. verdiept in de net uitgedeelde brochure. Foto Hans Hut.
De heren Mellema sr. en jr. verdiept in
de net uitgedeelde brochure.
Foto Hans Hut.
Na 23 juni jl. zat er bij een aantal mensen een De ja Vu - gevoel in de kop. De Brochure-dag die we samen met de mensen van Vogelbescherming, de Gemeente Bellingwedde en de mensen van "Het Wapen van Oudeschans" hebben mogen ontvangen is prima ontvangen. Hoewel we serieuze concurrentie van een tarwe-studie-dag op de Ebelsheerd te Nieuwe Beerta hadden (daar waren ca. 80 van "onze" boeren aanwezig) mogen we met een totaal aantal van 200 bezoekers te Oudeschans beslist niet mopperen. Zowel de Brochure als de nieuwe Poster zijn prima ontvangen. Jan Ploeger deelde een paar dagen een paar van deze brochures uit (hier aan Mellema sr. en jr. uit Meeden). Er is niks zo leuk om in het veld reclame te maken voor ons werk!

Tussen het wuivende koren is het ook spannend. Hoewel het muizenaanbod gestaag lijkt toe te nemen (we denken dat de eerste generatie die in mei werd geboren het nu prima doet) hebben een aantal paren het beslist niet makkelijk. Zo lijken de drie zendermannen die momenteel worden gevolgd gemiddeld grotere afstanden af te leggen dan in de twee voorgaande jaren. De grootste afstand is tot op heden op naam van "Harry" te plaatsen. Onze broedvogel van de graanvlakten nabij Meeden is al nabij Stadskanaal teruggevonden; dit is hemelsbreed ca. 18 kilometer! Harry lijkt niet bepaald snugger, zijn score (aantal prooien/dag) is niet bijster hoog, zijn wijfje moet hongerig een gemiddelde dag doorbrengen. Dit is waarschijnlijk symptomatisch voor de situatie in 2005!

Een andere opvallend feit is dat een mannetje uit één van de Dollardpolders zeer frequent op de Duitse kwelders wordt gezien. Dit is lastig omdat het zenderteam hem dan makkelijk kan kwijtraken. Wanneer gaan de hekken tussen de grens nu eens weg?? De kieken trekken zich in ieder geval niets aan van zoiets als een landsgrens.

Het rare jaar heeft ook al tot de eerste gekke prooien geleidt. Van een aantal prooien weten we nog niet exact wat het is; op één nest vonden we echter naast twee gangbare prooien (nog niet uitgevlogen gele kwikken) eveneens een adulte gierzwaluw. Het is niet de eerste keer dat we deze prooi bij een nest aantroffen. De eerste keer was het eveneens tijdens een periode van aanhoudende regen. Gierzwaluwen hangen dan vaak laag boven de akkers om daar te profiteren van enig insecten-aanbod maar zijn kwetsbare voor predatie.

Willem Schillhorn van Veen geeft uitleg aan de bezoekers uit Belgie en Engeland hoe het er aan toe gaat in het veld.
Willem Schillhorn van Veen geeft uitleg aan de bezoekers uit Belgie en Engeland hoe het er aan toe gaat in het veld.
Olivier Dochy, Kelly Mermys, Dieter de Praetere en Ian Henderson (BTO) op bezoek in Oost-Groningen
Olivier Dochy, Kelly Mermys, Dieter de Praetere en Ian Henderson (BTO) op bezoek in Oost-Groningen
De PR is ook na 23 juni niet stil blijven staan. Op 29 juni hadden we erg aangenaam bezoek uit België en Engeland. Olivier Dochy (wetenschappelijk medewerker provincie West-Vlaanderen), Kelly Mermys, Dieter de Praetere en Ian Henderson (BTO) hebben een dag meegelopen en nabij Meeden, Blijham en het Duitse Rheiderland hebben we de nodige discussie's over agrarisch natuurbeheer in open akkerland gevoerd. Wij hebben dit als bijzonder motiverend ervaren en dit leuke contact gaan we zeker warm houden.

Bauke & Jan hebben zondag 3 juli een excursie gegeven voor Drentse IVN-ers. De foto-impressie van deze enthousiaste groep spreekt boekdelen. Jan zijn schitterende Citroën stal als vanouds de show en de kieken deden de rest.

Afgelopen maandag hebben we het eerste legsel jongen geringd dat op het punt van uitvliegen staat. Samen met burgermeester Engbert Drenth, wethouder Melle Wachtmeester en Ton Stomp van de Gemeente Bellingwedde hebben we een genoeglijke ochtend mogen beleven waarbij het ringen van de jongen, de rol van de Gemeente met betrekking tot maaibeheer in bermen etc. volop aan bod kwamen. Die ochtend kwamen tevens de nodige kruisbekken over de graagvlakten nabij Blijham vliegen (zeker 100 stuks, verdeeld over 7 groepjes, er lijkt momenteel sprake te zijn van een heuse invasie van deze typische bosvogels).

Juli, de maand van het Grote Oogsten. Na luzerne zullen achtereenvolgens graszaad, koolzaad en wintergerst worden geoogst. De Werkgroep hoopt echter ook flink te oogsten. Op de eerste plaatst worden in juli traditioneel de nestjongen geringd, een belangrijk deel van de data verzameld en gaan we tevens vaker dan anders de grens over.

Tenslotte nog een oproep:
Mensen die serieus belangstelling hebben een bijdrage in het Telemetrisch onderzoek worden verzocht contact op te nemen met RuG-student Martijn Perk. Een auto, een redelijke portie stuurmanskunsten en een scherpe blik volstaan om tijdens een dagdeel achter één van de drie zendermannen aan te zitten. Voor velen zal dit als verrassend en vooral erg spannend veldwerk worden opgevat.

Martijn Perk:
Telefoon: 06 - 40 375 929
E-mail: M.J.Perk@student.rug.nl

Martijn Perk
Martijn Perk


24-6-2005

23 juni Een dag van terugblikken en vooruitzien.

Oudeschans, de plaats waar 23 juni akkervogelminnend Nederland elkaar vond. Boeren, vogelbeschermers en verwerkende bedrijven waren uitgenodigd om elkaar nu eens niet in het veld te ontmoeten, maar in Het wapen van Oudeschans. Voor Ben Koks, akkervogelbeschermer van het eerste uur, een historische plek: wat nu een horecagelegenheid is, was in de beginjaren van Ben's kiekendievenwerk nog een boerderij. De bewoner in die tijd was een van de eerste agrariërs waarmee Ben contact had. Aan de keukentafel van de boerderij werd misschien wel een basis gelegd voor de werkwijze die nu zo gewoon is voor de werkgroep.

De samenkomst in 'Het wapen van Oudeschans' had een directe aanleiding. Medewerkers van Vogelbescherming Nederland hebben samen met Ben Koks en Hans Hut de afgelopen maanden koortsachtig gewerkt aan de totstandkoming van de brochure 'Grauwe Kiekendief, oogst van de akkernatuur' De brochure is bedoeld om mensen te informeren over de grauwe kiekendief als soort, de biotoop waarin de vogelsoort leeft en het onmisbare beschermingswerk. De uitreiking van de brochure stond dan ook centraal deze dag.

Voorafgaand aan het officiële programma was er de mogelijkheid om live het leefgebied van de grauwe kiekendief te bekijken: de grootschalige akkers van het Oldambt. De aanmeldingen voor de excursies zwelden, waarschijnlijk door het mooie weer, de laatste dag nog flink aan, zodat er op het laatste moment nog meerdere groepen geformeerd moesten worden. De deelnemers kregen faunaranden en langdurige braaklegging te zien, en konden vanaf een afstand zien hoe nesten beschermd werden. Een van de groepen bezocht de faunaranden van dhr. Kruijer, waar een jagend mannetje grauwe kiek, zoals afgesproken, liet zien dat de randen dienen als foerageergebied. Vanuit de deelnemers kwamen veel vragen en opmerkingen, wat de excursies een interactief karakter gaf.

Na het middaguur ving het officiële programma aan. Helaas verliep het een en ander anders dan vooraf was gepland. Een tweetal sprekers, wethouder Melle Wachtmeester van de gemeente Bellingwedde en de Duitse parlementariër Gitta Conneman, moesten door ziekte verstek laten gaan. Gelukkig werden er twee vervangers gevonden in de vorm van gemeentesecretaris Beekman en oud-gedeputeerde Jaap van Dijk.

De middag werd geopend door dhr. Beekman, die aangaf trots te zijn dat de gemeente Bellingwedde gastheer mocht zijn van zoveel Grauwe kiekendievennesten.

Vervolgens was het woord aan Ben Koks. Hij trakteerde de zaal, zoals we van hem gewend zijn, op een mooie foto-presentatie. De nadruk van zijn verhaal lag op de geschiedenis van het beschermingswerk sinds de vroege jaren '90. Gedurende Ben's speech werden op onnavolgbare manier mensen in de schijnwerpers gezet. De meesten van hen zagen zichzelf (niet geheel ter ieders tevredenheid) terug op foto's uit een soms ver vervlogen verleden.

Na deze historische schets was het de beurt aan Adri de Gelder van de Vogelbescherming om datgene te doen waar deze dag voor bedoeld is: het uitreiken van de brochure. Dhr. de Gelder sprak de hoop uit dat het leefgebied van de en het aantal akkervogels zou kunnen consolideren en verbeteren. Er was gekozen om de brochures uit te delen aan vertegenwoordigers van de drie pijlers waarop het beschermingswerk rust: agrariërs, grasdrogerijen en vogelbeschermers. Luit Heikens van de drogerij Oldambt BV kreeg als eerste een brochure overhandigd. Heikens was duidelijk trots om schakel te zijn van het in de streek breed gedragen beschermingswerk. Pieter Dinkla, agrariër te Bellingwolde liet in zijn korte toespraak merken gewonnen te zijn voor akkervogels. Als het aan hem ligt zijn de broedgevallen van grauwe kiekendieven in Oost-Groningen niet slechts een korte opleving van de soort, maar wordt de soort, naast alle mede-avifauna van de akker ingebed in een duurzame toekomst. Erik Visser hield het zoals verwacht 'kört', maar hij wist in slechts weinig woorden zijn dankbaarheid te tonen. Misschien waren de korte, maar duidelijke toespraken van de drie wel de beste die er die middag te horen vielen. Er sprak betrokkenheid en liefde voor de 'oogst van de akkernatuur' uit de toespraken van deze drie mannen, die anders dan alle sprekers, elke dag in het veld te vinden zijn.

Pauze, Bitterball'n

Het deel na de pauze werd geopend door de voorzitter van de stichting, Willem Schillhorn van Veen. Hij kreeg de sfeer er direct goed in door te beginnen met het verhaal hoe hij Ben had ontmoet. Velen van ons zullen zich precies kunnen voorstellen hoe Ben er toen moet hebben uitgezien in de zomer met modderlaarzen.
Aangezien onze speciale gaste van de dag, Gitta Conneman, had moeten afzeggen wegens ziekte, was er een vervangend, maar daarom niet minder belangrijke persoon gevonden om een speciaal woord tot de zaal te richten. Deze persoon was niemand minder dan oud-gedeputeerde Jaap van Dijk. Als gedeputeerde heeft hij het begin van het Kiekenwerk van nabij meegemaakt. Ook hij vertelde het publiek over hoe het allemaal begon; vogelbeleid was toen nog iets nieuws en de provincie werd daartoe gedwongen door de invoering van de EHS. Het akkergebied werd toentertijd gezien als wit en dus leeg. Maar, alhoewel de provincie dus nog geen concrete beleidsplannen had voor het akkergebied, was er wel degelijk iemand die deze plannen wel had. Zo ontmoetten zij elkaar, een beleidsman en een (idealistische) praktijkman. Gelukkig kunnen ze elkaar ondertussen erg goed waarderen is de indruk.

Vervolgens werden de nieuwe Kiekendief-posters uitgereikt aan 2 mensen die ook belangrijk zijn voor de samenwerking: de burgemeester van Bellingwedde, dhr. Drenth en de voorzitter van de agrarische natuurvereniging aan de Duitse kant, dhr. Löblein.
Beiden hielden een mooi betoog. Dhr. Drenth hield het kort maar krachtig door te onderstrepen dat een dergelijk mooie en zeldzame vogel toch maar mooi in de achtertuin zit en de samenwerking tussen de verschillende instanties en de werkgroep, de bescherming tot een succes heeft gemaakt. Erg fijn om te merken dat de burgemeester van dé Kiekendiefgemeente een man is met een groot hart voor natuur!
Rolf-Peter daarentegen, zelf agrariër in het mooie Duitse Rheiderland, legde de nadruk op de wijze van samenwerken en communicatie tussen de Nederlandse boeren en vogelbeschermers, iets wat men in Duitsland tot dusverre niet kende. Aangezien het beschermen en bestuderen van Grauwe Kiekendieven iets is wat zich niet alleen kan beperken tot Oost-Groningen riep hij op om te komen tot een nog nauwere samenwerking tussen 'die beide Seiten'.

Na de stoere verhalen werd het tijd voor iets luchtigers… Ben wilde namens de werkgroep nog een aantal mensen bedanken; Dagmar Stiefel van de Landesregierung Niedersachsen, Paula Huigen en Pauline van Mechelen van Vogelbescherming en Ton Stomp van de Gemeente Bellingwedde. Allen kregen een presentje als dank voor bewezen diensten. Dat Ben trouwens het liefst door donkerharige dames omringd wordt, mag na vandaag als bekend worden verondersteld.

Terwijl Ben al aan de hapjes wilde, nam Willem nog even het woord. Het bestuur van de Stichting moest nog aan de zaal voorgesteld worden en Ben werd door hen in het zonnetje gezet. Na alle verhalen over meters bier (die we denk ik allemaal ooit wel eens hebben moeten aanhoren) was het niet meer dan logisch dat het presentje o.a. bestond uit BIER! De komische duo-presentatie van Ben en Willem en de plaagstootjes over en weer maakten dat de dag werd afgesloten met een brede glimlach.

Daarna kreeg Ben toch echt zijn zin en mocht het publiek buiten spelen. In de mooie tuin van 'Het Wapen' konden we bijpraten met nieuwe en oude vrienden, waarbij de catering ons zeker niet vergat. De standjes van Vogelbescherming, de Werkgroep en het IVN werden goed bezocht. Voor iedereen lag de brochure en de poster klaar om afgehaald te worden, zodat we, behalve met een volle maag ook met volle handen naar huis gingen. Naar horen zeggen bleef het nog lang onrustig in Oudeschans…………………… (onder leiding van Ben?)

We hopen dat een ieder het naar z'n zin heeft gehad en dat middels deze dag de basis is gelegd voor een verdere en nauwe samenwerking tussen agrariërs, beleidsmakers, drogerijen, beschermers en andere betrokkenen. We hopen dat als we over 16 jaar weer een dergelijke dag mogen organiseren, we wederom terug kunnen kijken op een aantal mooie jaren van samenwerking en kunnen genieten van een landschap wat nog aantrekkelijker is voor akkervogels.

Gert Noordhoff & Marlien de Voogd


9-6-2005 (nieuws uit het veld)

Een (redelijk) goed begin: beter laat dan niet

De maand mei, traditioneel de maand waarin het het drukst is met nesten beschermen, is alweer voorbij. Nadat begin mei de eerste kiekendief-paren in het Oldambt hun intrek genomen hadden, bleef de teller een tijdje hangen. Zouden onze beesten de winter in Afrika wel overleefd hebben? Nadat het weer verbeterd was doken ineens weer overal nieuwe paren op en is er voorlopig geen reden voor bezorgdheid meer. Ook bij andere trekvogels zoals boerenzwaluwen die in het voorjaar van heel ver moeten komen, zijn dergelijke verschijnselen waargenomen: Een tijdje kwamen geen nieuwe beesten binnen, en het broedseizoen kwam redelijk laat op gang. Zo hebben we op dit moment (9 juni) nog steeds veel paren die bijvoorbeeld al een tijdje bij een luzerneveld naar keuze kamperen, maar ze beginnen maar niet met leggen. Het vermoeden is dat na het goede muizenjaar 2004 (volgens onze schatting het beste muizenjaar in het Oldambt sinds 1992) en een goede muizenwinter 2004/2005 (zie wintertellingen in januari elders op deze site) de sneeuwval in het vroege voorjaar het muizenaantal dermate heeft teruggebracht dat de kieken-vrouwtjes niet genoeg voedsel binnen kunnen krijgen om eieren te leggen. Door de jaren heen was het gemiddelde legdatum in Groningen 25 mei, maar dat zal dit jaar wel wat later uitvallen.

Ondertussen is de veldploeg 2005 druk bezig met het zoeken van nog steeds binnenkomende paren, het vinden van reeds begonnen nesten en het beschermen van de eerste gemaaide luzernenesten. Het nest van super-vrouw 'Geel 94' die zowel in 2004 als 2005 de eerste van alle kiekenvrouwtjes was die begon met leggen (dit jaar op 8 mei) is al succesvol beschermd. Helaas is een ander beschermd luzernenest onder verdachte omstandigheden mislukt, vermoedelijk door menselijk toedoen. Jammergenoeg is het nog steeds niet bij iedereen doorgedrongen hoe leuk roofvogels zijn…

Voor coordinatie en uitvoering van het veldwerk zijn dit jaar niet alleen vrijwilligers maar ook twee betaalde krachten aan het werk: Erik Visser en Chris Trierweiler. Verder is het zenderwerk alweer volop aan de gang, dit jaar vroeger dan ooit, en hebben we dus ook gegevens kunnen verzamelen uit de tijd dat de paartjes nog aan het baltsen waren en nog niet gelegd hadden. Martijn Perk, 'zenderstudent' van de RuG, organiseert het volgen van de beesten doordeweeks en Jan Ploeger heeft weer de coordinatie van de weekenden op zich genomen. Samen met vele vrijwilligers, Istvan Szentirmai, Harm Plat (beide RuG), Erik en Chris hebben zij ervoor gezorgd dat nu al een hele map vol gegevens over jaaggedrag van de mannetjes van dit jaar binnen is. Het blijkt dat vooral gemaaide grasvelden van veeboeren rond deze tijd van het jaar aantrekkelijk zijn. Mannetjes slepen dan om het kwartier een lekker muisje voor hun vrouw aan. Als er net geen vers gemaaid gras in de buurt is hebben de mannen erg veel moeite om prooien te vinden. Ze kunnen weleens voor 3 uur of langer rondzwerven en dan zonder prooi naar het nest terugkeren. Overigens zijn de twee zendermannen van vorig jaar dit jaar alweer teruggezien vlakbij hun oude nestplek! Een ander leuk feit is dat de eerste zenderman van 2005 met ringnummer Geel 72 (zie foto), een derde KJ mannetje, de oudste zoon is uit het nest van zendermannetje Noordbroek uit 2003. Dit voormalig zendermannetje, 'Geel 27', is in 2005 ook al weer gesignaleerd en lijkt er dit jaar twee dames op na te houden!



Zenderman 2005 'geel 72' (foto links) is een zoon van zenderman 2003
'geel 27' (foto rechts), geel 27 is weer terug en houdt er nu twee vrouwtjes op na.

Ben heeft deze maand niet alleen een boel organisatie- en lobbywerk verzet maar ook weer gezorgd voor bekendheid van ons werk buiten de werkgroep en het Oldambt: Twee excursies voor leden van Vogelbescherming Nederland en een excursie voor de ledenraad, zowel als het rondleiden van Oleg Dudkin, het hoofd van vogelbescherming Oekraine, en zijn beleidsmedewerkster Oksana Osadcha heeft hij voor zijn rekening genomen. Hij werd uitgenodigd voor een tegenbezoek aan Oekraine waar op de uitgestrekte steppes naar schatting zo'n 1000 paar kiekendieven moeten broeden.

Samenvattend: Op dit moment zijn in Groningen zo'n 19 paar bezig met broeden, 5 nog niet begonnen en 3 paren die nog bevestigd moeten worden. In totaal zitten we nu dus op zo'n 27 paar. In Flevoland zijn er tot nu toe minstens 4 paar aanwezig, in het duitse Rheiderland 2. De aantallen van aanwezige paren wijzen op een redelijk goed jaar! Zorgwekkend blijft het late begin van het broedseizoen en de vermoedelijk slechte voedselsituatie. Nu dus hopen dat de muizen ons niet in de steek laten en de kieken snel tot broeden kunnen komen, met hopelijk succesvol resultaat.


8-5-2005 (nieuws uit het veld)

Het seizoen is weer begonnen!

De vrijwilligeravond op zaterdag de 23e april was zoals gebruikelijk de aftrap voor het veldseizoen 2005. De opkomst was als vanouds goed deze avond, die geopend werd door de voorzitter van de kersvers opgerichte Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief Willem Schilhorn van Veen. Hij lichtte enige zaken toe rondom de nieuwe stichting en over de veranderingen die dit in de praktijk met zich meebrengen.
Het werd een zeer boeiende en bovenal gezellige avond waar Christiane Trierweiler haar onderzoeksdoelen toelichtte, Arjen Pilon de resultaten uit het telemetrie-onderzoek van afgelopen seizoen 2004 presenteerde en de nieuwe studenten voor het komend seizoen, Martijn Perk en Istvan Szentirmai zich voorstelden. Bauke Koole hield een spetterend relaas over de activiteiten van de PR-commissie en ons aller Ben Koks praatte deze avond als een ware showmaster aan elkaar. Dit alles gecombineerd met de prima catering van de familie van Rijn zorgde ervoor dat de aftrap veelbelovend is.

Groepsfoto van de bijeenkomst in Kostverloren op 23 april. Foto Hans Hut.
Groepsfoto van de bijeenkomst in Kostverloren op 23 april.
Foto Hans Hut.

Inmiddels zit de eerste week van mei er op en is er in het veld volop activiteit te bespeuren, met als hoofdrolspelers de grauwe kieken. Dit jaar kwamen de eerste serieuze meldingen wat laat op gang, maar gestaag druppelen er nog steeds vogels binnen. Inmiddels zijn de kerngebieden alweer in bezit genomen door baltsende, jagende, zwangere en de afgelopen dagen vooral ook door natte kiekendieven.

7 mei 2005: dit wijfje heeft al eieren in haar buik, door haar kleurring weten we dat zij in 2004 ook zo vroeg is begonnen. Foto Reint Jacob Schut.
7 mei 2005: dit wijfje heeft al eieren in haar
buik, door haar kleurring weten we dat zij
in 2004 ook zo vroeg is begonnen.
Foto Reint Jacob Schut.
Haar met een nederlandse aluminium ring uitgeruste man voorziet haar veelvuldig van lekkere hapjes. Foto Reint Jacob Schut.
Haar met een nederlandse aluminium ring
uitgeruste man voorziet haar veelvuldig
van lekkere hapjes.
Foto Reint Jacob Schut.

Een bijzonder leuk en boeiend begin omdat er vrijwel meteen een aantal kleurringen konden worden afgelezen. René Oosterhuis, de afleesspecialist van het noordelijk halfrond, liet zich van zijn beste kant zien door als eerste een aantal oude bekenden te begroeten. Eén van de afgelezen ringen is die van man geel 95. Deze vogel, gevolgd door vele vrijwilligers die meegewerkt hebben aan het telemetrieonderzoek van vorig jaar, is dus terug! Hij lijkt wederom domicilie te kiezen in de Reidewolderpolder. Een mooie opsteker voor iedereen en tevens een succes voor ons langlopend kleurringenonderzoek. Inmiddels zijn er al meerdere vogels waargenomen met kleurringen, dus zal de komende weken meer duidelijk worden over herkomst en plaatstrouw.
Ook ons werk in Duitsland is uiteraard weer van start gegaan, op 5 mei maakte Ben Koks een uitgebreide inventarisatieronde met Rolf Baum. Hoewel af en toe gehinderd door aangeschoten fatertag vierende Duitsers wisten zij zeker al 5 paartjes te localiseren, compleet met invallende vrouwtjes, copulaties en gesleep met nestmateriaal.
De komende weken zullen voornamelijk in het teken staan van broedparen opsporen die de keuze maken voor luzernenesten. Voor een ieder geldt dan ook om broedverdachte beesten in de buurt van luzernevelden zo snel mogelijk via deze site of rechtstreeks aan Chris of Erik (zie Informatie-Adressen) door te geven.
Resumerend kunnen we stellen dat het seizoen weer veelbelovend begint, de komende weken zien we dan ook met spanning tegemoet.


18-4-2005

De Veldleeuwerik Alauda arvensis in de picture

Veldleeuweriken zijn prachtige indicatoren van de meer extensieve delen van ons uitgeklede landschappen. Niet voor niets zijn de dichtheden nog relatief goed in de kerngebieden van onze Grauwe kieken. Vrijwel overal waar we foeragerende Grauwe kieken zien, zijn de aantallen van het trio akkerzangers goed te noemen. De jagende mannen worden als het ware bij iedere foerageertocht begeleid door zingende leeuweriken. Niet voor niets staat de relatieve forse Skylark (ca. 40 gram) in de top-tien van meest gegrepen prooien van de Grauwe kiek!
Drie jaar terug hebben wij het initiatief genomen de broedbiologie van de Skylark in akkerbouwgebieden in kaart te brengen. Middels een Pilot-studie in het Oldambt en de Groninger veenkoloniën is in 2002 gekeken naar het broedsucces van onze leeuweriken in relatie tot o.a. faunaranden en (meerjarige) braaklegging. Dit onderzoek is door medewerkers van SOVON uitgevoerd en de ideeën zijn ontsproten uit het werk van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Wie wat wil doen aan de verdere teloorgang van de vogels van het open cultuurland begint bij die soorten die goed reageren op de verschillende vormen van agrarisch natuurbeheer. Later is het werk opgerekt richting de provincie's Zeeland en Flevoland en mensen kunnen de rapporten downloaden elders op onze site (Onderzoek-Extra projecten).

Vogelbescherming Nederland start vanaf 26 april 2005 een actie voor de Veldleeuwerik. De Veldleeuwerik als metafoor voor kansen voor de soorten van het boerenland! Het spreekt voor zich dat de Groninger akkers - als bakermat voor akkervogel-beleid in Nederland - een rol van betekenis gaan spelen bij de verder ontwikkeling van ideeën omtrent het beheer van akkervogels in NW-Europa. Via de Grauwe kiek dus naar de Veldleeuwerik en middels goede praktijk-voorbeelden uiteindelijk verder werken aan het totale plaatje. De Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief zal de komende jaren haar werk verder intensiveren en het spreekt voor zich dat Alauda arvensis in dit werk een prominente rol zal gaan spelen.

In het NRC Handelsblad van 4 mei is een artikel verschenen met als titel Boer Onnes zaait nu ook vogels (afbeelding)

De Veldleeuwerik is vanaf 26 april hét middelpunt van de actie Veldleeuwerik van Vogelbescherming Nederland. Foto Hans Hut.
De Veldleeuwerik is vanaf 26 april hét
middelpunt van de actie Veldleeuwerik
van Vogelbescherming Nederland.
Foto Hans Hut.
Goed beheer van meerjarige braak zorgt voor goede dichtheden van deze karakteristieke akkerzanger. Foto Hans Hut.
Goed beheer van meerjarige braak zorgt
voor goede dichtheden van deze
karakteristieke akkerzanger.
Foto Hans Hut.

Samen met Hans Hut hebben we de laatste weken een paar gebieden in het oosten gecontroleerd op de aanwezigheid van goede aantallen Veldleeuweriken. Percelen meerjarige braak (nabij Slochteren, Weiwerd en bijvoorbeeld Blijham) laten mooi zien welke dichtheden bij goed beheer gehaald kunnen worden. In gebied met de juiste dichtheid aan faunaranden (> 8 km/100 ha) lenen zich eveneens voor perspectief-rijk veldleeuweriken-beheer. Deze gebieden vinden we o.a. tussen Nieuwe Pekela en Alteveer, tussen Finsterwolderhamrik en Nieuw-Beerta en natuurlijk onze "eigen proeftuin" Rheiderland (D).

In 2004 heeft Alterra een onderzoek naar evertebraten (insecten) gedaan in zowel braakland (meerjarig) als in faunaranden (zowel eenjarig als meerjarig). De uitkomsten van dit Alterra-onderzoek bevestigd wat wij al vermoeden. Bekijk het rapport (pdf-bestand) via de site van Alterra. Braak en faunaranden leveren in termen van biodiversiteit en biomassa beduidend meer insecten (potentieel veldleeuweriken-voedsel) op dan op voorhand werd aangenomen. Dit soort onderzoek bevestigd het idee dat we op de goede weg zijn en simpele vormen van agrarisch natuurbeheer in akkerland zijn vruchten begint af te werpen. We kijken dan ook hoopvol uit naar een verdere intensivering van het werk rond akkervogels in de komende jaren. Jaren die tevens beslissend zullen zijn om datgene te behouden wat nu onder druk staat.


22-3-2005

Verslag van de WRN-dag 2005

Hilbrand Schoonveld en Cathryn Wiekens

Op 5 maart j.l. vond weer de jaarlijkse WRN-dag plaats, gehouden zoals gewoonlijk in stadsschouwburg Ogterop in Meppel.
Gezien de verwachtte weersvoorspellingen hebben we nog even getwijfeld of we zouden gaan, maar we hadden een afspraak en dus reisden we toch af naar Meppel.
De dag begon meteen al goed toen we in de buurt van het Meppeler N.S. station een Ooievaar zagen overvliegen. Na een kwartiertje rondrijden, het was voor ons de eerste keer en we hadden onze routebeschrijving weer eens thuis laten liggen, arriveerden we bij de schouwburg en vonden wonder boven wonder een parkeerplekje naast het gebouw. Het koste Cathryn wel de nodige zweetdruppels om de auto door de hoge sneeuw op de plek te duwen, maar we hoefden in ieder geval niet ver te lopen.
We waren net op tijd binnen om de lezing van Henk Castelijns uit Zeeland, over het Bruine Kiekenwerk in hun provincie te kunnen meemaken. Een bijzonder gedetailleerde lezing over het goede werk van de Zeeuwen.
Zo rond half twaalf was de beurt aan "onze" beide corifeën Gert en Jan. De spits werd afgebeten door Gert met een boeiend verhaal over het voorkomen en de levenswijze van onze Grauwe Kiekendieven. Ook werd uiteraard aandacht besteedt aan het veldwerk van de vele vrijwilligers van de werkgroep, over de contacten die in de loop der jaren met akkerbouwers en de grasdrogerijen zijn opgebouwd en over het belang van deze contacten voor het wel en wee van de Kieken. Uiteraard werd ook aandacht besteedt aan projecten die naast het Grauwe Kiekenwerk zijn opgezet.
Het tweede gedeelte van de lezing werd verzorgd door Jan en ging voornamelijk over het z.g. zenderwerk. Jan wist de toehoorders op een bijzondere manier te boeien met zijn verhaal over onze zendermannen van afgelopen jaren. Het geheel werd nog verfraaid door het vertonen van prachtige foto's, wat gezien de reactie's uit de zaal, zeer op prijs werd gesteld. Het geeft o.i. toch een grote meerwaarde aan een lezing en het verlevendigd het geheel wanneer er foto- en/of filmmateriaal wordt vertoond.

Zo rond het middaguur presenteerde Rob Bijlsma het nieuwe boekje "Herkenning van roofvogels in het veld", welke deze dag voor het gelimiteerde bedrag van acht en een halve euro kon worden aangeschaft. Natuurlijk hebben wij hier ook even gebruik van gemaakt en het is een prachtig en handzaam boekwerkje geworden, niet alleen voor roofvogelkenners, maar vooral ook voor beginnend "roofvogelaars".
Tijdens de middagpauze werden in kleinere zalen diverse prachtige films vertoond,waaronder natuurlijk ook de film van Hans Rademakers over "onze Grauwe Kieken". De voorlopige versie hebben we allemaal bij René en Clara in Kostverloren kunnen zien, maar de uiteindelijke film is werkelijk een heel mooi kunstwerk geworden. De reactie's van de kijkers waren dan ook zeer positief.
Van het middagprogramma hebben we niet alles meegekregen, daar we Jan en Gert ook de kans wilden geven om enkele lezingen bij te wonen en wij toen onze stand hebben "bemand" cq "bevrouwd". Toch hebben we nog een groot gedeelte van de lezing van Peter van Geneijgen kunnen meemaken, een Slechtvalkenman pur sang, die op zijn bekende wijze een prachtig verhaal vertelde over "zijn" roofvogels in combinatie met schitterend beeldmateriaal van Slechtvalken met hun jongen en hun leefomgeving.
Tussen de bedrijven door was er gelegenheid tot het aanschaffen van allerlei zaken die te maken hebben met roofvogels, zoals boeken, T-shirts, CD's, petje's en dergelijke zaken, bij de in de foyer opgestelde standje's. Helaas was de dvd van Hans over onze Grauwen nog niet in voorraad, maar toch mochten we enkele bestellingen noteren. Ook voor onze overige promotie-artikelen als stickers, foto's en boeken was de nodige belangstelling. Uiteraard kom je op zo'n dag ook weer de nodige oude bekenden tegen, waar je dan nog even lekker mee kunt bijkletsen. Waarschijnlijk vanwege de slechte weersvoorspellingen was de opkomst iets tegenvallend, maar het was toch weer gezellig druk en we hebben deze dag dan ook als zeer geslaagd ervaren. Wij gaan het volgend jaar zeker weer. Jan en Gert bedankt voor jullie bijdrage aan dit evenement, waarbij het Grauwe Kiekenwerk andermaal op een prima wijze onder de aandacht van andere "roofvogelaars" is gebracht.


26-2-2005

Actie van Vogelbescherming Nederland voor de Grauwe kiekendieven!!

In 1990 werd in de Oostpunt van de Carel Coenraadpolder het eerste 3-legsel van een Grauwe kiek gevonden. Alle eieren kwamen uit, het legsel werd door eendrachtige actie van een paar vogelaars, het personeel van de Drogerij BV Oldambt en akkerbouwer Kees Kremer voor uitmaaien behoed en drie prachtige jongen vlogen uiteindelijk uit. Vele hebben genoten van dit tafereeltje omdat men toen algemeen aannam dat de Circus pygargus in die jaren als Nederlandse broedvogel op het punt stond te verdwijnen!
Zonder dat alle betrokkenen het toen beseften werd de kiem gelegd voor het systematisch beschermen van Grauwe kiekendieven in ons land. Inmiddels zijn we 15 seizoenen verder en weten we dat niet alleen meerjarige braaklegging verantwoordelijk was voor de plotselinge wederopstanding van de Grauwe kiek, maar dat er legio andere factoren zijn geweest die het succes van dit werk verklaren. Ons werk zou zonder de tomeloze inzet van boeren, personeel van de Drogerij BV Oldambt, vrijwilligers en vele anderen nimmer tot het huidige succes hebben geleid. Hier kan eenieder die een bijdrage aan het project heeft geleverd apetrots op zijn!

In de loop van de jaren stelden steeds meer mensen de vraag hoe men ons werk financieel kon steunen. Tot op heden was dit niet mogelijk omdat we daar als praktische ingestelde Werkgroep niet de structuur voor hadden. Dit hoort nú echter tot het verleden! Vogelbescherming Nederland heeft voor de Grauwe kiekendief een speciale actie op poten gezet die op 29 september zal beginnen middels een mailing richting een deel van haar 125.000 leden. Het spreekt vanzelf dat wij hierover zeer verheugd zijn!
De Vogelbescherming in Zeist heeft kosten noch moeite gespaard een mooie brief te schrijven (bekijk de brief in pdf-bestand) waarin wordt verzocht een bedrag te storten op giro 656500 ten name van Vogelbescherming Nederland o.v.v. Grauwe Kiekendief.
De opbrengst van deze VBN-actie zal voornamelijk worden ingezet voor een tweetal zaken.

Op de eerste plaats komt er een brochure waarin alle facetten van het kiekenwerk aan bod komen. VBN heeft de laatste jaren een prachtige traditie opgebouwd als het gaat om het uitbrengen van zeer informatieve en mooi vormgegeven brochures. In de kieken-brochure zal tevens aandacht worden geschonken aan andere akkervogels zoals de Veldleeuwerik, Gele Kwikstaart en Kwartel. Hiernaast zal de brochure ook ingaan op het belang van Faunaranden en Natuurbraak voor het duurzaam in stand houden van de Grauwe kiekendief als Nederlandse broedvogel.
Indien de actie een groot succes wordt dan is het tevens mogelijk een Duitse vertaling uit te brengen zodat we ons werk in Niedersachsen nog beter kunnen uitleggen. Zonder goede voorlichting zijn we namelijk nergens!

Op de tweede plaats kan het geld gebruikt worden om meer kennis te krijgen over de overwintering van de Grauwe Kiekendief in West- en Midden Afrika. Goede gegevens over de winterecologie zijn schaars. Onze filosofie is dan ook al jaren zo simpel als het maar kan: zonder kennis is het onmogelijk vogels adequaat te beschermen.
Er zijn echter genoeg redenen om te veronderstellen dat een Grauwe kiek niet zonder kleerscheuren de Afrikaanse overwintering doorkomt. Iedereen herinnert zich de laatste maanden de berichten en beelden van een grote sprinkhanenplaag die Afrika nu in haar greep houdt. Uit het werk van Beatriz Arroyo (Senegal) en Roger Clarke (India) is bekend dat Kiekendieven in de winter in hoge mate afhankelijk zijn van treksprinkhanen, het behoeft geen uitleg dat bestrijdingscampagnes met zeer schadelijke pesticiden dramatisch kunnen uitpakken voor soorten als de Grauwe kiekendief, Ooievaar en andere soorten die van deze insecten afhankelijk zijn.
De VBN-actie zou een reis naar Senegal mogelijk kunnen maken waarmee een lang gekoesterde droom in december 2005 in vervulling zou kunnen gaan!

Adri de Gelder geniet van het vasthouden van een jonge Grauwe kiekendief. Foto Hans Hut.
Adri de Gelder geniet van het vasthouden
van een jonge Grauwe kiekendief.
Foto Hans Hut.
Rolf Peter Löblein vind het nest in de Heinitzpolder op aanwijzing van Erik Visser. Foto Hans Hut.
Rolf Peter Löblein vind het nest in de
Heinitzpolder op aanwijzing van Erik Visser.
Foto Hans Hut.

In juli kregen we bezoek van Adri de Gelder en Marc Argeloo van Vogelbescherming Nederland. Op de foto houdt Adri één van de 5 nestjongen vast die in het luzerne van Rinus Oostdijck nabij Bellingwolde zijn uitgevlogen. Het was een leuke en motiverende dag waar alle onderwerpen aan bod zijn gekomen die bij agrarisch natuurbeheer in open akkerland horen. Een bezoek aan de fraaie boerderij van akkerbouwer Rolf Peter Löblein in de Landschaftspolder stond ook op het programma.


In 2004 hebben we in het Duitse Rheiderland 3 paar "Wiesenweihen" vastgesteld. Zeer bijzonder waren echter een broedend paar Velduilen en Blauwe kiekendieven in het weidse akkerland nét over de grens. Voor NW-Europa is de combinatie van broedende Velduilen en de drie soorten kieken zeer zeldzaam en dat zegt dus voldoende over de kwaliteit van het akkerland net over de grens.
Op de foto is te zien hoe voorzitter Rolf Peter Löblein van de Eerste Agrarische Natuurvereniging in Duitsland naar een wijfje van het nest in de Heinitzpolder toeloopt op aanwijzigingen van Erik Visser. Een gevonden nest wordt uiteindelijk met een bamboestok gemarkeerd om zodoende tijdens de oogst van het luzerne het legsel tegen uitmaaien te beschermen.


18-1-2005

Succesvol jaar voor de Grauwe kiekendief

Het afgelopen jaar beleefde de Grauwe Kiekendief in Nederland één van haar succesvolste jaren. Er vlogen maar liefst 85 jongen uit en dat hadden er meer kunnen zijn als het weer had meegewerkt.
Terwijl de Grauwe Kiekendief nu in Afrika verblijft heeft de werkgroep Grauwe Kiekendief een aantal belangrijke zaken weten te realiseren.

Ten eerste is het vorig jaar gelukt om voet aan de grond te krijgen in Duitsland, in samenwerking met de Duitse Natuurvereniging NABU is er in het gebied net over de grens bij Nieuweschans en ten noorden van de Dollart bij Emden een flink aantal broedende Grauwe Kieken ontdekt. Hoogtepunt van het werk in Duitsland vormde het uitstel van de bouw van een windmolen pal naast het nest van een Kiekenfamilie en het lukte om bij onze oosterburen een Agrarische Natuurvereniging op te richten. Een prima fundament om het werk in Duitsland de komende jaren voort te zetten.

Ten tweede is er een samenwerkingsverband met de Vogelbescherming aangegaan. Hierdoor zal het brandpunt van het beschermingswerk niet alleen maar bij de Grauwe Kiek liggen maar ook bij alle andere akkervogels. Om te beginnen zal de Vogelbescherming met een brochure komen over de Grauwe Kiekendief in Nederland.
Hiernaast is de Vogelbescherming een publieksactie begonnen met als belangrijkste doel het vergaren van geld om een reis naar West-Afrika mogelijk te maken. Download publieksbrief VBN (pdf-bestand). Want over de winterecologie van Grauwe Kieken tasten wij nog volledig in het duister. Onderzoeksvragen als hoe ziet een West-Afrikaanse braakbal eruit kunnen dan beantwoord worden. Maar ook het leggen van contacten met lokale natuurbeschermers staat hoog op de agenda. In die zin zal het onderzoekswerk zich sterk internationaliseren.

Vanuit West-Afrika kwamen deze winter onheilspellende berichten over een sprinkhanenplaag van haast bijbelse proporties, alhoewel dat in het licht van de gebeurtenissen in Azië schromelijk overdreven lijkt, is het toch van belang de aandacht te richten op de winterkwartieren van onze broedvogels. Het is inmiddels bekend geworden dat er op grote schaal bestrijdingsmiddelen zijn ingezet en dat is voor typische Afrikaanse sprinkhaanconsumenten zoals de Ooievaar en de Grauwe Kiekendief die deze insecten als stapelvoedsel gebruiken rampzalig.

In het NRC van 18 december jl. betoogt Sander Voormolen dat dit gif niet alleen sprinkhanen doodt maar ook hun natuurlijke vijanden waarmee de kiem wordt gelegd voor weer een nieuwe plaag. Daarbij bleek dat de totale schade aan de oogst slechts zo'n 5 procent is. Alhoewel lokaal de gevolgen desastreus kunnen zijn, is het plompverloren rondspuiten van zeer schadelijke pesticiden natuurlijk niet de oplossing.

Belangstellenden kunnen de eerder genoemde publieksbrief bekijken of de nieuwsbrief van december 2004 in het archief van de Vogelbescherming.

U kunt ons werk steunen door een bedrag te storten op giro 656500 ten name van Vogelbescherming Nederland o.v.v. Grauwe Kiekendief.

18-12-2004, NRC Handelsblad

De roze wolk
Sander Voormolen
SPRINKHANENBESTRIJDING OP HOOP VAN ZEGEN
Bestrijding van zwermen van miljoenen roze woestijnsprinkhanen heeft lokaal effect, maar zal een plaag waarschijnlijk niet tegenhouden. DE WOESTIJNSPRINKHAAN Schistocerca gregaria rukt weer op in Afrika. De omvang van het sprinkhanenprobleem is nog te klein om te spreken van een plaag, maar de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties FAO waarschuwt dat het wel kan uitgroeien tot een plaag als de sprinkhanen de komende maanden niet massaal worden bestreden met insecticiden.
"Dit is het moment om in te grijpen", zegt Keith Cressman, de Amerikaanse Locust Forecasting Officer in dienst van de FAO, aan de telefoon. "De sprinkhanen verblijven nu in relatief makkelijk op te sporen grote zwermen in Noord-Afrika. We moeten de insecten nu zien te doden voordat ze, rond maart volgend jaar, weer eieren gaan leggen en er een volgende generatie ontstaat."
Het is een kwestie van het zekere voor het onzekere nemen, aldus Cressman, want of er volgend jaar weer veel sprinkhanen zullen zijn zal voor een belangrijk deel afhangen van de hoeveelheid regenval in de westelijke Sahara en het gebied langs het Atlas-gebergte. "In het slechtste geval, bij gunstige regenval en een gering succes van de bestrijding, zal de Sahel volgend jaar juni opnieuw te maken krijgen met een omvangrijke sprinkhanenplaag", aldus Cressman.
De Wageningse entomoloog Arnold van Huis is sceptisch over de mogelijkheid om een sprinkhanenplaag met bestrijdingsmiddelen de kop in te drukken: "Of er veel of weinig sprinkhanen zijn is erg afhankelijk van de weersomstandigheden. Plagen in het verleden hielden enkele jaren aan en hielden dan plotseling weer op, sommigen zeggen ondanks de bestrijding. Sprinkhanen sterven ook uit door droogte, of als zij massaal de zee inwaaien." Ook is het volgens Van Huis nog maar de vraag of de insecten daadwerkelijk zo veel schade aanrichten: "Er bestaat een Duits rapport dat concludeert dat het voorkomen van sprinkhanen juist vaak gecorreleerd is met een hoge opbrengst. Beiden profiteren van een goede regenval. Maar goed, zeg dat er vijf procent van de oogst verloren gaat door sprinkhanen. Dat is ongeveer dezelfde opbrengstderving die een stengelboorder veroorzaakt. Daar hoor je niemand over. Dat komt omdat een sprinkhanenplaag een paar boeren heel hard treft, en daardoor moet de overheid wel ingrijpen. Maar je kunt je afvragen of de bestrijding het geld en de moeite wel waard is."

uitroeien Collega Cressman denkt daar heel anders over: "De bestrijdingsoperaties van de afgelopen maanden hebben een gigantisch aantal sprinkhanen gedood, dat is zeker. Als er geen maatregelen waren getroffen, zou de schade zeker vele malen groter zijn geweest. Uitroeien kunnen we de woestijnsprinkhaan niet, maar met bestrijdingsmiddelen kunnen we de plaag wel indammen tot een niveau waarop het niet langer bedreigend is voor de landbouw."
Cressman moet echter beamen dat de gewasschade door sprinkhanen tot nu toe beperkt is gebleven: "Op lokaal niveau zijn enkele gebieden zwaar getroffen, maar op nationaal niveau valt de schade mee, met uitzondering van Mauretanië. Dat land was al extra kwetsbaar door droogte en een zwakke economie en daar kwam de sprinkhanenplaag nog eens overheen."
Met name de regering van Marokko heeft erop gewezen dat het van het grootste belang is om de woestijnsprinkhanen bij het ontstaan van een plaag zo vroeg mogelijk aan te pakken, voordat ze gaan zwermen. Verleden jaar hield dat in dat men in de Sahel na het uitkomen van de eieren de eerste vijf ongevleugelde larvestadia had moeten bestrijden. "Dat klinkt misschien logisch, maar het is een onmogelijke opgave", zegt Van Huis. "De FAO houdt vol dat als we goed zijn voorbereid op sprinkhanenplagen, we ze in de kiem kunnen smoren. Ik geloof daar geen barst van."
Het grote probleem bestaat er volgens Van Huis in de sprinkhaanlarven bij het begin van een uitbraak op te sporen. "Zo'n uitbraak begint altijd met kleine concentraties van ongevleugelde hoppers. Groepjes van duizenden tot tienduizenden hoppers zitten op een stuk grond dat niet groter is dan een tafelblad. Al die plekken van een paar vierkante meter zijn in de zeer uitgestrekte en slecht begaanbare woestijn nauwelijks terug te vinden. Na de laatste vervelling krijgen de insecten vleugels en gaan ze zwermen. Zulke geconcentreerde zwermen zijn relatief makkelijk met sproeivliegtuigen en -voertuigen te bestrijden. Wat dat betreft ben ik het eens met Cressman dat als je wilt bestijden, je het nu moet doen."
In mei van dit jaar voerde Van Huis samen met andere sprinkhanendeskundigen proeven uit in Mauretanië om een eerste uitbraak te simuleren. Daarbij legden ze in een vierkante kilometer woestijn op verschillende plekken rond graspollen een veldje met kiezelsteentjes neer. Vervolgens ging een team inspecteurs de woestijn in om te kijken hoeveel van die plekken ze konden terugvinden. Van Huis: "Met veel moeite vonden ze 40 tot 50 procent terug. Vertaald naar het enorme gebied waarin sprinkhanen kunnen voorkomen bij een uitbraak, zou je voor de opsporing en bestrijding van uitbraken honderden voertuigen nodig hebben. Een dergelijke capaciteit is in die landen doodeenvoudig niet aanwezig. De nationale diensten in de Sahel kunnen vaak niet meer dan vier surveillanceteams inzetten."

eitjes De woestijnsprinkhaan is een rasopportunist als het op voortplanting aankomt. Dat verklaart volgens Van Huis dat er op onverwachte plaatsen en momenten plagen ontstaan. "Van alle eieren die de sprinkhanen leggen haalt uiteindelijk meer dan 90 procent het laatste larvestadium niet. Ze gaan dood door de droogte of worden opgegeten door natuurlijke vijanden als vogels, kevers of hagedissen. Dat deert de sprinkhanen niet. Als er van de circa 200 eitjes die een vrouwtje legt er twee uitgroeien tot het volwassen stadium, dan heb je al een stabiele populatie. Blijven er gemiddeld twintig over, zoals vaak het geval is bij een uitbraak, dan leidt dat al tot een vertienvoudiging van het aantal sprinkhanen. Je moet dan 90 procent terugvinden en bestrijden om de populatie in bedwang te houden, en dat lukt gewoon niet. Veel uitbraken leiden overigens tot niets, bijvoorbeeld omdat gunstige weersomstandigheden ontbreken. Maar als er veel sprinkhanen voortkomen uit het zomerbroedgebied in de Sahel, er vervolgens in de winter in het noorden opnieuw gunstige omstandigheden zijn en er een tweede keer een goed zomerseizoen is voor sprinkhanen in de Sahel, dan heb je de poppen aan het dansen. Er ontstaat dan een enorme populatie. En dit jaar heeft men in de Sahel met de beschikbare middelen nog geen tien procent daarvan kunnen doden."



Naar boven

Ga voor nieuwsarchief actueel, 2016, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003

Verlaat het nieuwsarchief