NIEUWSARCHIEF 2006
Ga voor nieuwsarchief recent, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003


28-12-2006

Goede wensen, de afsluiting van een geweldig jaar en Theo's vijfde vogel CD.

Zo vlak voor het nieuwe jaar willen we jullie de beste wensen voor 2007 meegeven!
Nieuwjaarsgroet

2006 is uiteindelijk weer een prima jaar voor de Werkgroep Grauwe Kiekendief geweest. Het was wederom laveren tussen de belangen van allerlei organisaties maar uiteindelijk gaat het natuurlijk maar om één ding. Hoe kunnen we in een juiste atmosfeer komen tot een samenwerking waar de bescherming van onze grauwe kiekendieven en het onder de aandacht brengen van het thema akkervogels zo goed als mogelijk uitvoeren! Qua bescherming en onderzoek hebben we in 2006 we het maximale eruit gehaald. In 2006 besloten veel vogels om in wintergerst te gaan broeden en bij alle nesten vlogen ook prachtige jongen uit. Verder heeft ons radio-zender-onderzoek in Zuidelijk Flevoland verhelderende inzichten opgeleverd over het reilen en zeilen van de populatie in dit stukje Nederland. Later zullen we uitgebreid verslag doen van de gevonden resultaten uit de Flevolandse akkers. Dat ze spectaculair zijn zal iedereen die binnen het radio-zender-onderzoek heeft meegewerkt kunnen beamen. Natuurlijk zijn we ook content met de gegevens die zijn en nog worden verzameld rond het satelliet-zender-project. Dit werk heeft in binnen- en buitenland veel losgemaakt en we worden dagelijks verrast met suggesties, tips en ook concrete data van mensen die in Afrika zijn geweest. Bijzonder stimulerend.
De Werkgroep kijkt met vertrouwen uit naar 2007. Samen met de Vogelwarte Helgoland zullen we doorgaan met het programma rond de satellietzenders en zullen o.a. vogels worden gevangen in Noord Rhijn Westfalen. Op uitnodiging van onze Franse vrienden zullen we onze gezamenlijke onderzoeksinspanningen intensiveren. Op dit moment weten we zeker dat we op twee enthousiaste studenten kunnen rekenen en gaan we o.a. met radio-zenders in het Duitse Rheiderland aan de gang om het succesvolle akkernatuur-programma aldaar te lijf te gaan. Ook elders in open akkerland gaan we onze inspanningen intensiveren (o.a. de Drentse veenkoloniën en de omgeving van het Lauwersmeer).
In 2007 beginnen we meteen al met een highlight. Op 9 januari stappen Chris Trierweiler, Joost Brouwer, Leen Smits en Ben Koks op het vliegtuig naar Niger. Op 7 februari zijn we weer thuis en in de tussentijd zullen we proberen iedere week berichten uit Afrika naar webmaster Erik Visser te sturen waar we - net als tijdens de eerste reis naar Niger - zullen proberen jullie op de hoogte te houden van ins-en-outs van deze reis.

Tenslotte willen we jullie graag attenderen op de laatste CD die multi-talent Theo van Lent heeft gemaakt rond de thema's vogelaars en grauwe kiekendieven. Net als vele andere vrijwilligers heeft Theo ons op een voortreffelijke wijze geholpen met het volgen van de zendermannetje 'Helmut' en 'Harold' in Zuidelijk Flevoland. Nu heeft hij ons getrakteerd op een gevarieerde en deels ook erg humorvolle CD. Wie goed luistert zal het signaal van Helmut kunnen beluisteren op één van de nummers!

Theo's vijfde vogelCD staat in het teken van de Grauwe Kiekendief!
Theo's vijfde vogelCD Toen Theo op de roofvogeldag in Meppel (25 februari 2006) Ben Koks' enthousiaste verhaal hoorde over de reis van de grauwe kiekendieven naar Afrika, besloot hij voor deze cd een 'Suite Pygargue' te maken. Het is een voornamelijk instrumentaal stuk, waarbij de vogel muzikaal gevolgd wordt vanuit het Oldambt naar Duitsland, door Frankrijk en Spanje; over de woestijn vliegend en tenslotte verwelkomd in Senegal. Stromende beekjes, de zenderpiep van een kiekendief (Helmut, voor de insiders!) en trekgeluidjes van diverse vogels zijn te horen.

Meer informatie over deze en andere CD's (teksten en online luisteren van enkele nummers) is te vinden op de website van Theo: www.theovogelmuziek.nl.
De nieuwe CD is ook te bestellen bij Theo: via e-mail of telefoon (020 - 67 37 749) en kost 10 Euro, voor 12 Euro wordt de CD opgestuurd.


8-12-2006

Grote aantallen Grauwe kiekendieven met sprinkhanen als voedselbron in centraal Senegal, november 2006.

Aanwezigheid van satellietzender vogels is indicatie voor hoge dichtheid sprinkhanen.

Wim C. Mullié
Dakar, Senegal

Tijdens een bezoek aan Centraal Senegal werd op 25 en 26 november 2006 ca. 10 000 ha land tussen Colobane en Touba Khelcom bekeken op de aanwezigheid van roofvogels en sprinkhanen (blauwe lijn in Fig. 1a). Het bezoek was voornamelijk bedoeld om de stelling te testen dat de aanwezigheid van Grauwe kiekendieven een indicatie is voor gebieden met hoge dichtheden sprinkhanen. Uit het langdurige verblijf van een vogel met satellietzender (d.w.z. het ontvangen van meerdere locaties uit hetzelfde gebied via satelliet) zou dan een gebied met een hoge dichtheid sprinkhanen van grote afstand geïdentificeerd kunnen worden.

Figuur 1a. Bezocht gebied (blauw omlijnd) voor lucht predatoren van sprinkhanen.
Figuur 1a. Bezocht gebied (blauw omlijnd) voor lucht predatoren van sprinkhanen.
Figuur 1b. Locaties van satelliet gezenderde Grauwe kiekendieven in de buurt van het studie gebied.
Figuur 1b. Locaties van satelliet gezenderde Grauwe kiekendieven in de buurt van het studie gebied.

We bezochten een gebied waarin drie van de zes Grauwe kiekendieven, die in augustus in Nederland een satellietzender meekregen, in de maanden oktober en november aanwezig waren (locaties van twee van deze vogels, zie Fig. 1b). De meest recente preciese locaties kregen we van de werkgroep Grauwe kiekendief doorgestuurd. Andere gebieden waarin kiekendieven langdurig verbleven waren oostelijk van Podor (op de grens met Mauritanië), zuidelijk van St. Louis en tussen Kaolack en Foundiougne. De 10 Grauwe kiekendieven die dit jaar in Spanje een satellietzender meekregen (www.seaturtle.org/tracking/index.shtml?project_id=139) bevonden zich in deze periode vooral in de grensregio tussen Mauritanië en Mali.

Figuur 2. Kamp in het studie gebied.
Figuur 2. Kamp in het studie gebied
Het gebied dat wij bezochten bestond voornamelijk uit licht golvend grasland met een paar ver verspreide bomen. De bomen, voornamelijk Combretaceae en Baobabs Adansonia digitata (Fig. 2-6), zijn overblijfsels van het vroeger beboste savanne-landschap. Officieel is het nog steeds een sylvo-pastoraal reservaat, Mbégué genaamd. Toen we in de late namiddag van 25 november in het gebied aankwamen, zagen we niet alleen zeven Witte ooievaars cirkelen, maar ook zo'n twaalf Grauwe kiekendieven die op sprinkhanenjacht waren. Rond zonsondergang (19:35u lokale tijd), werden minstens 250-300 Grauwe kiekendieven gezien die 1-2 km noordelijk van onze kampeerplek (N 14.60556, W 15.53372; Fig. 2) in westelijke richting vlogen, waarschijnlijk naar hun gezamenlijke slaapplaats. De vogels werden met verrekijker en telescoop geobserveerd tot ze in het donker onzichtbaar werden. We konden de slaapplaats niet vinden, maar het leek alsof tenminste een deel van de vogels niet ver van Darou Khoudoss op de grond ging zitten. Omdat de bewegingen van de vogels nog doorgingen toen we in het donker de observaties moesten staken, schatten we in dat veel meer vogels aanwezig waren dan we eerst geteld hadden, waarschijnlijk meer dan 500 individuen.

Figuur 3.
Figuur 3.
Figuur 4
Figuur 4.
Figuur 5
Figuur 5.
Figuur 6
Figuur 6.
Figuur 3-6. Sprinkhaan en Grauwe kiekendief habitat in Centraal Senegal, oostelijk van Colobane, wat is onderzocht op aanwezigheid van lucht predatoren op 25 en 26 november 2006.

De volgende ochtend gingen we voor zonsopgang (07:15 u lokale tijd) op pad en bezochten het gebied waar we de avond ervoor de kiekendieven hadden gezien. Het bleek dat de slaapplaats al voor zonsopgang verlaten werd en het was wederom moeilijk het preciese aantal vogels te schatten. Toen het lichter werd, zaten minstens 25 kiekendieven op de asfaltweg tussen Darou Khoudoss en Darou Rahmane en minstens 100 kieken waren in de lucht. Na zonsopgang waren overal kiekendieven te zien, en elke keer dat we tussen Darou Khoudoss en Darou Rahmane stopten konden we 25-50 kiekendieven zien aan elke kant van de weg. Helaas hadden we geen tijd voor systematische waarnemingen, maar we denken dat onze schatting van meer dan 500 Grauwe kiekendieven in het gebied klopte.

Toen we de weg in noordelijke richting volgden, zagen we tussen Dianatoul en Darou Tanzil, noordelijk van Darou Rahmane, meerdere kleine groepen Kleine torenvalken Falco naumanni (in totaal ca. 75 individuen), Torenvalken F. tinnunculus (5-10 ind.), Grijze wouwen Elanus caeruleus (ca. 5 ind.) en Zwarte wouwen Milvus migrans (ca. 10 ind.) die ook op sprinkhanen jaagden. Ook zagen we meermaals hoe Grauwe kiekendieven dode of gewonde sprinkhanen van de weg pakten. Een 'bos'brand zuidelijk van onze kampeerplek twee dagen voor onze aankomst had honderden Zwarte wouwen aangelokt en ook andere vogelsoorten, die insecten vingen die door het vuur werden verjaagd (Larry Vaughan, Virginia Polytechnic Institute, pers. med.). Andere vogelsoorten die waarschijnlijk sprinkhanen aten waren in het gebied aanwezig: Abessijnse scharrelaar Coracias abyssinicus, Grey Hornbill Tockus nasutus, Red-beaked Hornbill T. erythrorhynchus, leeuwerikken Mirafra sp., tapuiten Oenanthe sp., Roodkopklauwier Lanius senator, Long-tailed Glossy Starling Lamprotornis caudatus, Red-billed Quelea Quelea quelea en grote aantallen Golden Sparrow Passer luteus. Van de laatste soort werd in een recente studie in Mauritanië ook vastgesteld dat ze een belankrijke predator van de larven van Woestijnsprinkhanen zijn.

Sprinkhanen waren in het hele bezochte gebied in erg grote dichtheid aanwezig. Onze collega's van de Senegalese Gewasbeschermingsdienst (Kemo Badji) en het Internationale Insituut voor Tropische Landbouw (Douro-Kpindou) schatten de totale dichtheid tussen de 3 en 8 (soms 10) sprinkhanen per vierkante meter. De gedetermineerde soorten waren (op volgorde van voorkomen) Acorypha clara, Ornithacris cavroisi (Fig. 7), Cataloipus cymbiferus (Fig. 8), Acanthacris ruficornis, Diabolocatantops axillaris, Metaxymecus gracilipes en Hieroglyphus daganensis. Twee andere soorten, Oedaleus senegalensis en Kraussaria angulifera, die een week eerder nog algemeen in het gebied voorkwamen, hadden het gebied inmiddels verlaten of waren op een natuurlijke manier dood gegaan omdat ze aan het einde van hun levenscyclus waren.

Figuur 7.
Figuur 8.

Figuur 7 (links) Ornithacris cavroisi en Figuur 8 (boven) Cataloipus cymbiferus, twee van de meer talrijk voorkomende sprinkhaan soorten. Omdat ze relatief groot zijn is vaak gezien dat ze gevangen worden door de kiekendieven.

Minstens twee van de Nederlandse satelliet-vogels (Cathryn en Rudi) waren nog steeds in het bezochte gebied of waren er recent geweest (Fig. 1b). Wij leiden hieruit af dat een lange aanwezigheid van deze vogels in een bepaald gebied daadwerkelijk een aanwijzing is voor hoge dichtheden sprinkhanen.

Dakar, 27 November 2006
(alle foto's van Wim C. Mullié, satellietfoto's van Google Earth)


8-11-2006

Réunion (inter)nationale busards

Vrijdag 3 November 2006 5.00 uur
Ben, Erik, Chris en Ruurd-Jelle beginnen hun 1150 kilometer lange reis naar l'Aguillon sur Mer. Een badplaats zo'n 150 kilometer boven Bordeaux, gelegen aan de Atlantische oceaan. Doel van onze reis: het bezoeken van een internationale grauwe kiekenbijeenkomst. Oftewel het uitwisselen van elkaars ervaringen van het afgelopen jaar, broedresultaten, successen van verschillende projecten, andere ervaringen etc. en bovenal een motiverend samenzijn! Tevens een plek om met onze vrienden elders uit Europa goeie afspraken te maken!

Om 17.00 uur kwamen aan in l'Aguillon. De reis verliep zo goed als vlekkeloos, een kleine opstopping rond Parijs daar gelaten. We besloten eerst maar eens de benen te gaan strekken. Een wandeling van een half uur leverde ons toch een paar leuke soorten op in dit uitgestorven oord. Kleine Zilverreiger, IJsvogel en Kuifleeuweriken scharrelden wat rond in de haven. Na een half uur lopen begonnen onze magen op te spelen en dus was het tijd om hier wat aan te doen. Een pizzeria bood uitkomst. Het bier vloeide en 4 rijk belegde pizza's gaven ons een voldaan gevoel, wij konden er weer tegenaan. Het was inmiddels ook 20.30 uur en dus tijd voor de lezingen.

Het eerste verhaal ging over de aantalontwikkelingen binnen Europa. Nuttig en wat vooral bij bleef was dat de huidige Birdlife-schattingen veel te optimistisch zijn. De volgende presentatie werd door onze goede vriend Jean-Luc Bourrioux gegeven. Een geweldige kerel die van het meest suffe onderwerp nog een heerlijk verhaal kan bakken. Eindconclusie van zijn voorjaarsreis door Spanje was dat hij van alle roofvogels die hij gezien had, de grauwe kiek er in aantal met kop en schouders bovenuit stak, 279 beesten om precies te zijn op 5.000 km. Hij was eigenlijk op zoek naar de kolonies van weleer, waar soms 40 beesten bij elkaar broeden! Maar verder dan een groep van 15 paar kwam hij echter niet. Dit komt aardig overeen met de dalende trend binnen Spanje in zijn totaliteit. De afgelopen 20 jaar is de populatie gehalveerd van 4.000 naar 2.000 paar. Na nog een paar leuke plaatjes van kleine trap, bijeneter en steenuil beeïndigde hij zijn sappige verhaal en konden wij ons opmaken voor de slotpresentatie van de dag.
Het bleek een presentatie over pesticiden en dan vooral de invloed hiervan op vogels, insecten, amfibieën etc. gegeven door de organisator van deze meeting. Na twee lange uren bleek het zitvlees van de ca. 70 deelnemers zwaar te zijn beproefd en hebben we een onverwachte les toxicologie mogen verteren. Een verhaal dat zwaar op de maag lag! Hoogtepunten waren 2 mobiele telefoons die vlak na elkaar afgingen. Als dat inderdaad het hoogtepunt was.... Oftewel snel vergeten en gauw op bed. Morgen is weer een dag en aangezien onze eigen Chris dan aan het woord zal zijn, ligt het niveau op voorhand al hoger dan vandaag! Althans daar gaan we van uit.

Zaterdag 4 November 2006
7.45 uur de wekker gaat en onze Nederlandse delegatie ontwaakt acuut. Even douchen en op naar het ontbijt. Na een paar droge stukjes stokbrood en een emmer koffie konden we ons opmaken voor de lezingen.

Thierry Printemps (l) & Alexandre Villers geven uitleg over de technische aspecten van wingtags. Foto Chris trierweiler.
Thierry Printemps (l) & Alexandre Villers geven uitleg over de technische aspecten van wingtags.
Foto Chris trierweiler.
Eindelijk een trits goeie verhalen! Zelfs Ben was erg enthousiast over de presentie van mn. de heren Million en Bretagnolle: slim duo! Het verhaal bleek een perfect voorbereid verhaal te zijn die de opmaat vormde om een groot project aan de eigen achterban voor te leggen! Het is de bedoeling om in 2007 en 2008 een ambitieus kleurmerkprogramma te laten lopen waar de belangrijkste Europese groepen aan mee zullen gaan doen. Dit in de puntjes verzorgde programma behelst een plan waarbij 5.000 nestjongen met wingtags (vleugelmerken) zullen worden uitgerust waardoor belangrijke zaken als dispersie, overleving en plaatstrouw kunnen worden onderzocht. Van immens belang om de soort beter te kunnen begrijpen en daarmee naar een slimmere bescherming toe te werken. Onze Franse vrienden hebben de WGK gevraagd na te willen denken om aan dit Europese project deel te nemen. We zullen deze vraag tijdens de volgende bijeenkomst aan de leden van de Werkgroep voorleggen maar het is een feit dat nergens ter wereld een ambitieuzer plan met roofvogels is opgetuigd. Erg boeiende presentaties die de moeizame start van gisteravond enigszins goed maakten. Tijd voor de lunch.
Aangezien wij het programma bekeken hadden besloten wij om de middag anders te besteden. We hadden slechts 3 uur, maar deze hebben we optimaal benut. L'Aguillon ligt namelijk midden in De Vendée (zie: www.vendee-nature.com). Een gebied waar zomers honderden grauwe kieken broeden en waar nu vooral blauwe kieken zich erg thuis voelen. Vooral de luzerne percelen waren erg in trek. De slechts 2 stukken luzerne die er waren werden beide bezocht door 6 Blauwe kieken die regelmatig een muis wisten te vangen. Ook het grote aantal Torenvalken en een Velduil duiden op een goede muizenstand. Een geluk voor de honderden leeuweriken die er rondvlogen aangezien zij anders waarschijnlijk het haasje zouden zijn geweest. Naast deze soorten die ons een beetje het Groninger wintergevoel gaven (alleen de ganzen ontbraken!) nog aantal soorten die je in onze akkers op dit moment niet zal aantreffen. Koereigers en roodborsttapuiten zijn er behoorlijk algemeen en een vijftal kraanvogels lied zich prachtig observeren terwijl zij een laatste graantje mee pikten. Smelleken, Bruine kiekendieven, Kleine zilverreiger en Strandleeuwerik (7 ex, tamelijk zuidelijk) maakten het lijstje compleet. De 3 uren waren bijna voorbij en dus tijd om terug te gaan naar de bijeenkomst. Om ons vervolgens tijdens de koffiepauze weer onopgemerkt te mengen in het bijzondere gezelschap. Na wat chocolaatjes en een dosis cafeïne konden we ons opmaken voor weer een lezing. En daar kunnen we heel kort over zijn. Binnen het half uur zaten we in een locale kroeg met een kwartet Heineken op tafel....

Luzernevelden geven een groninger wintergevoel in het Franse Vendée. Foto Erik Visser.
Luzernevelden geven een groninger
wintergevoel in het Franse Vendée.
Foto Erik Visser.
Kraanvogels pikten een laatste graantje mee in deze weidse akkers. Foto Erik Visser.
Kraanvogels pikten een laatste graantje
mee in deze weidse akkers.
Foto Erik Visser.

Een uur en 8 bier later besloten we om terug te gaan voor het avondeten. Vissoep, lasagne en rode wijn versierden de tafels en boeiende gesprekken over aangereden otters, windmolens die zwarte wouwen opslokken en overstromingsgevaar maakten het avondeten tot een gezellig tafereel. Maar ook hier kwam een einde aan en na twee uur te hebben gezeten was het dan tijd voor het hoogtepunt van de dag. Trierweiler en het satellietverhaal. Chris was de laatste spreker van de avond en de twee verhalen voor haar maakten dat van haar alleen maar beter. In puik Frans vertelde Chris wat de resultaten waren van ons project en wat de toekomst ons bied. Als er een applaus-meter had gestaan dan had deze overuren gemaakt, het 'bravo bravo' was niet van de lucht en nadien kreeg het Nederlandse verhaal de nodige complimentjes. Altijd leuk natuurlijk. Na deze sessie besloten we om samen met Claudia Pürckhauer (zie: www.lbv-wue.de) uit Beieren weer de kroeg in te duiken en de franse menigte achter ons te laten. Interessant om te horen hoe de geïsoleerde populatie in het Zuiden van Duitsland het doet.

Zondag 5 november 2006
Ben deed wederom een poging om ons iets voor achten uit bed te krijgen en ook lukte dit zowaar. Even douchen, spullen inpakken en na weer een geweldig ontbijt konden we ons opmaken voor de terugreis. Ben en Chris hadden broodjes gehaald voor onderweg en de kok van het congres was zo vriendelijk geweest om onze thermoskannen te vullen met koffie.
De reis verliep net als de heenreis zeer voorspoedig. Geen files of andere problemen en ook weinig ornithologische hoogtepunten. Wel lagen er twee dode otters op 100 meter van elkaar af, wat het verhaal van het avondmaal van zaterdag avond dus een wrange betekenis gaf. Maar buiten dat was de terugreis gewoon een formaliteit. Binnen 11 uur zaten we dan ook in Wolvega aan de chinees. Hier hebben we Ruurd achter gelaten en rond half 10 was iedereen weer veilig terug op zijn eigen stekje. Het was een bijzonder weekend met als hoogtepunt het wingtagverhaal. Mochten er mensen geïnteresseerd zijn geraakt in dit verhaal, bekijk dan het bijgevoegde PDF bestand.

1-11-2006 (nieuws uit het veld)

Prooi-onderzoek: dieetkeuze 2006 accuraat vastgelegd.

Er is niets leukers dan het systematisch zoeken naar prooien in een marginaal veldmuizenjaar. Zowel in Oost-Groningen, Pieterburen, Flevoland als het Duitse Rheiderland hebben we 1 tot 2 keer per week alle broedplaatsen gecontroleerd op de aanwezigheid van braakballen en plukresten. Bij deze aanpak vormen onze prooipalen onomstotelijk een belangrijke onderdeel van de methode. De verzamelde lijst is imposant: tot dit moment staan er 2.054 prooiresten in onze database. Een aantal lastige prooien liggen nu bij experts voor determinatie maar het beeld voor het jaar 2006 zal hierdoor niet meer veranderen. Cijfermatig is onderbouwd dat 2006 inderdaad een mager jaar was voor de veldmuis. Binnen de gebieden die onder onze controle staan zijn er echter interessante verschillen te zien in het percentage veldmuizen.

Aantallen gevonden prooiresten verdeeld naar gebied en jaar.
Aantallen gevonden prooiresten verdeeld naar gebied en jaar.

Een nieuw record: 2.054!
Ieder jaar denken we aan onze taks te zitten en ieder jaar zijn we met z'n allen in staat een nog nauwkeurig beeld te krijgen van de dieetkeuze van de Nederlandse grauwe kiekendieven. In de jaren 1992-2006 zijn 12.341 prooiresten verzameld. Omgerekend naar biomassa is dit een hoeveelheid van 369 kilogram. We weten dus vrij nauwkeurig wat de grauwe kieken in onze werkgebieden naar binnen werken. Een uitzondering blijft de Lauwersmeer. Behoudens de jaren 1997, 2001 en 2002 toen we zelf met een relatief geringe inspanning in totaal 286 prooiresten konden verzamelen weten we bitter weinig van de grauwe kieken in dit magnifieke natuurgebied. We hopen in de toekomst in overleg met Staatsbosbeheer onze prooi-paal-methode te kunnen gebruiken om op die wijze veel braakballen en plukkers te verzamelen. Om een goede inschatting te kunnen maken omtrent de toekomst van onze luchtacrobaten is een goed inzicht in de dieetkeuze simpelweg noodzakelijk. Wordt vervolgd maar het is een feit dat we de magische 2.000 grens in het voorbije broedseizoen hebben kunnen slechten.
Trouwe lezers van onze site weten ook dat we zijn begonnen met punttellingen (zie nieuwsbericht over de Puntige student van 06-07-2006) en we hebben muizen gevangen in Rheiderland, het Oldambt én voor het eerst sinds jaren weer in Zuidelijk Flevoland. Dankzij het radio-telemetrische onderzoek hebben we tenslotte ook weer een nauwkeuriger beeld van de favoriete foerageergebieden.

De hoofdmoot: veldmuizen, spreeuwen en haasjes waren weer het haasje.
Hoewel de veldmuis in 2006 een karakteristiek daljaar kende blijft deze woelmuis met afstand de meest gegrepen prooi in dit deel van Europa. Zonder veldmuizen zou de NW-Europese populatie grauwe kiekendieven waarschijnlijk niet eens kunnen overleven. Maatregelen ter behoud van deze populatie zullen dus deels moeten richten op het creëren van beter habitat voor deze woelmuis. De faunaranden en groene braak zijn deels voor deze belangrijke prooidieren ingericht. In een slecht muizenjaar vormen pas uitgevlogen spreeuwen, pas geboren hazen, akkervogels als gele kwikstaart, veldleeuwerik en graspieper een belangrijk alternatief. Gemeten naar biomassa waren spreeuwen en hazen in 2006 van grote betekenis in het menu van de Groninger kieken. Uit onze observaties blijkt overigens dat relatief veel zoogdieren in pas gemaaide gras- en luzernevelden worden gepakt. Een tafeltje-dekje met verminkte en makkelijk vangbare prooien derhalve.

Deze man brengt een jonge haas naar zijn vrouwtje. Foto Reint Jacob Schut.
Deze man brengt een jonge haas
naar zijn vrouwtje.
Foto Reint Jacob Schut.
Braakballen pluizen levert dit jaar 2054 prooiresten op. Foto Erik Visser.
Braakballen pluizen levert dit jaar
2054 prooiresten op.
Foto Erik Visser.

Verschillen tussen gebieden.
Het aantal uitgevlogen in Groningen, Flevoland en Rheiderland bedroegen resp. 2.1, 2.5 en 2.8 per succesvol nest. De percentages muizen in deze gebieden waren 47%, 43% en 55%. Ogenschijnlijk kleine verschillen in muizenaanbod bepalen dus uiteindelijk voor een aanzienlijk deel de reproductie. Een welbekend feit in de ecologie van roofvogels en uilen.

Weinig veldmuizen, veel gekke prooien.
Uit één braakbal uit de Dollardpolders werd het pootje van een pasgeboren wilde eend gepeuterd. Deze eend is een nieuwe soort in onze lijst. Vlakbij Finsterwolde vonden we bij een notoire vogeljager de plukresten van een zwarte roodstaart en een halfwasse gruttopull. Beide soorten waren nieuw in onze landelijk lijst. Voor Groningen waren boompieper en een levendbarende hagedis nieuw. Bonte strandloper, baardmannetje - gangbare soorten op de Dollardkwelders - werden pas voor de tweede maal vastgesteld. De gestage toename van de geelgors (ieder jaar een noordwaartse uitbreiding vanuit het bolwerk Westerwolde) weerspiegelt zich keurig in de dieetkeuze. Minimaal 10 geelgorzen (vnl. de knalgele mannetjes!) legden het loodje. Het goede kwarteljaar bleek niet alleen uit het aantal geslagen adulten van deze hoenderachtige en we konden maar liefst 8 keer een kwartel-ei noteren. Met name de vondst van 4 intacte eieren in een Flevolands nest deden de wenkbrauwen fronsen.

Waarom doen we al dit werk?
Al met al hebben we met zijn allen honderden kilometers schouwpaden, perceelsranden, braakstroken, wegbermen en doodlopende weggetjes afgelopen. Ook het monnikenwerk dat tien werkgroepsleden de laatste maanden hebben verricht behoort in zekere zin tot veldwerk. Weliswaar met Radio Noord erbij maar de geur uit de enveloppen deed ons terug verlangen naar de broedperiode van onze kiekendieven. Al deze inspanningen resulteren uiteindelijk in een waardevolle lijst. Deze lijst vormt één van de peilers waardoor we steeds beter beginnen te snappen wat we moeten doen om voor onze kiekendieven een aantrekkelijker landschap te kunnen creëren. Behoudens de situatie in het Lauwersmeer denken we hiermee een goeie stap te hebben gezet om de bescherming in Nederland met goede argumenten te kunnen onderbouwen.

11-9-2006

Tijdgebrek en gegrepen door de Grauwe en Bruine kiekendief

Beste mensen,
Oók in het voorbije veldseizoen heeft de Werkgroep Grauwe Kiekendief haar tijd weer optimaal kunnen besteden. Zo zijn er weer drie mannetjes met behulp van radio-zenders gevolgd, hebben we dankzij de inspanningen van o.a. onze studenten en vrijwilligers een enorm aantal punttel-punten onder handen genomen en zijn er weer adulte grauwe kieken van satelliet-zenders voorzien. Tot half augustus zijn we vooral bezig geweest met beschermen van nesten, het verzamelen van prooiresten, het betrekken van onze boeren bij het ringen en o.a. het verzamelen van gegevens over het veldmuizen-aanbod in 2006. Allemaal gelukt maar na half augustus hebben we lekker een paar weken vakantie gehouden, heeft Chris mede namens de WGK een groot congres in Hamburg bezocht etc. etc. Simpelweg geen tijd dus om achter de PC te kruipen en nieuwsberichtjes in elkaar te steken.
Intussen is één van de zendervogels via Reims (Frankrijk) in Spanje aangekomen en zullen de overige zendervogels spoedig hun gevaarlijke trip naar het Zuiden aanvangen. Omdat velen van jullie ons mailden met de vraag of we nog aandacht gingen besteden aan de satelliet-vogels hierbij dit korte antwoord: Ja dus! Binnen nu en 2 tot 3 weken hopen we alle aanpassingen te hebben doorgevoerd om geïnteresseerden van ons werk op de hoogte te stellen van de verrichtingen van onze vogels maar ook verder nieuws rond de grauwe kiekendieven.

Om jullie nieuwsgierigheid een beetje te stillen alvast twee berichtjes van mensen die op verschillende manieren met kiekendieven in aanraking zijn gekomen in het broedseizoen van 2006.

Gegrepen door de Grauwe kiekendief op het Hogeland

Sinds medio juni zijn wij in de greep van een paartje Grauwe kiekendief dat met succes heeft gebroed ten noorden van Pieterburen. Wij, dat zijn Eva Wolters, Madeleine Postma, Erik Schothorst (schrijver dezes) en mijn dochter Merel (10).
Al jaren waren wij 'slapende' leden van de Werkgroep Grauwe kiekendief, want wat kun je anders als die vogel in Oost-Groningen 'woont' en jijzelf in Noord-Groningen? Natuurlijk waren we wel eens in het Oldambt wezen kijken of hadden we geholpen met zoeken van Grauwe kieken in Duitsland. Maar daar bleef het tot voorkort bij. Tot Eva en ik op 16 juni uit onze slaap wakker werden gekust door een mooie adulte man. En niet alleen die man trok onze aandacht, ook een adulte vrouw en een 2e kj man vlogen ons op de kwelder van de Noordkust voorbij. Toen ik dezelfde man, herkenbaar aan een ontbrekende slagpen in zijn rechter vleugel, drie dagen later opnieuw op dezelfde plek zag, heb ik Ben geraadpleegd. Die vertelde mij dat deze waarneming te ver van de Lauwersmeer vandaan was en dus kon wijzen op een broedgeval bij ons in de buurt. Daarvoor pleitte ook de aanwezigheid van die 2e kj man, want dergelijke beesten schijnen graag een tijdje rond te hangen in de buurt van een broedpaar om alvast de kunst voor later af te kijken.
Op 23 juni zijn we met vijf mensen op verschillende plekken bij de zeedijk gaan posten. Binnen een uur zagen Ben en Ruurd-Jelle dezelfde man langs de slaperdijk voorbij komen. Na een spectaculaire jacht hoog in de lucht vloog hij met een gevangen Gele kwikstaart richting de tarwevelden ten noorden van Pieterburen, waar hij de prooi keurig overdroeg aan zijn wijfje. Geweldig: een broedgeval in Noord-Groningen, het eerste sinds 1993! En zeer waarschijnlijk is dat geen toeval, maar daarover later meer.

Uiteindelijk konden we op 1 juli vaststellen dat het nest zich bevond in een perceel wintertarwe van boer Egge Jan Hommes. Deze was dadelijk bereid ons toestemming te geven om het perceel te betreden voor de gebruikelijke werkzaamheden. En daarmee begon het voor ons eigenlijk pas echt: regelmatige bezoeken om het nest te observeren en vooral ook om te kijken of de ouders op de speciaal voor hen neergezette paal wilden gaan zitten. Dat leverde schitterende waarnemingen op van prooioverdracht of van het fanatiek verjagen door met name het vrouwtje van Buizerden of Bruine kiekendieven. Overigens was de belangstelling wederzijds, want op 3 juli kwam het mannetje een kijkje nemen bij het huis van Eva, ruim 10 kilometer van het nest verwijderd.
Na een week kwam het moment dat we dachten dat het nest mislukt was. Twee dagen achtereen ruim twee uur posten leverde geen enkele waarneming op. Tot ik vijf dagen later nog maar eens ging kijken en mevrouw pontificaal op haar paal zag zitten, terwijl ze nog niets vermoedde van wat haar uiteindelijk te wachten zou staan. Toen was wel enige haast geboden om het nest te vinden, omdat we al op 1 juli uit het gedrag van het vrouwtje hadden opgemaakt dat er jongen waren. Maar juist op de tijden dat wij stonden te posten, droegen de ouders geen prooi aan en konden wij het nest niet uitpeilen. Toen dat Madeleine eindelijk op 19 juli in de loop van de avond wel lukte, zag zij tegelijkertijd al een fladderend jong iets boven de tarwe uitkomen. Een snelle actie volgde: Ben kwam spoorslags uit Groningen aangereden, stapte de tarwe in en greep twee al mooi gekleurde jongen in hun kraag. Een derde jong vloog zelfs al weg. We hadden geen dag later moeten komen.


Toen het vrouwtje in de dagen die volgden frequent op haar paal, die een vangpaal was, bleek te gaan zitten, besloot de harde kern van de werkgroep een vangpoging te gaan doen. Op 24 juli lukte het binnen anderhalf uur het nog ongeringde vrouwtje te vangen. Ze is geringd en heeft een satellietzender meegekregen. En daarbij hoort ook het krijgen van een mensennaam, dit keer de naam van Merel, die verschillende keren goed heeft geholpen, onder andere met het zoeken van braakballen. Heel bijzonder vond ik het moment dat mijn dochter dit prachtige wijfje samen met Ben mocht loslaten, in de wetenschap dat we haar straks op haar lange en gevaarlijke reis naar Afrika kunnen volgen.
In de dagen daarna hebben we kunnen zien dat het vrouwtje geen enkele last van de zender lijkt te hebben; ze gedroeg zich niet anders dan in de dagen ervoor. Ze droeg geregeld prooi aan, en verjoeg fanatiek en behendig andere roofvogels.

En nu hopen we natuurlijk ook dat het niet bij dit ene broedgeval zal blijven, maar dat er volgend jaar een vervolg op zal komen. Die kans is zeker aanwezig, omdat we vermoeden dat dit broedgeval rechtstreeks verband houdt met het project "Kaantjes en Raandjes" van Wierde en Dijk, de vereniging voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Noord-Groningen. Het goede beheer van rietsloten en akkerranden, waar speciale mengsels zijn ingezaaid, heeft ongetwijfeld gezorgd voor een gunstige voedselsituatie voor de Grauwe kiekendief in dit gebied. In de prooiresten troffen we veel zangvogels aan als Gele kwikstaart en Rietgors, maar ook Graspieper en Veldleeuwerik.

We hebben het fantastisch gevonden het hele proces vanaf de ontdekking van het broedgeval tot het uitvliegen van de jongen van zo dichtbij te kunnen volgen. En we hopen dat we het vrouwtje "Merel" nog lang kunnen volgen en dat ze in het voorjaar behouden naar het noorden terugkeert. En als zich dan weer een of misschien zelfs meer broedparen in de gemeente De Marne vestigen, dan is de "sectie Noord-Groningen" van de WGK er klaar voor!

Kiekendief

Hier hou ik een kiekendief vast. Mijn broertje Martijn kijkt toe.
Hier hou ik een kiekendief vast. Mijn broertje Martijn kijkt toe.
Mijn ouders ontdekten dat in ons veld met gras en rogge een nest van een bruine kiekendief zat. Af en toe gingen we eens bij het nest kijken. Eerst waren er vijf eieren. Vier eieren kwamen er uit. Van deze vier zijn drie jongen groot geworden. Op een zaterdag eind juni kwam Ben Koks om de jongen te ringen. Hij wist er heel veel van af. De jongen waren alledrie mannetjes en zouden bijna leren vliegen. Een week later zagen wij inderdaad de jongen in de buurt van de sloot bij de weg zitten. Als wij heel dicht bij kwamen vlogen ze snel naar de andere kant van de sloot.
Anne-Men Huyzer.


6-7-2006 (nieuws uit het veld)

Een Puntige student die aan Punttellen doet!!

Na Ruurd-Jelle van der Leij is het nu de beurt aan Christian Oskamp om via onze site te laten weten wat hij allemaal in de Groninger akkers uitspookt. Intussen is het veldseizoen zijn laatste stadium ingegaan, zullen we jullie volgende week berichten over de vele spannende zaken die we in 2006 met zijn allen uitvreten en zullen de nodige highlights de revue passeren. Eerst Christian zijn relaas!

Christian Oskamp
Christian Oskamp
Na Ruurd-Jelle is het aan mij om wat over mezelf te vertellen. Ik ben Christian Oskamp, geboren te Alphen aan den Rijn in 1978, hier ben ik ook grotendeels opgegroeid. In Alphen heb ik mijn middelbare school diploma's Mavo en Havo gehaald. Na deze diploma's te hebben behaald ben ik in 1997 begonnen met een MBO opleiding Bos- en Natuurbeheer te Velp. Dit is een praktisch ingestelde opleiding die in drie jaar heb afgerond. Ik heb voor deze opleiding verschillende stages gevolgd bij verschillende Staatsbosbeheer instanties waaronder die van Terschelling. Ook ben ik voor deze opleiding drie maanden naar Curaçao geweest waar ik samen met een mede student allerlei praktische werkzaamheden heb uitgevoerd.

Na deze studie vond ik het tijd voor wat meer verdieping van de kennis en heb me toen aangemeld voor de HBO opleiding Larenstein Bos- en Natuurbeheer met als afstudeer richting Natuur- en Landschapstechniek. Voor deze studie ben ik vier maanden naar Spanje geweest. Ik heb daar met twee mede studenten een inventarisatie gemaakt van de flora en fauna in de regio Extremadura. Als afstudeeropdracht heb ik samen met een andere student onderzoek gedaan naar populatiegrootte van Adders in het Hijkerveld, Drenthe.

Na ook dit in drie jaar te hebben afgerond stond ik voor de keuze werk zoeken of nog een stapje hoger op. Mede door de situatie op de banenmarkt toentertijd en het gevoel dat mijn nieuwsgierigheid door spannend veldwerk bevredigd kon worden heb ik besloten om ook nog aan Universiteit te gaan studeren. Ik ben twee jaar geleden begonnen met de studie Bos- en Natuurbeheer aan de Universiteit van Wageningen met de afstudeerrichting Resource ecology. Ik ben voor deze studie vorig jaar vier maanden naar Suriname geweest om daar onderzoek te doen naar de regeneratiemogelijkheden van regenwoud op verlaten mijnlocaties, dus hoe snel groeit het bos weer terug op deze kaalgekapte vlaktes. Ik heb toen besloten om mijn afstudeeropdracht in Nederland te voltooien. Ik heb toen een aantal organisaties en personen aangeschreven en kreeg toen een enthousiast bericht van Ben terug dat hij nog een student voor een interessant onderwerp zocht (waarover straks meer). Daarna was alles vrij snel geregeld. Ik kende het werk van stichting werkgroep grauwe kiekendief via Loes van den Bremer die hier een jaar of vier geleden stage heeft gelopen. Zij is inmiddels klaar met de studie en werkt sinds kort als ecoloog bij een ingenieursbureau in Assen.

Hoe is mijn interesse voor alles wat met natuur te maken gewekt? Ik heb daar zelf ook niet echt een passend antwoord voor. Die is er simpelweg gewoon. Bij veel van mijn mede studenten komt het door de ouders ook in die wereld actief zijn/waren. Dit is bij mij echter niet het geval. Mijn interesse voor vogels is meer gewekt tijdens de studie. Er zaten bij ons op de studie een aantal fanatieke vogelaars die de hele klas meesleepten. We hebben toen geregelmatig tripjes georganiseerd naar gebieden om vogels te bekijken in Engeland, Polen, Spanje Frankrijk en natuurlijk ook Nederland.

Waar hou ik me vanaf begin April nu al mee bezig? Er is van de akkervogels nog niet goed bekend wat voor rol ze spelen als prooisoort in het dieet van de Grauwe kiekendief. En om dit te weten te komen is belangrijk om te weten waar veel akkervogels voorkomen en waar weinig, of veel diversiteit in soorten en weinig diversiteit. Dit was niet of nauwelijks in kaart te brengen met de huidige BMP-methode. Het gebied is daar simpelweg te groot. En de door SOVON ontwikkelde BMP-methode neemt teveel tijd in beslag en levert in de Groninger akkers simpelweg te weinig resultaat op. We zijn daarom dit jaar begonnen met een nieuwe methode om een beter beeld te krijgen van de akkervogel dichtheden in het Noord Groninger landschap, de zogenaamde puntellingen. Deze methode wordt in het buitenland al voor langere tijd op grote schaal gebruikt. In Nederland wordt het momenteel alleen gebruikt door de Provincie Groningen als methode in het meetnet voor weidevogels door Kees Scharenburg. Wij gebruiken de puntelling alleen als eerste in Nederland op een aanzienlijk grotere schaal, namelijk ongeveer 650 km². Wat houdt een punttelling kort in? In een van tevoren willekeurig gekozen punt in het landschap worden binnen een straal van 200 meter rond dat punt alle vogels geteld. De teller staat in het midden van het punt en telt gedurende 10 minuten broedparen, niet broedend vogels, overvliegende vogels, en de aanwezige hazen, reeën, en muizen. We tellen dit jaar rond de 330 punten die zijn verdeeld over de vaste krachten van de werkgroep en er wordt ook een flinke bijdrage geleverd door een aantal enthousiaste vrijwilligers. Mensen die belangstelling hebben in 2007 een bijdrage te leveren aan deze leuke manier van tellen kunnen hun borst alvast natmaken; de SWGK zal doorgaan met deze nieuwe aanpak.
We zijn dit seizoen al ver vervorderd met het tellen, rond half juli zullen alle tellingen afgerond zijn. Daarna begint het kantoorwerk en uitwerken van de gegevens. Ben erg benieuwd wat de resultaten zullen zijn!!


15-6-2006 (nieuws uit het veld)

Het seizoen op de helft: de genen van "Marion" vliegen rond in de Dollardpolders.

Het spreekt voor zich dat het merendeel van de landschappen waar grauwe kiekendieven zich laten zien tot de fraaiere open gebieden behoren. Landschappen met perspectief en vooral ook landschappen waar een mix van openheid en goed beheerde faunaranden het beeld bepalen. De leden van de Werkgroep Grauwe Kiekendief prijzen zich dan ook gelukkig dat ze een fors deel van hun tijd in gebieden als het Groninger Oldambt, de veenkoloniale akkers rond Zuidwending en Alteveer, het Duitse Rheiderland en het stille midden van Zuidelijk Flevoland te mogen ophouden. Met een loom schommelend V op het netvlies landschappen waar we blijvend voor moeten knokken.

Het seizoen dendert in sneltreinvaart door (nee nee geen magneet-trein) en we zijn blij dat er zo nu en dan dagen tussen zitten dat het veldwerk door matig weer nauwelijks de moeite waard is. Een dag als deze dus, veel wind, zo nu en dan een spatje en ideaal dus om een stukje voor deze site in elkaar te steken. In het vorige bericht is al aangekondigd dat we zouden ingaan op de tot nu toe afgelezen ringen. Het staat buiten kijf dat we nog nimmer zoveel kleurringen hebben afgelezen maar door tijdgebrek zijn de gegevens nog niet goed op rij gezet. Twee aflezingen willen we jullie echter niet onthouden. Beide zijn even boeiend en veelzeggend.

Leden van de Werkgroep bekijken de imposante Big M II.
Bedrijfsleider Luit Heikens geeft tekst en uitleg.
Op zaterdag 3 juni hebben ca. 20 werkgroepsleden een uitgebreide excursie op de Drogerij BV Oldambt bij Oostwold gekregen. Bedrijfsleider Luit Heikens liet ons zien hoe het droog-proces in zijn werk ging en we hebben veel opgestoken van deze excursie.

Een gepaard 2KJ wijfje met een rode ring werd tijdens de vrijwilligersdag gevonden in één van de Dollardpolders. Werkgroepsfotograaf Hans Hut maakte het karwei af en het bleek te gaan om  01 . Dit wijfje vloog samen met haar broer  00  uit in de Charlottepolder, Rheiderland. Dankzij de goede zorgen van de Duitse boeren èn het personeel van de Drogerij BV Oldambt kwam het hier goed, dat deze vogel nu als broedvogel is teruggekeerd is weer een levend bewijs dat deze samenwerking interessante gegevens oplevert. In hetzelfde gebied wist Hans een eveneens 2KJ wijfje op de gevoelige plaat te zetten. Het ging hier om  ST . We hebben hier van doen met één van de drie nakomelingen van onze Marion. Hoewel Marion op een akelige wijze haar einde vond in Nigeria vormt deze aflezing het levende bewijs dat haar genen op een succesvolle wijze zijn doorgegeven. Haar vader (en dus het mannetje van Marion in 2005) verzorgd momenteel een broedsel in de buurt van Winschoten en hiermee is de cirkel weer aardig rond.



Beide 2KJ zijn wijfjes op de gevoelige plaat vastgelegd door Hans Hut www.fotohut.nl

Zoals eerder gerefereerd is er voor de Nederlandse roofvogels momenteel weinig lol te beleven. Volgens onze grootste roofvogel-expert Rob Bijlsma is het nagenoeg overal louwe Loene met muizen-eters als torenvalk, buizerd en bruine kiekendief. Uit de voorbije Wintertellingen bleek al dat Oost-Groningen geen ander beeld liet zien. Hoewel wij de indruk hebben dat het aantal veldmuizen momenteel licht aantrekt bewijst het relatief geringe aandeel woelmuizen dat de mannetjes hard voor de kost moeten werken.
Mede dankzij het minutieuze én volhardende pluiswerk van Ruurd Jelle zijn tot nu toe 265 prooi-resten op naam gebracht en hierbij zaten een paar bijzondere soorten. Op de eerste plaats waren de zwarte roodstaart en een grutto-pul die als plukresten op een schouwpad nabij Ganzedijk werden gevonden de eerste keer dat we deze soort in ons onderzoek aantroffen. Beide soorten werden ook tijdens onze broedvogelkarteringen in de buurt van het paar grauwe kiekendieven aangetroffen. De toename van de boompieper als broedvogel op de Oldambster kleigronden weerspiegelt zich direct in het vinden van deze forse pieper als prooi. In Flevoland is al eerder een boompieper als prooi gevonden (hier is deze soort al langer een gangbare broedvogel in akkerland). Dit gold ook voor de onmiskenbare resten van een levendbarende hagedis in een braakbal. Van de meer gangbare prooien vallen direct het hoge aandeel (net uitgevlogen) graspiepers direct op. Zie het lijstje en zie hoe prachtig het is de tussentijdse resultaten van intensief en systematisch uitgevoerd veldwerk te verrichten.

Tussenstand prooien 2006
Kievit5
Grutto1
Tureluur1
Bonte Strandloper1
Veldleeuwerik17
Boompieper1
Graspieper41
Zwarte Roodstaart1
Gele Kwikstaart21
Witte Kwikstaart1
Grasmus3
Spreeuw1
Huismus1
Ringmus1
Kneu1
Geelgors2
Rietgors2
Vogels totaal: 107
Veldmuis31
Dwergmuis3
Bosmuis3
Mol2
Haas5
Woelrat2
Woelmuis sp.54
muis sp.11
Zoogdier totaal: 111
Levendbarende Hagedis1
Juffer sp.1
Loopkever sp.25
Lieveheersbeestje2
eieren18
overige prooien47
Totaal prooien: 265

Ondanks het magere woelmuizen-aanbod lijken onze grauwe kieken het dus aardig te redden. Zowel in Groningen, Flevoland als het Lauwersmeergebied lijken de aantallen normaal te zijn. Boeiend zijn de waarnemingen die we binnen kregen van vogels in de Drentse veenkoloniën, het verre ZO van Groningen (omgeving Mussel), Rutten (Fl) en de Westelijke flanken van het Fochteloërveen (Fr). Gebieden waar leden van de WGK beslist tijd aan gaan besteden maar waar hulp van andere vogels en buitenlui in den lande onontbeerlijk is. Daarom wederom een oproep waarnemingen van grauwe kiekendieven door te blijven geven.


18-5-2006 (nieuws uit het veld)

Stage Ruurd-Jelle van der Leij mooi op koers.

Hallo allemaal. De meeste van u heb ik vast wel eens ontmoet op vrijwilligers dagen, wintertellingen of tijdens een andere activiteit. Maar het is inmiddels de hoogste tijd om mezelf eens voor te stellen aan de mensen die ik nog niet ontmoet heb. Dat zal ik dan nu ook gaan doen.

Onze enthousiaste student in de Landschaftspolder bij het bordje met daarop de slik-slee (17 mei 2006).
Onze enthousiaste student in de Landschaftspolder bij het bordje met daarop de slik-slee (17 mei 2006).
Ik ben Ruurd-Jelle van der Leij, geboren te Heerenveen op de 15e december van het jaar 1984. Ik ben opgegroeid in de omgeving van Oldeholtpade, Zuidwest Friesland (Stellingwerven) en daar woon ik voor een deel nog steeds. In Oldeholtpade heb ik mijn basisschool gevolgd om vervolgens in 1997 in Wolvega te beginnen aan mijn Atheneum. Dit heb ik in 2004 weten af te ronden en sindsdien studeer ik kust en zee management in Leeuwarden, aan het van Hall. Een opleiding die zich met alles bezig houdt wat je maar kan bedenken in het kader van kust en zee. Denk bijvoorbeeld aan het bestrijden van olielozingen, de bouw van windmolenparken in zee, recreatie op de eilanden, kustverdediging, de aanleg van Maasvlakte 2 etc. Ik heb deze opleiding niet zozeer gekozen vanwege mijn interesse in de kust en de zee, deze is namelijk niet groter dan mijn interesse in weiland en sloot, maar meer omdat ik een praktijkgerichte opleiding wilde gaan doen, met veel leuke buitenactiviteiten, maar waar ik wel mijn kennis van vogels in kwijt kon. Deze opzet is zeker geslaagd. Bijv: bij onderwerpen als een windmolenpark in zee richt ik me voornamelijk op de invloed ervan op de vogeltrek (vogelsterfte). Maar hoe ben ik aan deze interesse voor vogels gekomen?

Het is vrij vroeg begonnen. Toen ik een jaar of 5 was werd ik door mijn vader al meegenomen het land in. Ja, inderdaad om eieren te zoeken. Daar begon het allemaal mee. Dit ging allemaal wat door tot dat er bij ons op de basisschool eens een lezing werd gegeven over weidevogels. Doordat ik al jaren met mijn pa het veld in ging wist ik hier al het nodige van af, wat ook de man opviel die de lezing gaf. Hij nodigde me dan ook uit een keer mee gaan met een BMP telling van hem, in zijn gebied rondom de Tjonger. Dit hebben wij toen ook gedaan en van het een kwam het ander. Met de kerkuilenwerkgroep ging ik mee kasten controleren en ik plukte aardige hoeveelheden braakballen uit. Ik kreeg een weidevogelgebied (250 ha) waar ik nazorg deed en waar ik ook in ben gaan BMP-en. 'S winters ben ik eens in de maand ganzen gaan tellen. En tot slot werd ik door een aantal mannen meegenomen in het roofvogelwerk. Het zoeken van roofvogelnesten, ruipennen, prooi etc. Dat laatste boeide me altijd veel meer dan het nest zelf aangezien ik niet zo'n held ben in de boom. Prooi en ruiveren liggen doorgaans op de grond, dus wanneer zij de boom inspecteerden dan wel beklommen, struinde ik de omgeving af opzoek naar leuke prooien (althans dat hoop je altijd weer). Het wat actiever bezig zijn met vogelen is dus begonnen met de lezing in 1995 en is dus ook een van de redenen dat ik hier nu stage loop. We zijn inmiddels dik tien jaar verder en ik heb enorm veel geleerd van de mensen die me in deze periode mee het veld in hebben gesleurd. Mede door hun toedoen zit ik nu in Kostverloren en daar ben ik ze best dankbaar voor.

Want ja, wees eerlijk, ook ik had niet verwacht dat het hier zo mooi was. Waar mijn klasgenoten op Hawaï, Bonaire, in Ierland, Schotland en Canada belanden, kon ik vol trots meedelen dat ik naar Kostverloren ging, oftewel het Oldambt. Mij is om een of andere reden ook niet gevraagd een souvenir mee te nemen. Afijn, ik zit hier nu al vanaf 15 maart en ik wordt met de maand enthousiaster. In het begin was het wel aardig fris hier en een beetje grauw, maar naarmate we de maand mei naderde werd het groener en groener en voor al ook lekker warm. Het doen van mijn veldwerk is dan ook helemaal geweldig en het voelt als een soort van "hobbyvakantie". Maar wat houdt mijn veldwerk allemaal in?

Ruurd Jelle op de trekker van akkerbouwer Derk Jans Oldeziel bezig met het maken van de leeuwerik-vlakjes in de Reiderwolderpolder (31 maart 2006).
Ruurd Jelle op de trekker van akkerbouwer Derk Jans Oldeziel bezig met het maken van de leeuwerik-vlakjes in de Reiderwolderpolder (31 maart 2006).
Mijn hoofddoel hier is om te onderzoeken of de veldleeuweriken in mijn gebied positief reageren op zogeheten skylarkplots (veldleeuwerikvlakjes). Dit zijn vierkantjes van 4 bij 4 meter waar het gewas voor het grootste deel uit verwijderd is. Per hectare liggen 2 van deze plots verspreid over in totaal 250 hectare in de Reiderwolderpolder (500 skylarkplots dus). Het is natuurlijk leuk om te zien dat er veel leeuweriken rondom de plots zitten maar je moet aan kunnen tonen dat er elders niet zulke dichtheden zitten. Vandaar dat ik een flinke lap akkerland inventariseer op veldleeuweriken.
Daarnaast heb ik vijf BMP plots van ieder ongeveer 125 hectare, daar tel ik dus alle soorten en ik lever een bijdrage aan het punttel-project. Samenwerken dus met mede-student Christian Oskamp (die zich binnen twee weken aan jullie zal voorstellen), maar welke ik voor mijn rekening neem omdat ze tóch in mijn gebied liggen. Dit is zo ongeveer de rode draad in mijn veldwerk voor dit seizoen. Daarnaast zal ik gewoon meedraaien in het reguliere grauwe kiekenwerk en heb ik niet te vergeten elke week wel een paar uur de tijd om gewoon lekker op de Dollard, in de Tjamme of gewoon in de polders te genieten van Rode Wouwen, Noordse Kwikken, Smellekens, Visarend, Kwartel en andere leuke beesten! Onvergetelijk was de Steppe Kiek die we samen op 18 april zagen. De mix van vrijwilligers, studenten en de professionals van de Werkgroep Grauwe Kiekendief spreekt mij zeer aan, samenwerken om samen Akkernatuur in Nederland een stap verder te brengen.
Vanmorgen in het Duitse Rheiderland geweest, interessant om te zien dat subtiele verschillen in beheer zich laten doorvertalen in een andere broedvogelbevolking. Iets om in een vervolg-studie bij de kop te pakken? Daar ook twee actieve grauwe kiek-paren gezien, er breken nog spannende tijden aan!


9-5-2006 (nieuws uit het veld)

Weer een Steppe Kiek-man, de grauwe kieken stromen dagelijks binnen en de lol van gevarieerd veldwerk.

2006 zal met grote zekerheid de boeken ingaan als een boeiend jaar voor de Steppe Kiekendief in NW-Europa. Overal worden ze gemeld en dan niet alleen vage ringtails maar nú ook aardig wat mannetjes. Gistermorgen vloog er nog eentje over de Dollardkwelder en Chris Trierweiler en Ben koks hadden zaterdag 6 mei de mazzel een fraai adult mannetje tussen Bellingwolde en Booneschans over een perceel tarwe te zien vliegen. Omdat de vogel 10 minuten ging zitten hebben we dit keer het genoegen mogen smaken de vogel 100% in beeld van Chris haar spiksplinternieuwe telescoop te kunnen bekijken; nadat het mannetje door twee kraaien werd opgepest vloog hij al foeragerend over een mooi stuk ruig braakland net ten Noorden van het Prinsenbos over het B.L. Tijdenskanaal de grens over het Duitse Rheiderland in. Eerder die dag zagen we al twee trekkende lachsterns nabij Nieuw Beerta, twee zwarte wouwen die bij bordeel "Chantal" de afkoeling zochten door naar de Koude Hoek te vliegen en een onstuimig smelleken nabij Oudeschans. Door al dit mooi's zou bijna worden vergeten dat het aantal zekere paren in Oostelijk Groningen nu al tegen de twintig oploopt en dat wij aangenaam verrast zijn dat - ondanks het beslist marginale veldmuizen-aanbod - er al volop wordt gebaltst, gecopuleerd en dat de eerste ringen al in de boekjes staan. Hierover in het volgende bericht meer!

Ook de studenten Ruurd Jelle van der Leij en Christian hebben zich inmiddels goed vastgebeten in hun onderwerpen en de nodige waarnemingen kunnen toevoegen aan ons bestand. Het PuntTelProject van Christian en de Werkgroep loopt inmiddels als een tierelier en de eerste gegevens laten een nu al spectaculair beeld zien. Daarover zal Christian jullie binnen een paar weken berichten. Ruurd Jelle zal hetzelfde doen met zijn werk rond de veldleeuwerik en beide heren hebben intussen de nodige lol gehad met aardig wat smellekens, lang vertoevende slechtvalken, zwarte en rode wouwen, fluiter, roerdomp enzovoort.

Tijdens het punttellen vond vrijwilligster Simone van der Sijs vier uitgelopen nestjonge veldleeuweriken.
Tijdens het punttellen vond vrijwilligster
Simone van der Sijs vier uitgelopen
nestjonge veldleeuweriken.
De opbouw van standje op de dag van de Koolzaadroute.
De opbouw van standje op de dag
van de Koolzaadroute.

Intussen gaat de PR ook gewoon door. Zo was er afgelopen zondag de in Oost-Groningen wereldberoemde Koolzaadroute. Ondanks de straffe Oostenwind kwamen hier ruim 600 fietsers op af en de route voerde deze landschapsliefhebbers door de fraaie Oldambster vlakten en konden bij het Fruitbedrijf van de familie Molema te Nieuwolda bijtanken. Hier konden belangstellenden door onze PR-helden Cathryn, Hilbrand, Emmy en Bauke worden bijgepraat over ons werk, vogels in het algemeen en de rol die wij als werkgroep hebben in de ontwikkelingen rond agrarisch natuurbeheer in weids akkerland. Dit gebeurde met verve, de nodige brochures, stickers en posters vonden hun weg naar de streekbewoners en intussen deed de opgesteld telescoop zijn werk tijdens waarnemingen van rode wouw en drie grauwe kieken. Mensen super dat jullie weer op een geweldige manier ons verhaal hebben willen promoten!

Het koolzaad rond de Tinnen Dose (D) was duidelijk verder in haar ontwikkeling dan op de zware Oldambster klei-gronden.
Diezelfde dag is de Tinnen Dose nabij Meppen/Lathen (D) aan een grondige inspectie onderworpen. Door de keiharde Oostenwind helaas weinig roofvogels in the air (hoewel boomvalk en smelleken altijd weer voor enige sensatie zorgen) maar de akkers rond dit geweldige hoogveen-heidegebied zullen de komende tijd beslist vaker worden bekeken (mensen die graag een keertje meewillen om dit fraaie stukje Emsland te zien kunnen zich per mail melden). Diezelfde avond zag het "Duitsland-team" een schitterende wijfje Roodpootvalk op een braakakker nabij Slochteren. Dit voorjaar zal mede door de krachtige Oostenwinden zeker niet als saai de boeken ingaan.

Het koolzaad rond de Tinnen Dose (D) was
duidelijk verder in haar ontwikkeling dan
op de zware Oldambster klei-gronden.

En dan terug naar de praktijk van de dag. De Werkgroep is op allerlei fronten actief. Hoewel er dagelijks 6-10 mensen met allerlei werkzaamheden actief zijn is het niet zo dat de vaste medewerkers, studenten en vrijwilligers alle uithoeken van het land kunnen uitkammen. Zelfs binnen onze intensief bezochte werkgebieden is het heel goed mogelijk dat we vogels over het hoofd zien en/of boeiende waarnemingen nimmer zelf zullen registreren. Daarom wederom een verzoek aan de lezers van onze site meldingen van grauwe kiekendieven door te geven. Zie hier de oproep!

Oproep doorgeven waarnemingen grauwe kiekendieven.
De eerste serieuze melding van een grauwe kiekendief werd op 11 april boven de weidse Oldambster akkers gedaan en is door de waarnemer op een gedetailleerde wijze doorgeven. Doorgegeven op een manier waardoor we er veel mee kunnen; naast een beschrijving van de vogel zelf ook de waarneemplek, Amersfoort-coördinaten en gedrag. Op deze wijze hebben we sinds de introductie van ons Early Warning-systeem van een breed scala van waarnemers boeiende gegevens ontvangen die rechtstreeks in onze database kunnen worden gezet. Gegevens die het voor ons mogelijk maken de vele losse eindjes in ons kiekenverhaal aan elkaar te knopen. Waarnemers die denken dat wij waarnemingen van goed lopende sites als die van Avifauna Groningen, Lauwersmeer en bijv. waarnemingen.nl halen moeten helaas worden teleurgesteld. Deze site's zijn - hoe waardevol ze ook zijn - niet geheel op onze wensen toegesneden. Het door ons gewenste detail-niveau ontbreekt doorgaans. Juist details als een nauwkeurige omschrijving van gedrag, het habitat en bijvoorbeeld prooikeuze maken het voor ons mogelijk meer uit de betreffende waarneming te peuteren. Gepeuter waar we uiteindelijk veel meer kunnen met jullie immer boeiende observaties.
Iedere melding wordt overigens direct doorgestuurd aan verschillende veldlieden binnen de Werkgroep. De laatste jaren hebben we hierdoor meerdere malen sneller kunnen reageren op meldingen van broedgevallen die door oogstwerkzaamheden werden bedreigd.

In deze periode zijn wij druk op zoek naar potentiele broedparen en aangezien de oogst van zowel graszaad als luzerne (belangrijke broed-gewassen) zeer binnenkort zal losbarsten hopen wij tijdig meer te weten te komen over nestlocaties. Op zaterdag 20 mei organiseert de Werkgroep weer de zg. luzerne-dag. Op deze dag zullen we alle ons bekende locaties met immer scherpe kiekendief-beschermers worden bemand/bevrouwd en zullen we - net als in eerder jaren - een fors deel van de dan broedende grauwe kiekendieven hebben gevonden én hun nesten gemarkeerd. Daarnaast staan deze dagen altijd weer borg om een keur aan interessante gegevens te verzamelen. Tot dit moment hebben we in Oost-Groningen 17 zekere broedparen gevonden en zwerven er nog aardig wat beesten rond. Er worden echter ook broedverdachte vogels in de veenkoloniale akkers gezien en stellen we vast dat er nog aardig wat paren bij zitten die nog niet zijn gesetteld. Kortom werk aan de winkel en steun van jullie allen is hartstikke nodig om ons werk in belangrijke mate te kunnen doen. Daarom ook deze oproep.

In deze oproep tevens een poging een paar misvattingen over het doorgeven van waarnemingen van grauwe kiekendieven:

  • "de mensen van de WGK zijn zó actief dat ze alle grauwe kiekendieven vast en zeker al weten te zitten". Mooi niet dus, iedere waarneming heeft zijn waarde en door de enorme oppervlakten die we in Groningen, Flevoland en Ost-Friesland bestrijken kunnen we nimmer overal zijn. Doorgeven dus!
  • "de WGK is een rabiate beschermingsclub dus heeft het doorgeven van migrerende grauwe kieken geen zin". Hoewel het beschermen van legsel in de periode mei-juli de hoogste prioriteit heeft proberen we ook vragen omtrent de migratie van Circus pygargus te ontrafelen. Wij zijn dus zeer gebrand om waarnemingen van trekkende grauwe kiekendieven te ontvangen. Gegevens over trekrichting, kleed, eventuele rui, gedrag tijdens de trek etc. zijn bijzonder waardevol. Doorgeven dus!
  • "mijn plaatjes van grauwe kiekendieven voegen niets toe aan de kennis rond". Niets is minder waar! Door de intrede van de digitale fotografie hebben we met name in 2005 van een aantal mensen zeer boeiende foto's mogen ontvangen die ons veel leren over de betreffende vogels. In één geval hebben we er zelfs een door onszelf in Duitsland geringde vogel op kunnen herkennen. We zijn dus ook in jullie foto's geïnteresseerd (we archiveren ze zodanig dat ze bij toekomstige analyses snel van pas kunnen komen). Doorgeven dus!

In 2006 zullen we ons onderzoek naar het habitat-gebruik voort zetten. Dankzij een financiele ondersteuning van de Provincie Flevoland zullen we in 2006 voor het eerst radio-telemetrisch onderzoek in de Flevolandse akkers kunnen uitvoeren. In zowel Groningen als Flevoland kunnen mensen met een serieuze belangstelling voor dit spannende veldwerk contact met ons opnemen.

Mensen doorbreek de lethargie van het niet doorgeven van waarnemingen en besef hierbij dat jullie op een eenvoudige wijze een bijdrage kunnen leveren aan één van de meest succesvolle soortbeschermingsprojecten die we in ons land kennen. Succesvol omdat honderden mensen met een zeer heterogene achtergrond zich vanaf 1990 hebben ingezet voor het behoud van één van de meest elegante vogelsoorten die we in Europa kennen.

Verder zijn we van plan om de bruine kiekendief weer beter te gaan bekijken. Door de groei van de werkgroep met goede en vooral gemotiveerde mensen kunnen we de grootste van de vier Europese kiekendieven weer in ons programma opnemen. We zullen hierbij samenwerken met mede initiatiefnemer Jan van 'Hoff (provinciaal Akkervogelmeetnet van de Provincie Groningen en tevens trekker van de immer actieve Steenuilenwerkgroep) en namens de SWGK zal onze eigen Jan Ploeger het aanspreekpunt zijn.

En dan terug naar de Voorjaarsbijeenkomst van 20 april. In totaal bezochten 33 enthousiastelingen deze dag die bestond uit een mooi gevuld dagprogramma (met zeker 35 grauwe kieken in ons hele werkgebied als "oogst", een geweldig baltsend 2KJ mannetje Circus pygargus nabij Finsterwolde; dit alles in een constructieve sfeer. Na het avond-eten gaven Hans Hut en Chris Trierweiler inspirerende verhalen over onze trip naar Niger en Burkina Faso en had Koos Dijksterhuis rond zijn laatste boek "Winnen van de Bierkaai" een bijzonder humoristische en vooral onnavolgbare presentatie. Een mooi mix van verhalen waar we tijdens komende bijeenkomsten zeker op zullen voortborduren.

Dit was het weer mensen, nu weer verder met ons veldwerk en tenslotte de mededeling dat we op zaterdag 20 mei as. weer de zg. luzernedag zullen organiseren. Later deze week hierover meer aandacht op onze agenda!


20-4-2006 (nieuws uit het veld)

IJkmiddag met Steppe Kiekendief als toetje.

De eerste Grauwe Kiekendieven laten zich sinds 11 april regelmatig zien in de drie broedgebieden. Jan van 't Hoff zag op deze datum de eerste vogel, een wijfje in de buurt van Blijham. Op 16 april werden volwassen mannetjes en gezien in zowel Flevoland, het Lauwersmeergebied en het Oldambt. De laatste tijd hebben we het enorm druk gehad met de voorbereidingen van allerlei zaken. Inmiddels hebben we in overleg met de mensen van de Vogelwarte Helgoland het besluit genomen in 2004 vier vogels met een satellietzender uit te rusten om daarmee de vele geheimen rond dispersie en migratie verder te ontrafelen. Het is verheugend te melden dat onze Spaanse vrienden - enthousiast geworden door onze pilot in 2005 - inmiddels een soortgelijk project gaan draaien en dat er in het komende broedseizoen 10 Spaanse kieken door middel van satellite-tracking zullen worden gevolgd. Een verheugende stap bezien in de context van een betere bescherming van deze soort tijdens migratie en overwintering. Denk hierbij aan het droeve lot van onze Marion en Beatriz!
Verder gaan we natuurlijk stug door met ons werk in Niedersachsen, zijn boeiende contacten met onderzoekers/beschermers in Noord Rhijn Westfalen aangeknoopt en wordt het contact met onze Deense vrienden verder geïntensiveerd.
Ondanks deze op het buitenland gerichte activiteiten blijft de kern van ons werk natuurlijk liggen in de Flevolandse en Groninger akkers. De Groninger akkers stonden ooit aan de wieg van agrarisch natuurbeheer in weids akkerland en waren de kraamkamer van veel ideeën en maatregelen als natuurbraak en faunaranden. Maatregelen die door een goed georganiseerde monitoring, enthousiaste mensen, gemotiveerde boeren en vooral een succesvolle aanpak steeds meer bekendheid krijgen. Hierover zullen we in de komende maanden proberen jullie via onze site op de hoogte te houden.

Dit jaar hebben we weer drie studenten. Ruurd Jelle van der Leij van het Van Hall-instituut te Leeuwarden houdt zich voornamelijk bezig met de veldleeuwerik en Christian Oskamp van de Universiteit Wageningen zet zijn tanden in een nieuwe stap in ons werk. Binnenkort zullen beide heren zich aan jullie voorstellen en uitleg geven over hun onderzoeksonderwerpen.
Ruurd Jelle en Christian schreven naar aanleiding van een veldbijeenkomst (18 april) het volgende stukje. Waarvan acte!

Braakland bij 't Zand. Foto Jan van 't Hoff.
Braakland bij 't Zand.
Foto Jan van 't Hoff.
In het kader van prooiaanbod voor de Grauwe Kiekendief wordt in 2006 een begin gemaakt met het op grote schaal tellen van akkervogels. Dit gebeurd door middel van een methode die bij de meeste vrijwilligers onbekend was, de zg. punttelmethode. Om te zorgen dat de gegevens die de verschillende vrijwilligers momenteel verzamelen ook met elkaar te vergelijken zijn, is het zaak dat de mensen op dezelfde wijze te werk gaan. Vandaar een ijkdag, temidden van alle akkervogels op de vlakten rond Zuidwending en Meeden.

Maar - voordat we verder gaan - eerst een korte uitleg over de methode punttellen. Het betreft een manier van gegevens verzamelen die als efficiënt te boek staat en relatief eenvoudig is uit te voeren is. At Random zijn in totaal 320 punten in ons werkgebied (incl. het Duitse Rheiderland) getrokken. Het gaat hier om gebieden die zowel door broedende grauwe kieken als door foeragerende mannetjes worden gebruikt. Per telpunt zal gedurende het seizoen (tot ongeveer medio begin juli in totaal 5 keer worden geteld. Hoewel onze belangstelling vnl. uitgaat naar akkervogels als, Gele Kwikstaart, Graspieper, Veldleeuwerik en Kneu, worden alle vogels binnen een straal van 200 meter rond het telpunt geteld. Een nadere uitleg volgt later in het stukje van Christian maar de essentie van onze ontmoeting op 18 april is dat de deelnemers op een motiverende wijze zijn geïnstrueerd. Nu terug naar de ijkmiddag.

Omstreeks 13:30 was de groep bestaande uit; Jan van 't Hof, Erik Visser, Bauke Koole, Simone van der Sijs, Christiane Trierweiler, Ben Koks, Jelle Dijkstra, Kees van Scharenburg, Jaap Tonkens, Christian Oskamp en Ruurd-Jelle van der Leij compleet. Na een korte introductie van Ben was het woord aan Kees van Scharenburg van de Provincie Groningen. Kees is een van de weinige ornithologen in ons land die in zijn Weidevogelmeetnet met deze methode werkt en vanaf 1987 één van de best draaiende meetnetten draaiende houdt. Zijn uitleg was helder en duidelijk. Jan van 't Hoff (collega van Kees en trekker van het provinciale Akkervogelmeetnet) legde vervolgens uit hoe vanaf 1989 zijn project loopt en gaf aan waar we elkaar - door nog beter samen te werken - kunnen versterken. De rest van de middag stond vooral in het teken van het oefenen van 200 meter-grens. Lastig maar zeker te doen! In de akkers rondom Meeden was geen referentiepunt te bekennen (zó kaal zijn ze), maar bamboestok en peilstok brachten uitkomst. Met behulp van een GPS werden drie stokken geplaatst op resp. 50, 150 en 200 meter. Vervolgens werd aan de tellers gevraagd op wat voor afstanden de stokken stonden. Uit de grote verscheidenheid aan antwoorden bleek wel dat het schatten van een afstand niet meevalt en dat het sterk beïnvloed wordt door vooral lichtval en soort gewas waarmee het punt omringd is. Reden te meer om een zelfde steekproef nog eens te doen, ditmaal net boven Meeden, in de Westerlanden.
Hier aangekomen plaatsten we weer 3 stokken en konden we even opwarmen onder het genot van een kop koffie of thee met echte grunninger kouk. Wederom werden de afstanden tussen de markeerpunten bekeken, maar ditmaal stonden ze alle 3 op een afstand 200 meter om ons heen. Hier bleek dat lichtval de afstand enorm beïnvloed, althans voor het oog. Tevens werd gevraagd alle soorten binnen én buiten de telcirkel te tellen. De gele kwikken, veldleeuweriken en graspiepers werkten prima mee en mede door het opklarende weer werd het ook steeds prettiger in het veld. Na een korte vragenronde sloot Ben de ijksessie af en konden alle tellers tevreden en vol van nieuwe indrukken huiswaarts keren. Maar op dat moment klonk er een enorm lawaai. De studenten en Jan haalden de stokken weer uit het land en werden geroepen door Ben. Door de wind was zijn tekst onverstaanbaar, maar wat wel meteen duidelijk was toen zij zijn richting keken, was dat er een kiekendief man op topsnelheid achter hem over een perceel koolzaad vloog. Een slanke vogel met wigvormige zwarte vleugelpunt en een bijzonder witte onderzijde. Een Onmiskenbare Steppe Kiekendief!! De licht gevlekte bovendelen en staart maakten het een 3 KJ lente man. Een soort die in Nederland meestal langs de kust wordt waargenomen en het betreft vaak juveniele vogels. Een geweldige afsluiting dus van een zeer leerzame middag en een mooie start voor weer een nieuw seizoen vol akkervogels en kieken. Op dezelfde locatie zagen we nog een fraai foeragerende blauwe kiek, een nest bouwende bruine kiek en even later zag Erik Visser vlakbij het Emergo-bos een schitterende adulte man grauwe kiek. Dé vier soorten kieken op dezelfde dag ergens in Oost-Groningen beschouwen we als een veelbelovend begin van alweer een bijzonder veldseizoen!

Een historisch moment: ijkmiddag punttel-tellers nabij Meeden op 18 april. De vrolijke gezichten hebben deels te maken met een 3KJ man Steppe Kiek die op deze plek richting het NO trok. Foto: Jan van 't Hoff.
Een historisch moment: ijkmiddag punttel-tellers nabij Meeden op 18 april. De vrolijke gezichten hebben deels te maken met een 3KJ man Steppe Kiek die op deze plek richting het NO trok.
Foto: Jan van 't Hoff.


7-2-2006

Eerste trip overwinteringsgebieden ten einde en barstensvol ideeën.

Midden in het Flevolandse broedgebied bedachten Ruud van Beusekom (VBN) en Ben Koks (SWGK) in de zomer van 2004 welke doelen aan fondswerving onder de leden van Vogelbescherming Nederland we zouden kunnen realiseren. Een informatieve brochure én de wens om voor de eerste keer serieus te kijken naar de knelpunten van onze grauwe kiekendieven in de overwinteringsgebieden stonden bovenaan het lijst. 1½ jaar later hebben we deze belangrijke stappen kunnen zetten en daarom staat dit laatste berichtje in het teken van een korte samenvatting van onze eerste ideeën die we nu hebben opgedaan.

Zaterdag 4 februari stonden we weer op Europese bodem; rond 12.30 uur landde onze vliegtuig in Düsseldorf. Een grotere overgang van het stoffige Niamey en het strak georganiseerde Düsseldorf is bijna niet denkbaar. Dezelfde dag weer lekker thuis en de dagen daarna de nodige telefoontjes en mailtjes verwerkt. Veel enthousiaste reacties uit binnen- en buitenland maar ook veel tips. Zo blijken Monty's elders in Europa - geïnspireerd door ons satelliet-zender-project en de reis naar Niger en Burkina - zelf ook projectvoorstellen te hebben ingediend en is de nadrukkelijke wens uitgesproken om op Europees niveau samen te werken. Goed om te merken dat ons verhaal via internet zo snel bij enthousiaste mensen terecht is gekomen!

Veel menselijke activiteit langs de rivier de Niger. Foto Hans Hut.
Veel menselijke activiteit langs de
rivier de Niger.
Foto Hans Hut.
Baobab-bomen; typerend en met name in Burkina veelvuldig te zien. Foto Hans Hut.
Baobab-bomen; typerend en met name
in Burkina veelvuldig te zien.
Foto Hans Hut.

Dan terug naar de Sahel-zone. In de laatste week hebben we de database met waardevol cijfermateriaal kunnen aanvullen en zijn in Niamey de nodige officiële contacten aangeknoopt. Eén van de doelen van onze reis was om een basis te leggen voor toekomstig werk en tevens onze - in Nederland bedachte - methoden uit te testen. Eerder in deze nieuwsberichten kwamen de termen 'road-transects' en 'prey-transects' voorbij. Road-transects zijn tellingen vanuit een rijdende auto (voorgenomen snelheid 60 km/uur) waarbij alle roofvogels worden genoteerd. Deze methode is de laatste decennia door de fameuze Jean Marc Thiollay in heel Westelijk Afrika beproefd en heeft als doel semi-kwantitatieve gegevens op te leveren. Wij voegden daar nog iets extra's aan toe; om de 5 kilometer werd genoteerd om welk landschapstype het ging en werd tevens de mate van landschappelijke degradatie gecategoriseerd. Aangezien we zeker 5.000 kilometer op deze wijze hebben afgelegd een aanzienlijke hoeveelheid cijfermateriaal. De afspraak die we hebben gemaakt is dat bij het waarnemingen van een kiekendief (bruine, steppe en/of grauwe) de auto werd stilgezet en de betreffende vogel gedurende 10 minuten werd geprotocolleerd. Dit is feitelijk de tweede methode die in het keurslijf van onze expeditie is uitgetest.
De derde methode hebben we te danken aan de coöperatieve houding van Rob Bijlsma, Eddie Wymega en Leo Zwarts. Deze onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om snel goede dichtheidscijfers van vogels te kunnen verzamelen. Wij hebben deze methode in Niger en Burkina toegepast en daarmee dichtheidscijfers verzameld van a) vogels, b) sprinkhanen en c) zoogdieren (indirect door het tellen van actieve holletjes). Het doel om in alle landschapstypen gegevens te verzamelen is gelukt maar wat belangrijker is, is dat we deze tellingen samen met onze counterparts in Niger en Burkina hebben kunnen oefenen. Hiermee werd voldaan aan een andere doelstelling van deze reis, samen komen tot werkbare methodes. Systematisch werken is immer dé basis om vergelijkbaar cijfermateriaal te verzamelen.
Het vinden van een slaapplaats in de eerste week kan achteraf als een bonus worden beschouwd. Vorige week is dezelfde slaapplaats weer bezocht. Het melanistische mannetje was weer aanwezig maar de vogels bleken iets noordelijker dan in de eerste week te slapen. Er zijn tien nieuwe braakballen verzameld en net als de eerste partij zullen de prooien worden gedetermineerd door de vaklui van Agrimet. Op de bijgevoegde foto laat counterpart Housseini een door hem gevangen sprinkhaan zien. Het is duidelijk dat grauwe kiekendieven voornamelijk sprinkhanen en krekels vangen en het is duidelijk dat het gaat om een aantal soorten. Over een maand verwachten we een rapport met daarin de resultaten van de braakbal-analyse van Agrimet. Het is nu al zeker dat in de 40 verzamelde braakballen sprinkhanen zullen domineren.

Counterpart Housseini Issaka met een door hem gevangen sprinkhaan. Foto Hans Hut.
Counterpart Housseini Issaka met een
door hem gevangen sprinkhaan.
Foto Hans Hut.
Black-headed lapwing (Vanellus tectus). Regelmatig waargenomen tijdens het tellen van prey-transects. Foto Hans Hut.
Black-headed lapwing Vanellus tectus.
Regelmatig waargenomen tijdens
het tellen van prey-transects.
Foto Hans Hut.

In de laatste week hebben Chris en Joost weer een interview gegeven voor de BBC-World-service en heeft de grootste krant van Niger een stuk aan onze reis gewijd. In deze krant vormen Hans zijn voortreffelijke foto's mede het verhaal achter deze reis. Komende zondag zullen Joost en Ben bij VARA's Vroege Vogels verslag doen.

De laatste avond stond in het teken van afscheid nemen. Thuis bij counterpart Abdoulay Harouna werd samen gegeten en werden speeches gehouden. Abdoulay had zelf een lied gecomponeerd en de sfeer was bijzonder. Onze puike chauffeurs werden nogmaals bedankt en we hebben een paar vogelboeken, een GPS en een kijker achtergelaten. Als investering voor de toekomst én als blijk van dank. Het is duidelijk dat we tijdens onze reis niet alleen fraaie cijfers hebben verzameld, maar dat we ook vrienden hebben gemaakt. Vrienden waarmee we de komende jaren een serieuze stap hopen te zetten in een betere begripsvorming rond onze kiekendieven in boeiend maar tegelijkertijd kwetsbaar systeem.

Tenslotte zullen we volgende week het droevige verhaal rond onze satellietvogel Marion in detail naar buiten brengen. De laatste dagen zijn we druk bezig geweest ons internationale netwerk te activeren en vanaf volgende week dus aandacht voor het abrupte eind van haar reis.


2-2-2006

Niger en Burkina Faso hebben ons gegrepen; indrukken van de derde week.

In het laatste bericht hebben we laten doorschemeren nieuws over onze satelliet-vogel Marion te kunnen doorgeven. Helaas moeten we jullie melden dat onze bange vermoedens zijn bewaarheid, de eerste satelliet-zender-vogel is dood. Samen met twee andere grauwe kieken is Marion op haar slaapplaats in het Noorden van Nigeria gevangen door een boer. Vanwege de zender belande ze niet direct in de soeppan. Een triest einde van een schitterende vogel. Omdat het verhaal achter Marion haar dood van grote betekenis is omtrent ons denken over de winter-overleving van kiekendieven en de drie-daagse trip naar Nigeria door onze counterpart Aboulaye Harouna en luitenant Inbrahim El Konimoune is een verhaal op zich. Vanwege redenen van zorgvuldigheid zullen we het verhaal later deze maand naar buiten brengen. Op 12 februari zullen we in het programma Vroege Vogels van de VARA verslag doen omtrent de betekenis van deze vondst van deze vogel voor de bescherming van de grauwe kiekendief in Afrika. Wordt vervolgd dus!

Koeien en ossenpikkers; onlosmakelijk met elkaar verbonden. Foto Hans Hut.
Koeien en ossenpikkers; onlosmakelijk
met elkaar verbonden.
Foto Hans Hut.
Adulte man grauwe kiek nabij het wetland Guiwana. Foto Hans Hut.
Adulte man grauwe kiek nabij
het wetland Guiwana.
Foto Hans Hut.

Week drie was niet alleen een bijzondere week vanwege het terugvinden van Marion in het Noorden van Nigeria, maar in deze week hebben de twee teams zich tevens opgesplitst. Chris en haar mensen hebben het veldwerk in het Zuidoosten van Niger een vervolg gegeven en Joost en Ben hebben in Burkina Faso goede zaken gedaan met de mensen van NATURAMA. Deze goed geoliede natuurbescherming-organisatie wordt o.a. door Birdlife Nederland gesteund en met Directeur de la Conservation George Oueda hebben we op het kantoor in Ouagadougou grondig onze trip doorgenomen. Oók in Ouagadougou bleken de contacten van Joost goud waard te zijn. Soepel werd 'ingebroken' in een vergadering van de IUCN (World Conservation Union) en bezochten we de ambassades van Nederland, Frankrijk en Italië.
Tijdens het doen van inkopen in dit dorpje kijk je je ogen uit. Foto Hans Hut.
Tijdens het doen van inkopen in dit dorpje kijk je je ogen uit.
Foto Hans Hut.
De daaropvolgende dagen hebben we samen met George het NW van Burkina bezocht. De nodige kilometers roadtransect en 25 prey-transecten werden samen met counterpart George aan de formulieren toevertrouwd en tweemaal hebben we overnacht bij wetlands van internationale allure. Deze wetlands liggen in het Sahel-reservaat nabij Gorom Gorom. Opvallend waren de 2350 zwarte ibissen, ruim 800 purperkoeten, een groep van 5600 zomertalingen, een prachtig bokje, een klein of kleinst waterhoen en natuurlijk de nodige Afrikaanse soorten. Intussen had zich vrijwilliger Hoesseini bij ons gevoegd. Een veelbelovende enthousiaste jongen waarvan we hopen dat hij voor de vogels en de natuurbescherming in dit gebied veel zou kunnen gaan betekenen. Het werd echter ook duidelijk dat we hier met een totaal ander type gebieden te maken hebben dan in Niger. Vanaf Ouagadougou tot aan Gorom Gorom is het landschap dat wij zagen simpelweg te besloten voor grauwe kieken; te veel bomen. In het Sahel-reservaat waren de gevolgen van een ander probleem zichtbaar; de begrazingsdruk op de schaarse vegetatie is dermate extreem dat de biodiversiteit hier zwaar onder heeft te lijden. Door deze overbegrazing valt er bitter weinig te halen voor grauwe kieken. Onze eerste voorzichtige conclusie luidt dan ook dat Burkina met name tijdens de najaarstrek van betekenis is. Net als de missie van de VBN-medewerkers Marc Argeloo en Barend van Gemerden zagen wij ook geen grauwe kieken. Wel zagen we tussen Gorom Gorom en Dori een adult wijfje steppe kiek. Jagend in een boomrijk stukje landbouwgebied. Precies zoals dit bij deze soort hoort!
Na George in Dori te hebben achtergelaten zijn we donderdag richting de grens naar Niger gereden. Vlakbij de grens vonden we in een droge rivierbedding een campeerplek en als snel kregen we bezoek van herders, vrouwen die tussen de dorpen pendelden en snotneuzen van 4-10 jaar die het prachtig vonden hoe wij onze tentjes opzetten. Het werd erg leuk toen wij ons vogelboek erbij haalde en de knaapjes feilloos het geluid van de abesijnse scharrelaar en hop nadeden maar het werd pas echt leuk toen op de kiekenpagina eenduidig de Busard cendré werd aangewezen. Men kende de soort erg goed en twee zaken zijn de moeite waard om hier te noemen:

  • grauwe kieken worden door de mensen tussen Dori en de grens tot in november gezien;
  • de vogel is met name goed bekend omdat de kieken rond de kuddes schapen en koeien op sprinkhanen jagen.
Onze laatste stop-over voordat we weer naar Niger terugkeerden beschouwen we als één van de hoogtepunten van ons bezoek aan Burkina Faso.

Tussen Dori (Burkina) en Tera (Niger) hadden we veel belangstelling van de lokale jeugd. Deze jongens waren zeer bedreven in het nabootsen van vogelgeluiden! Foto Ben Koks.
Tussen Dori (Burkina) en Tera (Niger)
hadden we veel belangstelling van de
lokale jeugd. Deze jongens waren zeer
bedreven in het nabootsen van vogelgeluiden!
Foto Ben Koks.
Joost en Ben worden geïnterviewd door een reporter van de BBC World-service in Niamey. Deze foto is gemaakt door Herman Klomp-prijs winnaar Wim Mullié (FAO).
Joost en Ben worden geïnterviewd door een
reporter van de BBC World-service in
Niamey. Deze foto is gemaakt door Herman
Klomp-prijs winnaar Wim Mullié (FAO).

Na een uitputtende reis vonden de beide teams elkaar op vrijdag 27 januari 2006 weer terug. Het verhaal over Marion werd doorgenomen, Chris en haar team hadden weer de nodige kieken aan het totaal kunnen toevoegen (op een locatie werden er negen gezien) en Hans had zijn kans om mooie én vooral waardevolle foto's te maken goed benut. Veel tijd om uit te rusten was er niet. De kleren moesten worden gewassen, het zand uit de slaapzakken verwijderd, één van de auto's moest een paar reparaties ondergaan en zaterdagmorgen waaierde een team uit naar het NW en het andere team stak de Niger over richting het ZW. Over deze laatste week zal ons volgende bericht gaan.


22-1-2006

Expeditie Niger/Burkina Faso: Het Grote Avontuur nu halverwege

Niamey, zaterdag, 21 januari 2006
Mannetje steppe kiekendief. Foto Hans Hut.
Mannetje steppe kiekendief. Foto Hans Hut.
Wat een boeiende wereld hier. Gisteren zijn Joost en Ben vanuit Birnin-Konni teruggekeerd omdat we morgenvroeg naar Burkina Faso zullen vertrekken vanwege ons bezoek aan de Birdlife-partner Naturama. We kijken hier naar uit want wat in Niger de eerste twee weken zo voortreffelijk is gelukt hopen we in Burkina Faso ook neer te kunnen zetten. We hebben eerder deze week besloten dat we één team onder leiding van Chris achter te laten in het Zuidoosten van Niger. We hebben de smaak goed te pakken. Niet alleen blijven de waarnemingen van grauwe kieken binnendruppelen en hebben we ook nog eens twee kleine slaapplaatsen gevonden, maar we zijn vooral verrukt over het zien van de eerste steppe kiekendieven. We hadden de eerste week al twee twijfelgevallen, maar de afgelopen week was het raak. Vooral de licht gekleurde en vogeljagende mannetjes zijn spectaculair om naar te kijken. Ook de waarneming tijdens een transect-telling van een volwassen wijfje in een gebied met ca. 8 meter hoge struiken mocht er zijn. Terwijl net een klapekster op het formulier werd genoteerd (opvallend algemeen trouwens) scheerde deze vogel behendig door het shrub-land. Duidelijk op vogeljacht (rijkelijk aanwezig) en mooi was het verschil met de veel flegmatiekere grauwe kiek te zien. Ook een jagende mannetje op één van onze campeerplaatsen mocht er zijn. Tegen de wind in van struik naar struik hoppen om daar een zangvogel te kunnen verschalken. Chris en haar equipe zullen tot en met halverwege komende week de omgeving van Zinder en Tanout onder handen nemen. Hier zullen de nodige roadtransects, preytransects en potentiele slaapplekken worden bezocht. We kijken er naar uit Chris en haar team volgende week weer in goede gezondheid in Niamey aan te treffen. Net kwam het berichtje binnen dat haar team 3 grauwe kieken heeft gezien vlakbij de plek waar Marion heeft gebivakeerd. Haar aanwezigheid daar lijkt dus niet op toeval te berusten.

De lijst van opvallende waarnemingen is lang. In een land als Niger zijn bijzonder weinig serieuze pogingen gedaan om in droge gebieden systematisch vogels te tellen. In de slipstream van onze doelstellingen voegen we " hoe bescheiden dit ook is " een hele reeks aan de Nigerese vogeldatabase toe. Zo is de waarneming van 260 witoogeenden in een wetland een nieuw record voor dit land, is het waarnemen van kuifeend en smient geen alledaagse gebeurtenis in de Sahel-zone, komt de common fiscal (een klauwier met het uiterlijk van een stevige bonte vliegenvanger) volgens het boek van Nik Borrow en Roy Demey hier nauwelijks voor en is het waarnemen van een ogenschijnlijk gangbare soort als de grauwe klauwier in dit deel van Afrika minder gangbaar dan het lijkt. De lijst van Afrikaanse soorten is lang; soms worden wij er als provinciale kiekendief-beschermers tureluurs van.

Vrouwen op zoek naar water. Foto Hans Hut.
Vrouwen op zoek naar water. Foto Hans Hut.
De samenwerking verloopt goed. Foto Hans Hut.
De samenwerking verloopt goed. Foto Hans Hut.

De samenwerking verloopt boven verwachting goed. Niet alleen onze twee Nigerese counterparts Abdoulay en Housseini blijken over veel scherpte, inzicht en een ijzeren wil te beschikken er iets moois van te maken. Ook de vaak spontane reactie's van de bewoners die we tijdens ons veldwerk tegen komen (na een vermoeiend prey-transect een lift te krijgen aangeboden te krijgen op een drommedaris is exemplarisch), de mensen van allerlei organisatie's onderweg en de vele indrukken zijn stuk voor stuk dierbaar te noemen. Hoewel veel mensen hier beslist arm zijn, bedelende kinderen, mensen met allerlei aandoeningen je zeker niet onberoerd laten, is de hartelijkheid, de levendigheid van het straatleven en de belangstelling iets wat deze reis tot veel meer dan een onderzoeksreis maken.

Dat water een elementaire rol speelt van de mensen hier in Niger zal niemand verbazen. Het is daarom des te leuker een aantal Wetlands op onze routes tegen te komen. De grens tussen water en woestijn is rigide. Aan de waterzijde kun je purperkoet, heilige ibis en gele kwik tegenkomen, luttele meters verder jaagt een steppe kiek op golden sparrows in dor shrubland.
De oevers worden ten volle benut om landbouwproducten te telen en op het water zie je vissers nijlbaars, meervallen en andere vissoorten binnenhalen. We hebben helaas ook gezien dat dodaars, roerdomp en purperreiger bijna achteloos als bijvangst worden gedood. Internationale organisaties als Birdlife international hebben nog een lange weg te gaan maar naar ons idee staan de mensen hier beslist open voor een goede en op de mensen gerichte voorlichting.

Tenslotte hebben we waarschijnlijk boeiend nieuws over Marion. We gaan er hier de komende dagen achteraan maar bij deze beloven we jullie dat we in het volgende bericht met een bericht zullen komen dat dermate spectaculair is dat wij het eerst zelf grondig willen checken. Vanmorgen is een radio-man van de BBC in Niger langs geweest om onze reis onder de aandacht te brengen en in de laatste week komt er een artikel in de krant te staan. Halverwege onze aanwezigheid hier zijn we dik tevreden over het werk dat we tot nu toe hebben kunnen uitvoeren.


13-1-2006

Expeditie Niger/Burkina Faso: De eerste week.

Terwijl de mussen dood van het dak vallen vanwege de middaghitte eindelijk wat tijd gevonden voor een berichtje. We zijn een week terug aangekomen en de vele indrukken blijven ons verbazen. Hoewel we allemaal in meer of mindere mate last hebben gehad van de lokale microben (met als gevolg last van de darmen, lusteloosheid etc.) beginnen we steeds meer te wennen aan de hitte, stof en pittige veldomstandigheden. Morgenochtend vertrekken we met twee auto's naar de plaats Dosso waar we onze tweede counterpart, Housseini, zullen oppikken om vervolgens een week op pad te gaan. We zullen een enorm gebied ten oosten van Niamey onder handen nemen en zijn dan verstoken van internet etc. We zullen o.a. het gebied bezoeken waar satellietvogel Marion een tijd haar domicille heeft gehad.

Melanistisch mannetje Grauwe kiekendief bij slaapplaats. Foto Hans Hut.
Melanistisch mannetje Grauwe kiekendief bij slaapplaats.
Foto Hans Hut.

We zijn tevreden over ons eerste week. We hebben de nodige kieken gezien maar zijn vooral tevreden dat de in Nederland bedachte methoden om met mooie gegevens thuis te komen prima blijken te werken. Intussen krijgen we ook steeds meer idee waar het allemaal om draait. Voorlopig hoogtepunt van de eerste week blijft toch wel de vondst van een slaapplaats op een relatief schaars begroeid plateau. Na eerst te hebben vastgesteld waar de vogels hier overnachten hebben we gisteravond de stoute schoenen aangetrokken en de eerste braakballen gevonden! We vonden er maar liefst 29 en zijn opgelucht dat het eerste deel van de buit binnen is. Op het eerste gezicht zitten deze braakballen vol met joekels van sprinkhanen, maar in één zaten ook veerresten. Het aantal kieken dat gisteravond van deze slaapplaats gebruik maakte bedroeg minimaal vier. We denken echter dat het er meer moeten zijn en daarom gaan we hier over twee weken nog eens beter kijken.
Tijdens onze tochten zien we natuurlijk de nodige soorten die voor ons zeker niet alledaags zijn. Afrikaanse specialiteiten als de Dark Chanting Goshawk, Little Sparrowhawk, Kittlitz's Plover, Namaqua Dove, Senegal Cougal, Little Green Bee-eater, Red Billed Hornbill en de Black Magpie wisselen Europese soorten als Steppenarend, Poelruiter, Groenpootruiter, Tapuit en Hop af. Hoewel we wars zijn van lijstjes zullen we in februari wel een compleet overzicht laten zien.

Erg bijzonder was ons bezoek aan een instituut voor landbouwkundig onderzoek. Hier werden we door enthousiaste onderzoekers meegenomen in de wondere wereld van het sprinkhanen-onderzoek. Omdat de belangstelling wederzijds was, was het een motiverend bezoek waar we erg veel aan hebben gehad. Vanavond komt Wim Mullié naar Niger. Deze Nederlandse onderzoeker heeft zijn sporen verdiend in het sprinkhanenwerk en met hem hopen we vanavond een leerzame avond te hebben.

Plaatselijke veehouder met Zebu runderen. Foto Hans Hut.
Plaatselijke veehouder met Zebu runderen.
Foto Hans Hut.
Op bezoek bij counterpart Abdoulaye en zijn gezin. Foto Hans Hut.
Op bezoek bij counterpart Abdoulaye en zijn gezin.
Foto Hans Hut.

Dat PR rond de kieken óók in Niger broodnodig is bleek wel uit de briljante actie van onze counterpart Abdoulaye Harouna en Hans. In het kleine dorpje vlakbij de slaapplaats is uitgelegd dat onze kieken geweldig behulpzaam zijn bij het opruimen van sprinkhanen. Het hardnekkig idee dat grauwe kieken verantwoordelijk zouden zijn voor het weggrissen van kippen rond de nederzettingen kon aan de hand van onze braakballen en Hans zijn foto's op een bijzonder vrolijke wijze worden ontkracht. Het zou geweldig zijn als de boeren in Niger net zo trots zouden zijn op hun kieken als die in Oost-Groningen en Zuid Flevoland. Onze counterpart Abdoulaye is trouwens een schitterende vent. Abdoulaye kent zijn soorten, is op veel plekken geweest, is een doorzetter en een uitermate sociale kerel. Allemaal eigenschappen die nodig zijn om de bescherming van de grauwe kiekendief in Niger op een hoger plan te brengen!

Intussen gaan we verder met het voorbereiden van onze reis richting het oosten van Niger en kunnen jullie over ruim een week weer een berichtje uit Niamey verwachten.


10-1-2006

Expeditie Niger/Burkina Faso: de eerste indrukken.

Vanaf Düsseldorf hebben we via Parijs een voorspoedige reis gehad naar Niamey. In letterlijke hogere sferen hebben we de grote mate van landschappelijke diversiteit van de Sahara onder ons voorbij zien glijden. Vanaf het strak georganiseerde Duitse vliegveld naar de ongedwongenheid van het vliegveld van de Nigerese hoofdstad. Wat in een Franse Airbus een reis van ongeveer 4 uur was heeft ons satellietwijfje geheel op eigen kracht moeten doen. Het besef dat miljoenen vogels dit jaar-in-jaar-uit doen ging door onze gedachten. Aangekomen in Niamey hebben we ons direct bezig gehouden met een keur aan plichtplegingen. Het huren van twee terreinauto's, het inwisselen van ons geld, bezoekjes aan twee ministeries, en het contact met de onvolprezen persoonlijkheid Maurice Ascani (SOS Faune du Niger) waren zowel motiverend, leerzaam als buitengewoon nuttig om van onze expditie een zinvolle excercitie te maken. Aangezien alles op zijn Afrikaans gaat hebben we de nodige uren moeten besteden om dit alles rond te krijgen.

Na op 7 januari al de rijstvelden vlakbij Niamey goed te hebben bekeken was 8 januari de eerste dag dat we serieus achter de kieken aangingen. De rijstvelden waren trouwens erg leuk vanwege de paar duizend kemphanen, vele tientallen bosruiters, steltkluten, water- en poelsnippen, een keur aan reigerachtigen en als klap op de vuurpijl een schitterende zingende havik. We zagen ook twee kiekendieven; gezien het habitat (rijstvelden aan de oevers van de rivier de Niger) twee bruine kieken. Een feest der herkenning, dat wel! De gele kwikstaart was overigens met stip de talrijkste vogelsoort, we waanden ons soms in onze eigen Dollardpolders!

Grauwe Kiekendief wijfje vliegt over de weg Niamey - Balleyara. Foto Hans Hut.
Grauwe Kiekendief wijfje vliegt over de weg Niamey - Balleyara.
Foto Hans Hut.

Zondagmorgen-vroeg op pad; de anders volstrekt chaotische stad Niamey in rust, en direct door naar richting het oosten. Eindbestemming was de stad Balleyara. Hooguit 20 kilometer vanaf Niamey gestopt in het eerste de beste open landschap dat we tegenkwamen; hier aan de hand van Joost zijn kennis van de locale soorten het nodige bijgeleerd en na een kwartiertje lopen zagen we ons eerste grauwe kiek! Een wijfje dat we echter maar 15 seconden konden volgen. Nadat onze eerste euforie was getemperd weer in de auto die door onze geweldige chauffeur Younoessa wordt bestuurd. Na ca. 10 km vloog er weer een grauwe kiek langs; iedereen weer uit de auto, Hans met zijn telelens in de aanslag en snel waren we eruit dat het hier ging om een 2KJ mannetje. Wat zijn ze mooi in de winter! Het landschap liet zich het beste karakteriseren door een extensief gebruikt landbouwgebied (met afwisselend gierstveldjes en braakgelegde stukken), her en der wat laag struikgewas en daartussen de nodige fraaie soorten vogels. Opvallend waren de aantallen sprinkhanen. We telden zo'n 5-6 verschillende soorten (van relatief klein tot joekels). Terwijl we daar liepen zagen we in totaal 6 grauwe kiekendieven (alle kleden, leeftijden). Klapper op de vuurpijl was een melanistisch mannetje; wat een beauty. Bovendien gloedje-nieuw voor ons allemaal! Je moet ze dus duidelijk gezien hebben om te weten hoe mooi ze zijn!

Gesprekje met boer over vogels op zijn land. Foto Hans Hut.
Gesprekje met boer over
vogels op zijn land.
Foto Hans Hut.
Schaap achter op brommer; praktisch volkje die Nigerijnen. Foto Hans Hut.
Schaap achter op brommer;
praktisch volkje die Nigerijnen.
Foto Hans Hut.

Eénmaal zagen we een adult mannetje naar beneden dwarrelen boven een struikje. In Groningen zouden we dit als stoot + sprinkhaan hebben genoteerd! Na in Hamdilaye in een hutje een kopje thee te hebben genomen verder oostwaards gereden. Vrij snel zagen we geklooi in de lucht. Op een heuvel zagen we drie kleine torenvalken bakkeleien met een adult wijfje grauwe kiek! Een eveneens bakkeleiende slangenarend completeerde het beeld. Van de ene in de andere verbazing heet dat! Terwijl Joost en Hans een gaaf stuk tigerbush inspecteerden gingen Chris en Ben op zoek naar eventuele prooien Die vonden we prompt; 3 keer de resten van dezelfde forse sprinkhaan als die we eerder die ochtend zagen wegsprinten! Het mooiste moest echter nog komen; een in de lucht aan de sprinkhaan knabbelende swallow tailed kite. Wat een beauty! Even later zagen we er weer twee! Broeders uit de Zuidelijke Sahara die o.a. in dit deel van Afrika overwinteren. Mensen pak jullie vogelboek en bekijk de plaatjes bij deze soort.
Hoewel er nog genoeg over de vogels is te vertellen sluiten we dit bericht af met onze indrukken van de mensen. Nigerijnen zijn schitterende mensen. Veel mensen leven onder de armoede-grens en de sprinkhanenplaag van vorig jaar hebben velen nog verder in de problemen gedrukt. Qua hartelijkheid, toegankelijkheid en sfeer hebben we zelf het gevoel in een warm bad terecht te zijn gekomen. Onze excursie over de markt van Balleyara was er één om nooit te vergeten. Een levendigheid die zijn weerga niet kent, beslist óók leerzaam en positief. Niger is beslist een land waar we met zijn allen wat langer bij stil zouden moeten staan.



Naar boven

Ga voor nieuwsarchief recent, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003

Verlaat het nieuwsarchief