NIEUWSARCHIEF 2007
Ga voor nieuwsarchief recent, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003


7-4-2007

Reisverslag: De Grauwe kiekendieven van Kameroen en ontmoeting in Ascot

Kameroen, 16 t/m 23 maart 2007
Op 16 maart vertrok ik voor een week naar Kameroen, waar ik Ralph Buij ging bezoeken die voor de Universiteit Leiden een veldstation in de plaats Maroua runt. Ralph heeft in het Noorden van Kameroen al twee winters lang kiekendieven geteld en geobserveerd. Toen hij via de website van onze activiteiten in Niger hoorde dacht hij: 'Ze zouden hier eens moeten komen kijken'. Vergeleken bij Niger waren de aantallen kiekendieven veel hoger. Ralph zit bijna het hele jaar door in Kameroen, en om met hem te praten en zelf een indruk te verkrijgen van de kansen voor kiekendievenonderzoek in Kameroen ging ik hem opzoeken.

Grauwe kiekendief in Nationaal park van Waza.
Grauwe kiekedief in Nationaal Park Waza.
Ralph Buij met braakballen.
Ralph Buij met braakballen.
Op 17 maart kom ik na twee dagen reizen eindelijk in Kameroen aan! In het nationaal park van Waza ontmoet ik Ralph Buij. Mijn mond blijft open staan bij de soorten die we hier tegenkomen: De bomen zitten vol met Savanne- en Steppearenden (en een Keizerarend!), en bij de waterput zit een grote groep kroonkraanvogels. Struisvogels, gieren, antilopes, giraffes, apen, reigers en pelikanen maken het beeld compleet. Om drie uur 's middags komen we negen Grauwe kiekendieven tegen waarvan één mannetje dat twee meter hoog in een boom zit! Tegen de avond zien we een Steppekiekendief op enkele meters voor de auto bij een waterput drinken, en in de schemering landt een mannetje Grauwe vlak naast de piste. Op de terugweg door het halfdonker komen we een leeuwin en wilde katten tegen. Een gebied zo rijk dat je denkt in Oostafrika te zijn.

Het relatief open landschap hier wordt in stand gehouden door gecontroleerd afbranden van delen van het park. De volgende dag controleren we de plek waar we het mannetje gisteren zagen landen en vinden daadwerkelijk een voornamelijk uit muizenhaar bestaande braakbal. Geen wonder - een transect door de dorre, schaarse vegetatie leert dat er bijna geen enkele sprinkhaan in te ontdekken valt, maar dat muizen de grote scheuren in de aarde als runways gebruiken. Op weg van Waza naar de stad Maroua schijnt braakland met struiken op het eerste gezicht de grootste trekpleister te zijn voor de Grauwe en Steppekiekendieven die hier verblijven of doortrekken. In Maroua ben ik te gast in de villa van Ralph en zijn vriendin Barbara, die ook bij het veldstation in Maroua werkt en onderzoek aan leeuwen doet.
Het landschap bij Maroua onderscheidt zich van Niger door meer met bomen bestanden heuvels en bergen, en leem- in plaats van zandbodem. In plaats van sappige groene struiken van de Nigerijnse bush vind je hier voornamelijk kleine doornstruikjes met smalle blaadjes. De dorpen zien er rijk uit: ze bestaan uit nette lemen of stenen hutten met strodaken. Sommige hutjes zijn zelfs in rood, zwart en wit beschilderd. Mensen gebruiken hier fietsen in plaats van ezels, en brommers in plaats van kamelen. Niger is in dat opzicht nog veel landelijker. Ook wordt hier in plaats van voornamelijk gierst veel sorghum en katoen verbouwd. Katoen is een omstreden cash-crop vanwege de vele pesticides waarmee het behandeld wordt.

Mannetje Grauwe kiekendief. Foto © Ralph Buij.
Mannetje Grauwe kiekendief.
Foto © Ralph Buij.
Rustende Steppekiekendief.
Rustende Steppekiekendief.

Het lukt Ralph om een foto te nemen van een Grauwe kiekendief die net een prooi pakt. Hij loopt later naar de plek toe en vindt vleugel en poot van de ons uit Niger bekende vogelsprinkhaan Ornithacris cavroisi. De aantrekkelijkheid van het braakland lijkt verder vooral gebaseerd te zijn op de in grote aantallen aanwezige hagedissen. Ook wemelt het van de zangvogels.
's Avonds komen we bij de plek die op 10 minuten van Ralph zijn huis is terug en zien de kiekendieven in de schemering de heuvels in trekken. Geen kans om nu in dit ontoegankelijke gebied een slaapplaats te zoeken.

Op 20 maart vertrekken Ralph, Barbara en ik naar de rijstvelden van Maga. Op weg daar naartoe tellen we een transect en zien een jonge Steppekiekendief in een boom landen. Toen we de rijstvelden rond het middaguur bereikten is het al 43 graden warm. De velden staan nog droog, en lijken op een eindeloze dorre grasvlakte, wederom met grote scheuren in de grond. Ook hier nemen we grote aantallen roofvogels waar en ook hier zijn geen sprinkhanen te bekennen, en worden de muizen door de scheuren aan ons oog onttrokken. Op drie na tellen we alleen maar Steppekiekendieven. Ralph vertelt dat nog geen drie weken geleden, toen hij de Franse kiekendief-expert Jean-Marc Thiollay op bezoek had, meer dan 40 Grauwe kieken in de rijstvelden zaten. Zijn deze al onderweg richting de broedgebieden?
Droge rijstvelden met scheuren in de grond, Maga.
Droge rijstvelden met scheuren in de grond, Maga.
's Avonds gaan rond om ons heen de Bruine en Steppekiekendieven op de grond slapen. In het bijna-donker kunnen we nog net een jagende Velduil ontwaren. De volgende ochtend zoeken we naar braakballen maar de slaapplaatsen zijn zo uitgespreid dat we geen precieze plek kunnen vinden. We vertrekken naar de vloedvlaktes van de Logone-rivier langs de grens met Tsjaad. Om drie uur 's middags passeren we weer de vloedvlakte met nomandententen en kuddes magere koeien met lange horens. Er cirkelen zes Grauwe kiekendieven! Niet verbazingwekkend als we bedenken dat een aantal van de zendervogels dit jaar ook de nabijheid van rivieren of vloedvlaktes opgezocht hebben. Ook hier zijn in het dorre gras geen sprinkhanen te bekennen, maar wonen in de gescheurde bodem mogelijk de nodige muizen.

Op de terugweg naar Maroua vinden we nog een braakbal onder de boom van de Steppekiekendief van gisteren, tot groot vermaak van vrouwen en kinderen uit het nabijgelegen dorp. Dit is ook de eerste keer dat we dorpelingen naar vogels zien kijken: de miljoenen tellende wolken van overvliegende Quelea's worden met duistere blik opgemerkt. Deze kleine zangvogels vormen plagen die in korte tijd hele akkers kaalvreten. De Steppekiekendief had dan ook in zijn braakbal een Quelea-poot uitgebraakt, een risicovol voedsel als deze vogeltjes net als treksprinkhanen met schadelijke chemicaliën bestreden worden.
De volgende dag praat ik met Ralph op zijn kantoor in het veldstation in Maroua dat in samenwerking tussen de Universiteit Leiden en de Universiteit Dschang, Kameroen, gerund wordt. Ralph en ik zetten een kort voorstel in elkaar om in de toekomst tot een samenwerking te komen bij het kiekendief-onderzoek. 's Avonds rijden we nog een laatste weg-transect richting Moloko, waarbij we geen enkele kiekendief en erg weinig andere vogels zien. Met op de achtergrond de grootse Mandara-bergen keren we om. Had ik dit niet gezien, had ik gedacht dat heel Kameroen één groot kiekendieven-paradijs was!
Op 23 maart vertrek ik weer richting N'Djamena. Vlak voor we Waza passeren tel ik de laatste Grauwe kiekendieven van deze reis. In N'Djamena wacht ik in de geventileerde luchthaven-bar bij een buitentemperatuur van 47 graden op mijn vliegtuig. In Parijs pak ik mijn fleece uit en in Frankfurt haal ik de regenjas diep uit mijn tas weer tevoorschijn. Hier heeft het gisteren nog bij 0 graden gesneeuwd!

Ascot, 28 t/m 31 maart 2007
Imperial College of London, Manor House
Imperial College of London, Manor House
Op 26 maart stap ik na een kort bezoek bij mijn familie in Duitsland op de trein naar Amsterdam en daar op de nachtbus naar Londen. Ik reis verder naar Ascot waar in het oud-Engelse Manor House in Silwood Park de afdeling biologie van het Imperial College van Londen is gevestigd. Nils Bunnefeld, Luca Börger, Jeroen Minderman en ik hebben een symposium over populatiebiologie georganiseerd. Meer dan dertig gasten uit Europa, de VS en Canada reisden hiervoor naar Ascot.
Naast praatjes en workshops over populatiemodellen en ruimtelijke ecologie waren er ook een aantal gasten die over akkervogels praatten, bijv. Mark Hulme, een promovendus die onder begeleiding van Will Cresswell in Nigeria akkervogels heeft bestudeerd.
In het kader van dit symposium hebben Jeroen en ik een workshop over agrarisch natuurbeheer georganiseerd. Tijdens de workshop ontmoetten we o.a. Thomas Cornulier, die in 2005 bij Vincent Bretagnolle in Frankrijk op verspreiding van Grauwe kiekendieven promoveerde. Hoewel de uitgenodigde tutoren voor de workshop agrarisch natuurbeheer (Mark Whittingham, Ben Koks, Rob Freckleton en Simon Leather) om uiteenlopende redenen niet aanwezig konden zijn hebben we toch een vruchtbare bijeenkomst gehad. Thomas heeft tijdens de anderhalve dag workshop een eerste opzet voor een model geprogrammeerd. Doel was om te beschrijven hoe de reproductie van akkervogels afhangt van de ruimtelijke verspreiding van maatregelen in het kader van agrarisch natuurbeheer (bijv. faunaranden). De workshop deelnemers waren enthousiast over het idee om dit model verder uit te bouwen tot de resultaten publiceerbaar zijn.
Bovendien kwam Thomas met het idee om ook bij de analyse van radiotelemetrie gegevens van Grauwe kiekendieven te gaan samenwerken. Hij heeft zelf radiotelemetrisch werk in Frankrijk uitgevoerd. Weer een perspectiefrijk contact erbij: het aansturen op een samenwerking is een mooie uitkomst van deze gezellige bijeenkomst van en voor jonge onderzoekers.
Met spanning volg ik op dit moment de terugreis van de zendervogels en kijk uit naar het veldseizoen, maar ook naar een spannende winter en nieuwe, interessante mogelijkheden van data uitwerken, om onze kieken nog beter te begrijpen.

Chris Trierweiler


6-3-2007

De toestand van Natuur en Landschap 2006 in de provincie Groningen

Op 24 januari jl. ontving Cees van Scharenburg uit handen van Henk Bleker het mooi uitgegeven rapport met daarin de resultaten van twintig jaar Biologisch Meetnet. Een formidabele prestatie waar de provincie Groningen trots op mag zijn. Het Biologisch Meetnet geeft een scherp beeld van de toestand van natuur en landschap in de provincie Groningen. Cees die vanaf het begin betrokken is geweest met het invullen van het veldwerk kan terug kijken op twintig jaar divers onderzoek waarin landschap en natuur in Groningen hoogte- en dieptepunten beleefde of om met Cees te spreken; de ups en downs.
De bijeenkomst met als hoopgevende titel 'De bezem door het natuurbeleid' vond plaats in de Statenzaal. Het publiek bestond voornamelijk uit natuurbeschermers, belanghebbenden en gewoon liefhebbers van ons Groninger landschap en natuur. Muziek was er ook van Alex Vissering, bekend onder andere van het Groningse leidje over de Roggevalk. Een sprankelende Hanneke Kappen zorgde als dagvoorzitter voor een paar relativerende opmerkingen en leidde de middag prima. Er waren twee sprekers uitgenodigd, prof. Borger, cultuur historisch geograaf van de Vrije Universiteit in Amsterdam en prof. Van der Zande, Directeur Generaal Natuur van het LNV. Beiden gaven in een boeiend betoog hun visie op het beleid van de provincie.

Voordat zij aan het woord kwamen werd het eerste exemplaar uit handen van Bleker uitgereikt aan Attie Bos van Groen Links. Attie Bos die onlangs ook het rondetafelgesprek over weidevogels met de Statenfractie, belanghebbenden en deskundigen organiseerde, vertelde dat zij een stukje Groningen wist te redden door Bleker op te bellen toen in haar woonomgeving een oeroude slapersdijk werd afgegraven. Bleker reageerde kordaat en de werkzaamheden werden gestaakt. Zo'n hotline met Henk, daar zou niet alleen Groen Links van mogen profiteren, denk ik nu hardop.

Onze gedeputeerde kreeg het ervan langs in het betoog dat prof. Borger hield. Hij nam het Henk Bleker kwalijk dat de provincie veel te slordig omspringt met haar culturele erfgoed en natuur. Dat kunnen wij als werkgroep natuurlijk volledig beamen nu we aan de vooravond staan van een roze invasie in het Oldambt. Bleker trok ten strijde en verweerde zich door te stellen dat hij weliswaar van de preek had genoten maar dat hij geen verlossing had gevonden. Een typische Bleker reactie. Inhoudelijk staat Bleker natuurlijk al lang met 10-0 achter als het gaat om cultuur en natuur in onze provincie. Het politieke spel dat hij tot in de kleinste finesses beheerst maakt echter dat nederlagen van hem afglijden alsof hij van teflon is. Benieuwd wat de komende verkiezingen voor Bleker in petto hebben.

Prof. Van der Zande gaf in zijn betoog aan dat de provincie onder aanvoering van Bleker niet de enige kwade genius achter de teloorgang van landschap en natuur is. In dit verband wees Bleker ook op de problemen van onze vogels die in Afrika overwinteren en daar in toenemende mate door tal van oorzaken in de knel komen. Hier bij ons in Groningen blijft de vraag centraal staan bij wie nu de eigenlijk de verantwoordelijkheid ligt voor ons landschap en natuur. Je zou zeggen bij de provincie maar de zaken liggen niet zo eenvoudig.
Waterschappen, gemeenten, grondbezitters en ook particulieren, kortom iedereen die in Groningen woont en of werkt, drukt zijn stempel.

Cees die zelf een toelichting gaf op zijn onderzoeksresultaten kon aan de hand van zijn gegevens prachtig laten zien hoe bijna de Grutto en wat meer recentelijk de Veldleeuwerik uit ons weidelandschap verdwenen is. Hij voorspelde tevens dat hierna de Kievit en de Scholekster aan de beurt zijn. De meeste graslanden zijn in onafzienbare lappen Engels raaigras veranderd of hebben een zogenaamde natuurbestemming gekregen in de vorm van Pitrus. Deze goedbedoelde natuurontwikkeling zal de vrije val van onze weidevogels niet tot staan brengen, integendeel. Terug naar de weelde van de jaren zeventig is het devies, maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren. De weidevogel is een probleemgeval geworden, zoveel is nu wel duidelijk.

Cees heeft natuurlijk door de jaren heen fantastisch werk verricht. Wij kennen met onze werkgroep inmiddels ook het belang van de lange adem: een essentieel onderdeel voor de toetsing van natuurbeleid. Hoe die lange adem er precies uitziet wordt ook vermeld in het rapport: vele honderden thermoskannen koffie, duizenden boterhammen, 60 natte pakken en zo'n slordige 60.000 fietskilometers.

Cees maakte in zijn rapport gebruik van gidssoorten. Voor de provincie Groningen is dat onder andere Veldleeuwerik, Patrijs, Rietzanger, Geelgors en de Grauwe Kiekendief. Deze gidssoorten schetsen een ecologisch beeld van het landschap waarin zij voorkomen. Zo blijkt uit het rapport dat de zware kleigronden waarop de Grauwe Kiekendief broedt ook een bolwerk is van de Gele Kwikstaart. Gaat het goed met een gidssoort dan weet je wat de ecologische toestand is van een landschapstype. Verdwijnen gidssoorten dan is het gehele ecologische potentieel van een gebied achteruit gegaan. Het rapport bevat een schat aan gegevens waar de provincie haar beleid voor de komende twintig jaar op kan afstemmen, geen lichte maar wel een schone taak.

Henk Bleker en Cees van Scharenburg
Henk Bleker en Cees van Scharenburg
- foto © Hans Hut
Henk Bleker en Cees van Scharenburg
Henk Bleker en Cees van Scharenburg
- foto © Hans Hut

Als bedankje voor de informatieve middag en voor de totstandkoming en presentatie van het rapport, kreeg Bleker een vogelgids aangeboden. Je zag hem even schrikken. Pas toen Cees hem vertelde dat het ging om een culinair vogelboek, glunderde hij weer van oor tot oor.

Bauke Koole


27-2-2007

Motiverend congres in het Oosten van Polen

of: over versnellingspoken en achterlichten

A2 (Polen), 25 februari 2007
A2 (Polen), 25 februari 2007
A2 (Polen), 25 februari 2007

Warschau, de hoofdstad van Polen, daar komen we niet elke dag. Deze stad heeft vooral op de heenweg naar Siedlce (1200 km vanaf Groningen) een grote indruk bij ons achtergelaten door het totaal ontbreken van enige vorm van wegbewijzering en een overdaad aan beton. Het was ons duidelijk te veel. Het ontbreken van een tomtom in onze auto heeft geleid tot een vier uur durende volkomen heilloze rit door de hoofdstad van deze voormalige heilstaat.

We waren door Dominik Krupinski van het Poolse kiekendief project Bocian uitgenodigd aanwezig te zijn op een leerzaam en motiverend congres. Hoewel de reis van 17 uren ons niet in de koude kleren is gaan zitten (het was tijdens onze reis -12 graden) werden we hartelijk ontvangen door een mix van beschermers en onderzoekers uit Polen, Slowakije en Witrusland. De volgende dag hebben we zeer boeiende verhalen aangehoord, met veel leuke mensen contact gehad en hebben we zelfs ons verhaal (in een anderhalf uur durende lezing van Ben) mogen vertellen voor een enthousiast publiek. Hoewel de vertaalster soms moeite had de onnavolgbare lijn vast te houden kwam de boodschap goed over.

Dominik Krupinski
Dominik Krupinski
Dmitri Vintchevski
Dmitri Vintchevski

Onze posters gingen als zoete broodjes over de toonbank. Wij waren zelf zeer onder de indruk van het PR-materiaal uit zowel Slowakije als Polen. Dmitri Vintchevski van BirdLife Belarus verraste ons met een inhoudelijk ijzersterk verhaal. Verder was het geweldig om kennis te kunnen maken met Jan Lontkowski. Wie de verhalen in powerpoint nog eens wil terugkijken kan op de site www.bocian.org.pl alle presentaties terugzien.

Jan Lontkowski
Jan Lontkowski
Veel belangstelling voor de vangmethode
Veel belangstelling voor de vangmethode

Een van de hoogtepunten van de dag was ongetwijfeld de demonstratie die Erik gaf over hoe je met onze methode adulte kiekendieven kunt vangen. 's Avonds hebben we nog gekeken naar een ontzettend goede film over keizerarenden in Slowakije. Wijn, vodka en bier werden door elkaar heen genuttigd. De reis terug was iets minder fortuinlijk dan de heenreis (toen hadden we alleen maar problemen met een uit elkaar gevallen versnellingspook). Een over de snelweg razende jonge Pool vond het nodig zich via de achterkant van Chris haar auto in een greppel te storten. Wij zijn vooral blij dat niemand gewond is geraakt en het voor ons bleef bij een gekneusde achterlicht. Na een uur oponthoud konden we onze reis naar Groningen weer voortzetten, de beide Poolse politiemensen deden hun werk voortreffelijk.

Een jonge Pool belandde, via ons achterlicht in een greppel. Gelukkig raakte niemand gewond.
Een jonge Pool belandde, via ons achterlicht in een greppel. Gelukkig raakte niemand gewond.
Een jonge Pool belandde, via ons achterlicht in een greppel. Gelukkig raakte niemand gewond.

Wij hebben deze reis als zeer motiverend ervaren en zijn zeker van plan om in juni de Poolse kiekendieven in levenden lijve te gaan aanschouwen.

Voor diegenen die hun Pools bij willen spijkeren is een verslag (met foto's en de lezingen) van de workshop te lezen op de site van onze Poolse collega's:
Verslag met foto's
o.a. pdf bestanden van de lezingen


14-2-2007

Niger januari 2007: met kennis meer mans

Thuiskomst in guur Nederland en voortzetting werk in Niger
Thuiskomen bij huis en haard was na vier weken spartaans veldwerk een bijzonder fijne happening. Hoewel ons veldwerk in eerste instantie door veel wind en navenant veel stof werd gehinderd bleken de in Nederland uitgeknobbelde methoden weer goud waard te zijn. Met dank aan al die mensen in zowel Niger, Nederland als elders hebben we het gevoel dat we onze weg in de Sahel steeds beter kunnen vinden.

De komende weken zullen de verzamelde gegevens worden verwerkt zodat de analyse van het materiaal kan beginnen. Met Abdoulaye en Kailou is afgesproken dat er tot half april nog vier keer weg- en prooi-transecten zullen worden gelopen en dat de kansrijke slaapplaats tussen Niamey en Dosso bezocht gaat worden in de hoop het aantal braakballen te doen toenemen.
Op de dag dat wij onze tassen inpakten en onze reis naar het gure Nederland weer begonnen, hebben we nog contact gehad met drie medewerkers van Franz Bairlein van de Vogelwarte Helgoland. Dit Duitse team gaat zes weken in Niger, Mali en Senegal onderzoek doen naar de Tapuit en wij hebben onze gegevens met ze uitgewisseld. Gedurende hun drie weken durende verblijf in Niger zal onze vriend Abdoulaye ze begeleiden zodat we ook verzekerd zijn van flink wat aanvullende gegevens over de drie soorten kiekendieven. Een opsteker bij vertrek!
Op de laatste dag hebben we tevens een afspraak gemaakt met de mensen van AGHRYMET, is een contract voor de analyse van de gevonden braakballen getekend en kan Sama zijn tanden zetten in een mooi setje verse braakballen. Dankzij zijn deskundigheid op het gebied van sprinkhanen en insecten in het Nigerese deel van de Sahel weten we sinds de eerste missie dat het menu van de Grauwe kiekendief in de wintermaanden uit een aantal soorten sprinkhanen bestaat die niet tot de groep van de treksprinkhanen behoort.

Chris en Sama bekijken een deel van de referentie-collectie in Niamey.
Chris en Sama bekijken een deel van
de referentie-collectie in Niamey.
Het complete Niger-team 2007 voor het huis van Abdoulaye in Niamey.
Het complete Niger-team 2007 voor
het huis van Abdoulaye in Niamey.

Niet alleen kiekendieven hadden onze aandacht
Zoals jullie uit de eerdere berichten hebben kunnen opmaken hebben we aardig ons best gedaan gegevens over de ons waargenomen vogelsoorten te verzamelen. Joost zijn Niger-database (zie: www.africanbirdclub.org) zal met duizenden waarnemingen kunnen worden aangevuld. Zo hebben we geprobeerd om binnen het kader van de Internationale Midwintertelling van zo'n tien wetlands op onze routes tellingen uit te voeren.
Op het kaartje is te zien waar onze GPS-en way-points hebben gemaakt.

Duizenden kilometers wegtransecten en ruim 350 prooi-transecten zijn geteld.
Duizenden kilometers wegtransecten en
ruim 350 prooi-transecten zijn geteld.

Belangrijke gegevens over de Steppekiekendief mee in de rugzak naar Nederland
1 KJ wijfje Steppekiekendief (Oursi, november 2006). Foto: Barend van Gemerden.
1 KJ wijfje Steppekiekendief
(Oursi, november 2006).
Foto: Barend van Gemerden.
De Steppekiekendief behoort tot één van de meest bedreigde roofvogelsoorten in de wereld. De schaarse gegevens uit de broedgebieden laten een alarmerend beeld zien en het is zeker dat deze waanzinnig mooie soort de laatste jaren flinke veren heeft moeten laten. Een Frans-Spaans team onder leiding van Beatriz Arroyo is in 2006 begonnen met serieus veldwerk in het belangrijkste land voor deze soort. In Kazachstan hoopt dit gemotiveerde team voldoende gegevens bij elkaar te sprokkelen om zinnige informatie over de broedbiologie en het terrein-gebruik te verzamelen. Waarschijnlijk gaan Beatriz cs. in het grensgebied van Pakistan en India (alweer een grensgebied!) op zoek naar antwoorden die een licht werpen op de winterecologie van deze spannende soort. Onze gegevens zullen derhalve worden doorgegeven aan onze Spaans-Franse vrienden. We hebben - mede dankzij onze extra inspanningen - zeker 40 'Pallids' waargenomen en hoewel een gemiddelde Steppekiek best wel eens een sprinkhaan zal meepikken lijken in groepen voorkomende zangvogels (met name wevers) en zoogdieren (springmuizen en een kleine soort rat) het menu in Niger te domineren. Zo vonden wij op een slaapplaats van een 3KJ wijfje twintig braakballen van een Steppekiek en de eerste indruk was dat deze vnl. uit zoogdieren bestonden. Mannetjes bleken tijdens ons veldwerk vrijwel uitsluitend gebruik te maken van terrein met relatief veel bomen en struiken. Hier was de dichtheid aan wevers en andere zangvogels steevast hoger en kan de soort zijn sperwer-achtige jacht-techniek aardig botvieren. De adulte wijfjes én onvolwassen vogels zagen we eveneens in relatief verdichte landschappen maar opvallend genoeg ook in de buurt van wetlands. Wetlands blijken niet alleen een enorme aantrekkingskracht op reigers, eenden en steltlopers te hebben maar werden - zonder uitzondering - ook bevolkt door grote aantallen spreeuwen, wevers, mussen etc. De hier bijgevoegde foto gemaakt door Barend van Gemerden van Vogelbescherming Nederland laat een 1KJ wijfje Steppekiek zien die zich ophoudt nabij een wetland in het noorden van Burkina Faso (Oursi, november 2006).

De betekenis van struikrijke berghellingen voor Grauwe kiekendief en de Kleine torenvalk
Hoewel onze gegevens nog niet in een database zitten weten we inmiddels wel te melden dat het aantal sprinkhanen in de door ons bezochte gebieden lager zal uitvallen dan in dezelfde gebieden in 2006. Ook zal worden bevestigd dat het aantal gebieden dat in de kritische wintermaanden door exploitabele hoeveelheden sprinkhanen worden bevolkt schaars zijn. De overgang van plateau's naar landbouwgronden bleken ook in 2007 weer een verrassende biodiversiteit op te leveren maar wat we tijdens onze eerste reis niet zo goed konden bekijken was dat ongestoorde bergflanken van grote betekenis zijn voor zowel Grauwe kiekendief als Kleine Torenvalk. Kleine Torenvalken zitten ook in de hoek waar de klappen vallen en het is daarom des te belangrijker vast te stellen dat deze twee soorten roofvogels veel baat lijken te hebben bij stenige, struikrijke bergflanken waar twee soorten sprinkhanen in hoge dichtheden kunnen voorkomen. Aanvankelijk dachten we dat deze gebieden geen last zouden hebben van houtkap maar deze naïeve veronderstelling bleek al gauw niet te kloppen.
Zeker de helft van dit soort biotopen bleken door houtkap te zijn gestript. Geen struiken, geen sprinkhanen en de rest laat zich raden. Dit gegeven is naar onze smaak een dermate belangrijk punt dat Birdlife en andere internationaal opererende natuurbeschermingsorganisaties dit probleem onder de aandacht bij de betreffende landen moeten brengen. Niet alleen vogels maar ook de mensen die in deze gebieden leven hebben anders geen duurzame toekomst.
Kennis blijft een belangrijk onderdeel om natuurbeschermingsdoelen goed te omschrijven en wij hopen dat onze bescheiden bijdrage op termijn helpt om de vele soorten die in de Sahel overwinteren een duurzame toekomst te bieden. Wij beseffen echter ook dat dit een klus gaat worden van lange adem.

5-2-2007

Niger januari 2007: Magiers voorspellen lot van magische vierde week

Dosso, 4 februari - De eerste helft van onze reis stond in het teken van het verzamelen van gegevens op een grote ruimtelijke schaal. In de tweede helft van onze reis wilden we in de goede gebieden proberen de diepte in te duiken. Het vinden van slaapplaatsen zou de kroon op ons werk zijn. Ondanks een paar intensieve pogingen vogels op slaapplaatsen te betrappen slaagden wij er niet in braakballen te verzamelen.
Hoogtijd om onze Europese methode in te ruilen voor een traditionele Afrikaanse aanpak. In één dorp in Niger worden nog voorspellingen gedaan door de aarde te laten praten. Het toeval was dat dit dorp Masalata precies in het gebied ligt waar we onze pijlen op wilden richten. In dit gebied hadden we al de grootste concentratie Bruine, Steppe en Grauwe kiekendieven tussen Niamey en Lake Chad vastgesteld. Ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders reizen één keer per jaar af om in dit dorp voorspellingen te laten doen over regenval, het vangen van giraffes etc etc. De voorspellingen van deze bijzondere mensen bleken bijzonder accuraat. We werden naar een stelsel van drie kleine wetlands gestuurd, waar we met onze neuzen in de boter vielen. Minstens 20 Bruine kiekendieven, 9 Steppekiekendieven en een aantal Grauwe kiekendieven waren ons deel. De magiers hadden echter wel voorspeld dat de slaapplaats van de Grauwe kiekendieven niet meer door de vogels werd gebruikt. Dit alles neemt niet weg dat we hier erg veel gegevens hebben verzameld en inzichten hebben opgedaan. En we waren zeer verguld met het vinden van 20 braakballen van een Steppekiekendief vrouwtje vlakbij de wetland. Voor zover wij weten zijn in Afrika nog nooit braakballen van deze sterk bedreigde soort verzameld. We hebben hier ook heel veel prooi-transecten gelopen en met veel mensen uit het nabij gelegen dorp Yaloua gesproken en veel plezier beleefd. Na twee dagen hebben we echter ons kamp opgebroken en zijn we naar de plek afgereisd waar Leen eerder deze reis 6 Grauwe kiekendieven had vastgesteld. Dit was onze laatste kans om nog een slaapplaats van Grauwe kieken te vinden en braakballen te verzamelen. Dat teamwerk lonend is bleek dezelfde avond: Vanaf de daken van de twee stoere 4WD werd snel en vakkundig een slaapplaats van 11 Grauwe kiekendieven gevonden. Vanmorgen vroeg verzamelden we hier 20 kersverse braakballen. In totaal zitten we nu op 30 braakballen plus de nodige prooiresten en veertjes, een resultaat waar we zeer tevreden over zijn.

Kailou geeft informatie aan lokale jeugd
Kailou geeft informatie aan lokale jeugd
Magier wijst plek aan in het zand
Magier wijst plek aan in het zand
Ons telwerk is zelden saai
Ons telwerk is zelden saai
'Concurrent' vogeljager bij Birni N'Konni
'Concurrent' vogeljager bij Birni N'Konni

Andere highlights van deze week waren behoorlijk wat Lachsterns, Witvleugelsterns, Witoogeenden en een groep van 420 Pijlstaarten bij diverse wetlands rondom Birni N'Konni. Verder blijft het erg leuk om een Europese soort als een Kwartel voor je voeten weg te zien schieten, ziet een wilde Parelhoen (zeldzaam geworden in Niger) er een stuk patenter uit dan in de dorpjes waar we langs zijn gekomen en hebben we erg veel geleerd over de Afrikaanse vogels. Vogels die het beslist niet makkelijk hebben en door de grootschalige landschappelijke verwoestingen ernstig in hun bestaan worden bedreigd. BirdLife en andere internationaal opererende organisaties zullen alle zeilen moeten bijzetten om dit onheilspellende tij te keren. Zo hebben wij vastgesteld dat grootschalige kap van brandhout op berghellingen een serieuze bedreiging voor soorten als Kleine torenvalk en Grauwe kiekendief vormt. Verder kan het oude verhaal van rondtrekkende treksprinkhanen als broodje aap in de serie onzinnige verhalen worden bijgezet. Wij durven de stelling wel aan dat in de droge wintermaanden er in Niger minimaal 5000 Grauwe kiekendieven overwinteren en dat dit prachtige land ook voor de Steppekiekendief van betekenis is.
Overmorgen stappen wij met een schat aan nieuwe ideeen weer op het vliegtuig naar Parijs. Volgende week zullen we jullie weer uit het vertrouwde Oost-Groningen bijpraten over de algemene conclusies rond deze reis. Wij stellen het zeer op prijs als jullie in ons gastenboek van jullie belangstelling blijk geven (voor de trouwe lezers van deze site: we hebben de meeste kiekendieven gezien in het grensgebied van Niger en Nigeria)!


4-2-2007

Cathryn is gezien in Senegal!

Senegal, 4 februari 2007 - Vanmorgen hebben Wim Mullié en Rob Buiter voor de eerste keer een gezenderde Groningse grauwe kiekendief in Afrika zien vliegen! Cathryn bevond zich halverwege de plaats waar zij op 5 januari om 23.38 door de satelliet werd 'gezien', en de peiling van 29 januari, 11.36.

"Dit was nog onwaarschijnlijker dan een speld in een hooiberg", zegt Mullié. Ze vloog laag over een niet al te open terrein, maar we konden overduidelijk de spriet van de antenne over haar staart zien afhangen. Kippenvel!

De zoektocht begon op zaterdagavond. Van de Duitse kiekenonderzoekster Claudia Pürckhauer had Mullié een viertal coördinaten gekregen waar zij slaapplaatsen van 20 tot in één geval zelfs 200 grauwe kieken had gezien. "Al die coördinaten waren raak. Steeds ging het om hetzelfde type open terrein waar nog ruimschoots sprinkhanen aanwezig waren. Op de laatste slaapplaats zagen we behalve diverse vorkstaartwouwen, kleine torenvalken en Abessijnse scharrelaars op een moment 65 kieken in de lucht", aldus Mullié.

De volgende dag gingen ze naar Diaganiao, 100 km ten oosten van de hoofdstad Dakar. De satelliet ontving op 29 januari een goede peiling van die plaats. "We zagen daar tientallen kieken. Ik wilde vervolgens nog gaan kijken op de plaats van de peiling van 5 januari. Een peiling van 23.38 wijst immers op een slaapplaats en mogelijk een verzameling braakballen. Halverwege zagen we nog een vrouwtje jagen. Als je dan door je kijker ineens een spriet achter haar staart ziet uitsteken weet je werkelijk niet wat je meemaakt!" Binnen een minuut verdween Cathryn weer uit beeld, ongetwijfeld op jacht naar meer sprinkhanen.

De waarnemingen van dit weekend in Senegal bevestigen het beeld dat Mullié al eerder kreeg van de satellietdata. "De vogels hebben een goede neus voor plaatsen met veel sprinkhanen. Het zou interessant zijn om in de toekomst nog eens te onderzoeken of vergelijkbare terreinen waar niet veel kiekendieven voorkomen ook minder sprinkhanen herbergen. Het is hoe dan ook duidelijk dat deze moderne manier van vogeltracking prachtige nieuwe wegen opent naar verder onderzoek."

Van de spectaculaire waarneming van Cathryn heeft Rob Buiter een live reportage gemaakt die binnenkort te horen zal zijn in het VARA Radio 1 programma Vroege Vogels. Dit zal worden aangekondigd via de site en de gratis nieuwsbrief van Vroege Vogels, via www.vroegevogels.nl.

Meer informatie: Rob Buiter 0621 666 058, buiter -apenstaartje- freeler.nl


28-1-2007

Niger januari 2007: De week van de treurende tapuit.

Het expeditie-team is op het moment in een regio waar geen enkele internetaansluiting is te vinden om foto's te kunnen sturen. Gelukkig werkt de aloude telefoon nog wel, dus is het wel gelukt een nieuwsbericht te sturen maar deze keer zonder foto's.

Voor het schrijven van dit berichtje hebben Ben, Chris, Kailou en Younoussa het stokje overgenomen van Joost, Leen, Abdoulay en Issoufou.

De meest oostelijke punt van onze reis Lake Chad, was een bizarre wereld. Via het gehucht Bosso kwamen we uiteindelijk terecht in een volstrekt onbegaanbare regio. Zelfs de robuuste fourwheeldrive van Nigercar had moeite met het bereiken van het meer. Daar werden we echter beloond door onwaarschijnlijke aantallen Zilverreigers, meer dan 400 Grijskopmeeuwen, Blauwhoofd Cuckoo en minstens 3 soorten Bijeneters in grote aantallen. Maar het hoogtepunt was de waarneming van 5 Steppekiekendieven!!

Vanwege de onbegaanbaarheid van dit gebied en de voedselvergiftiging van Chris zijn we daarna zo snel mogelijk weer teruggegaan naar het onaangename plaatsje Diffa. In die omgeving hebben we terloops twee wetlands geteld en ons werk voortgezet naar het westen. Via Zinder en Maridi kwamen we uit in een gebied ten westen van Maradi waar we tegen een slaapplaats van Grauwe Kiekendieven aanliepen, intussen had Leen zich bij ons team gevoegd, zodat we weer maximaal kunnen presteren tijdens ons veldwerk. Tijdens de laatste week vlogen de volgende leuke soorten ons om de oren: Martial Eagle, Draaihals, Greater Hoopoe-Lark, Beaudouin's Snake-Eagle en Tawny Eagle. Misschien wel de meest spectaculair waarneming betrof een locatie waar we minimaal 4 mannetjes van de Mourning Wheatear (oftewel 'treurende tapuit'). Deze zeldzame tapuit - met een uitermate klein verspreidingsgebied volgens de vogelgids van Borrow Beney - zagen we ver buiten de bekende gebieden. Volgens de vogelboeken zou deze soort alleen voorkomen in het noorden van Mauritanië en het Aïr gebergte en in het noorden van Niger. Het gebied waar wij deze bijzonder mooie soort hebben waargenomen laat zich kenmerken door een combinatie van heuvelachtig landschap en bossages. Het toeval bracht ons naar deze plek; we zagen er een mannetje Steppekiekendief naar toe vliegen en besloten daar een kijkje te nemen. Wij denken dat de broedvogels van de Aïr in de winter af kunnen zakken naar het zuiden van Niger. Wie een beter verhaal heeft raden we aan zelf een kijkje te nemen in dit prachtige mooie land!

Dat we het begrip "slaapplaats" breed moeten opvatten bleek wel uit het lokaliseren van een slaapplaats met zeven tot negen Grauwe Kiekendieven: op de plaatsen waar de vogels invielen werden geen braakballen gevonden. Dit onderdeel van ons werk is dus lastig te noemen. We namen afscheid van onze slaapplaats met een bijzonder fraai vrouwtje Steppekiekendief. Vandaag staan we bij de beste kiekenplaats die we tot heden hebben kunnen vinden, ten westen van Birni N'Konni. Eerder deze dag vonden we een rustplaats van tien tot twaalf Grauwe Kiekendieven en hebben we een joekel van een wetland geteld. Hier onder andere veel Bruine Kiekendieven, Steppekiekendieven, Duinpieper en de eerste Citroenkwikstaart van Niger. Wij gaan de komende week onze uiterste best doen nog een slaapplaats te vinden en daar braakballen te verzamelen!


22-1-2007

Niger januari 2007: De tweede week.

De tweede week zit er al weer bijna op. Team 1, met Ben, Chris, Kailou and chauffeur Younoussa, zit vandaag in Bosso. Een plaatselijke boswachter, die met name de steppekiekendief goed lijkt te kennen, neemt hen mee naar de rand van op dit moment minder grote Lake Chad. Vanwege de verminderde watertoevoer (minder regen, meer dammen) is het noordbekken van het meer flink geslonken. De drooggevallen kilometers zijn bedekt met erg stekelige Prosopis juliflora struiken. Hopelijk komen ze er zonder kleerscheuren af, en zien ze ook nog wat kieken, want de oogst is tot nog toe niet heel groot. Waarschijnlijk hangt dat samen met de mindere aanwezigheid van sprinkhanen dit jaar, waarover straks meer. Wel hebben ze al meer dan 100 prooitransecten gelopen, en 1500 km wegtransect gereden, vrijwel recht naar het oosten.

Ondanks weinig regen toch nog groene vegetatie aan de rand van het Air gebergte.
Ondanks weinig regen toch nog groene
vegetatie aan de rand van het Air gebergte.
Een solitair mannetje treksprinkhaan is op kundige wijze gevangen door Mani Tanko.
Een solitair mannetje treksprinkhaan is op
kundige wijze gevangen door Mani Tanko.

Eerste deel transect voltooid
Team 2, met Leen, Joost en chauffeur Issoufou, heeft het eerste deel van hun noordoost-zuidwest transect, van een gebied met 100 mm naar een gebied met 1000 mm regenval, voltooid. De reis van 1000 km naar Agadez in het noorden in twee dagen verliep vrij vlot, met alleen rond Birni N'Konni een stuk of vier Grauwe Kieken. Vanuit Agadez nam Mani Tanko, de plaatselijke treksprinkhanen man, hen mee naar de west rand van de het Air gebergte, op 18 graden NB. Bij 100 mm regenval per jaar zijn daar ook nu, halverwege het droge seizoen, nog plekken met groene vegetatie. Dit komt doordat er eerder water is geinfiltreerd of doordat het ondergronds uit de bergen wordt aangevoerd. Deze groene plekken vormen toevluchtsoorden voor de treksprinkhanen, die daar heen komen vanuit de uitdrogende gebieden in de Tamesna, een paar honderd km naar het westen langs de grens met Mali. Eind september 2005 nam Marion op haar weg naar het zuiden ook een kijkje in de Tamesna. Mani ving zonder veel moeite een mannetje solitaire fase van de treksprinkhaan, door een lange stok heen en weer te bewegen, steeds dichter naar de sprinkhaan toe, en die tenslotte boven op de sprinkhaan te leggen. Een verrassende techniek. In de buurt vloog zowaar een vrouwtje Steppekiek, een beddinkje met struiken en boompjes volgende in de hoop een zangvogeltje op te jagen.

Verder naar het zuiden
Nabij het kamp is zomaar een Oehoe nest te vinden.
Nabij het kamp is zomaar een Oehoe nest te vinden.
Op de terugweg naar Niamey was het eerst nog voornamelijk platte steenwoestijn, maar de hoeveelheid gras nam steeds toe. Na een paar honderd kilometer verschenen ook de eerste stekelige struiken en boompjes in het open veld, in plaats van alleen maar in de droge rivierbeddingen. Bij het kamp in Abalak, op 15 graden NB, werden 's nachts Oehoes gehoord, en de volgende ochtend zowaar hun nest met twee kuikens en een ei gevonden!

Hoe verder naar het zuiden, hoe meer bomen en struiken. Maar nog steeds geen sprinkhanen. Wel plotseling aan het eind van de dag een man Grauwe Kiekendief, 50 km ten noorden van Birni N'Konni! Daar dan maar kamp gemaakt, wat onderbroken werd door een 2kj vrouwtje dat jagend langs kwam! En de tenten waren nog niet opgezet of de eerste sprinkhaan van 10 cm kwam aanzeilen. Niet onverwacht, gezien de ervaringen van vorig jaar, maar natuurlijk wel leuk. De slaapplaats zoeken leverde niets op. Als in een enorm gebied maar een paar kieken bij elkaar slapen is dat ook niet verwonderlijk, we hebben vorig jaar enorm geluk gehad, denken we nu.

Rond Birni N'Konni en Dosso zitten net als vorig jaar de meeste kieken en de meeste grote sprinkhanen. Daar concentreren we ons de laatste week op. En we gaan proberen een beter idee te krijgen van de ecologie van die (trek)sprinkhanen, met behulp van de plaatselijke sprinkhanen, treksprinkhanen en meteo mensen. Hopelijk levert dat ook inzicht in het doen en laten van de grauwe kieken op. Bovendien is het eten van sprinkhanen door kieken een prima ingang bij de boerenbevolking. Die zijn zowel treksprinkhanen als gewone sprinkhanen liever kwijt dan rijk in hun velden. Maar eerst nog een weekje in het oosten voor team 1, en naar het zuiden voor team 2.


15-1-2007

Niger januari 2007: Een stoffig begin van onze tweede missie naar de wintergebieden.

Aankomst en de eerste contacten
Harde winden zijn kenmerkend voor onze eerste dagen in Niger. Harde wind betekent dus automatisch veel stof in de Sahel en dat hebben we geweten ook. Na een voorspoedige reis via Düsseldorf en Parijs kwamen we minder dan een week geleden aan in Niamey. We werden opgewacht door onze chauffeurs Younoussa en Issoufou en de ontvangst was meer dan hartelijk. 'S avonds zaten we op het terras van Hotel Sahel aan de oevers van de rivier de Niger de plannen voor de volgende dagen door te nemen. Purperreigers, Kwakken, Geelbekwouwen en andere fraaie soorten tijdens het nuttigen van een maaltijd waren prima. Dag twee stond geheel in het teken van het leggen van de nodige contacten waarbij één vraag centraal stond: "waar zijn de gebieden met de grote aantallen sprinkhanen". Het verouderde idee dat treksprinkhanen de grote boosdoeners zijn waar grauwe kieken op af komen is mede door onze missie van 2006 al deels ontkracht en daarom is ons verhaal aan de vertegenwoordigers van verschillende instituten voorgelegd. Joost zijn werkverleden in dit straatarme land speelt keer op keer een prominente rol om de juiste mensen te vinden die ons op weg kunnen helpen. Boeiend en leerzame contacten met mensen die dondersgoed weten waar ze het over hebben!
Terwijl Joost de dagen daarna door ging met het leggen van contacten, het regelen van een keur aan formaliteiten zijn Chris, Leen en Ben op pad gegaan met onze nieuwe counterpart Kailou. Kailou heeft de plaats ingenomen van Housseini Issaka die dit jaar is toegelaten voor een studie aan de universiteit en dus niet mee kan met onze trip. Kailou bleek zich alras te ontpoppen als een zeldzaam scherpe waarnemer die vrijwel niets ontgaat. Een stipje aan een stoffige horizon, een onzichtbare Bidsprinkhaan in een struikje of een grauwe kiek in het halfdonker, Kailou draait zijn hand er niet voor om en we weten zeker dat we met hem d'r bij een prima team vormen. Zijn achtergrond als jongetje die uit een boerenfamilie komt en later in Mali is gaan studeren om zijn huidige werk als boswachter te kunnen doen zijn prima ingrediënten om mee te draaien.

Een groep Ooievaars in een stoffig landschap langs de weg van Niamey naar Baleyara
Een groep Ooievaars in een stoffig landschap langs de weg van Niamey naar Baleyara

Voorlichting een belangrijke doel op zich
De speciaal ontworpen (geplastificeerde) informatie-sheet wordt dagelijks uitgedeeld aan de mensen die we tegenkomen en de Franstalige samenvatting met daarin de resultaten van onze trip in 2006 vinden eveneens gretig aftrek. Een belangrijk doel van onze - mede door Vogelbescherming Nederland mogelijk gemaakte - reis is lokale partijen deelgenoot te maken van het verhaal dat Grauwe kiekendieven in boerenland thuishoren. Het verhaal van onze satellietvogel "Marion", het feit dat grauwe kieken voornamelijk sprinkhanen eten en dat boeren in zowel Afrika als Europa verantwoordelijkheid dragen voor de bescherming van deze bedreigde soort slaat goed aan.

De eerste indrukken in het veld
De eerste veldacties bestonden uit het tellen van de zg. 'roadtransect' en 'preytransect' tellingen langs de wegen naar Baleyara en Ouallam. Beide gebieden zijn inmiddels vertrouwd voor ons geworden en de eerste indruk was dat de vegetatie groener was dan in 2006. Zou dit zich doorvertalen in hogere aantallen sprinkhanen? Vlakbij het plaatsje Hamdilay zagen we weer vergelijkbare hoeveelheden grauwe kieken maar helaas bleek de slaapplaats van onze vorige reis verlaten. Dat wordt dus zoeken naar spreekwoordelijk speld in de hooiberg en we hebben drie avonden besteed om in een gebied waar zeker rond de tien grauwe kieken zaten uit te kammen. Qua sprinkhanen zat het wel goed in de gebieden, we hebben sterk het gevoel gehad dichtbij te zijn geweest maar hebben helaas geen vaste slaapplaats met mooie aantallen braakballen kunnen vinden. In week vier gaan we het hier weer eens proberen. Dat het gebied rijk was bleek wel uit de aanwezigheid van een groep van c. 100 Ooievaars, 23 Kleine torenvalken, redelijk wat Grijze en Zwaluwstaartwouwen, drie Bruine kieken (opmerkelijk in droog habitat ver verwijderd van wetlands) en een mannetje Steppekiekendief. Hop, Tapuit, Roodkopklauwier, Slangearend en ander fraais completeren het beeld.

Een jonge Bidsprinkhaan probeert zich te verbergen voor nieuwsgierige blikken
Een jonge Bidsprinkhaan probeert zich
te verbergen voor nieuwsgierige blikken
Sama Gagare deelt zijn kennis met de leden van de expeditie
Sama Gagare deelt zijn kennis met
de leden van de expeditie

Een lesje sprinkhanenkunde van Sama Gagare
Omdat zonder sprinkhanen er geen Grauwe kiekendieven zouden zijn waren we zeer verheugd dat Sama Gagare van het instituut AGRHYMET ons in het veld wilde laten zien waar we op moesten letten tijdens ons veldwerk. Dit lesje sprinkhanen-kunde was bijzonder leerzaam en zo'n beetje alle soorten die we vorig jaar in de braakballen van de slaapplaats van Hamdilay vonden werden door de behendige Sama in zijn net gevangen. Het mooist was de Bidsprinkhaan die werd gevonden. Dit roofinsect bleek in 2006 tot ieders verbazing in het menu van onze kieken voor te komen. Na Sama zijn instructie weten we dat deze groep kapsels maakt die redelijk eenvoudig in struiken kunnen worden gevonden en een prima indicatie geven van het aanbod van deze potentiele prooisoort. Enfin genoeg om na de eerste week over na te denken. Maandag 15 januari gaan de teams uit elkaar en worden twee routes gevolgd die ons zullen brengen in gebieden bij Agadez, Diffa (nabij Lake Tsjaad) en het nationaal park 'W'.

10-1-2007

Even voorstellen: Aafke van Erk

Aafke van Erk
Mijn naam is Aafke van Erk en ik begin in april met mijn onderzoek aan de grauwe kiekendief. Ondanks dat mijn onderzoeksplan nog niet uitgewerkt is, ga ik toch ter introductie iets proberen te vertellen over mijn plannen en ook over mezelf.

Ik wil drie verschillende broedgebieden van de kiekendieven vergelijken. Door al het werk dat er al aan de kiekendieven is gedaan is er al veel geleerd over de kiekendieven, bijvoorbeeld over het positieve effect van randen. Toch zijn er in Flevoland nauwelijks randen te bekennen. Het landschap lijkt bijzonder ongeschikt, maar toch blijven er enkele broedparen komen. Het vergelijken van de drie gebieden zou daarom moeten bijdragen aan de bestaande kennis van het wat belangrijk is voor kiekendieven tijdens hun broedseizoen. Het habitat gebruik dat gemeten wordt met de zenders, de vegetatie in dat gebied en het voedselaanbod gemeten in de drie verschillende locaties zal hopelijk een interessant beeld geven.

Ik zal nu ook nog wat over mijzelf vertellen. Ik ben een 25 jarige biologie studente, begonnen in 2001 hier in Groningen. Ik heb een breed biologische achtergrond, maar mijn interesse ligt vooral in de toegepaste ecologie. Ik heb het afgelopen jaar mijn eerste afstudeerproject gedaan aan een puur ecologisch onderwerp, namelijk: de rol van termieten in een savanne ecosysteem. Dit speelde zich af in Zuid-Afrika en was geweldig om te doen en te beleven (vooral omdat ik midden in een reservaat woonde samen met park medewerkers, managers en onderzoekers)! Het werk aan de grauwe kiekendief ligt wat meer in mijn interessegebied en ik verheug me dan ook erg op dit voorjaar.

In april op de Start-bijeenkomst ga ik meer vertellen over het onderzoek!

Aafke van Erk



Naar boven

Ga voor nieuwsarchief recent, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004, 2003

Verlaat het nieuwsarchief